Geen aanpassing wet- en regelgeving na Kamervragen CU over klacht van vrouw na abortus

CU-leider Mirjam Bikker stelde onlangs Kamervragen over de zorgvuldigheid rond abortusuitvoeringen. Aanleiding daarvoor was berichtgeving over een vrouw die in paniekerige toestand bij een abortuskliniek aanklopte en, terwijl ze nog twijfelde, direct een abortus onderging. Staatssecretaris Tielen van Volksgezondheid zegt in haar beantwoording geen reden te zien om de huidige wet- en regelgeving aan te passen.
Het betreffende artikel verscheen in het Algemeen Dagblad. In het artikel wordt onder meer beschreven hoe een vrouw in paniek naar een abortuskliniek ging. Volgens het artikel hoopte zij dat medewerkers haar zouden tegenhouden, omdat zij zelf nog twijfelde over haar beslissing. De behandeling werd echter direct uitgevoerd.
Achteraf gaf de vrouw aan dat zij geen echte ruimte had ervaren om tot een weloverwogen keuze te komen. Dit was voor haar reden om de kliniek aan te klagen. De zaak ligt momenteel bij het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg.
Zorgelijk
CU-leider Mirjam Bikker noemde het verhaal zorgelijk en stelde dat het raakt aan de kern van goede en zorgvuldige zorg. In haar vragen wees zij op recente wijzigingen in de abortuswetgeving, zoals het vervallen van de verplichte minimale beraadtermijn en de mogelijkheid om via de huisarts de abortuspil te krijgen.
De ChristenUnie wilde onder meer weten of de zorgvuldigheid rond abortusuitvoeringen nog voldoende is gewaarborgd. Ook vroeg Bikker waar de zogenoemde ‘goede gesprekken’ plaatsvinden die vrouwen moeten helpen bij het maken van een weloverwogen keuze: bij de huisarts, in de abortuskliniek of bij onafhankelijke keuzehulpverleners.
Daarnaast stelde zij vragen over het gebruik van echo’s. Zij wilde weten of vrouwen standaard de echo te zien krijgen vóór de ingreep en, als dat niet zo is, waarom daarvoor wordt gekozen. Verder vroeg het Kamerlid of extra waarborgen mogelijk zijn om situaties te voorkomen waarin een abortus achteraf tegen de wens van de vrouw blijkt te zijn ingegaan.
Staatssecretaris: geen oordeel over lopende zaak
Staatssecretaris Tielen liet weten bekend te zijn met de kwestie, maar benadrukte dat het om een lopende tuchtrechtelijke procedure gaat. Het regionaal tuchtcollege heeft nog geen uitspraak gedaan. Volgens haar is het daarom niet passend om op basis van een nieuwsbericht conclusies te trekken over deze specifieke casus. Wel erkent zij dat de beschreven situatie zeer aangrijpend moet zijn voor de vrouw in kwestie.
Flexibele beraadtermijn volgens minister voldoende
De staatssecretaris ging ook in op de zorgen over het afschaffen van de verplichte beraadtermijn van vijf dagen. Sinds 2023 geldt een zogeheten 'flexibele termijn': de vrouw bepaalt in overleg met haar arts hoeveel tijd zij nodig heeft voor haar besluit.
Uit de laatste evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) blijkt volgens Tielen dat de besluitvorming rondom abortus in Nederland zorgvuldig verloopt en dat een verplichte minimale beraadtermijn daarvoor niet noodzakelijk is. Het nieuwsbericht verandert die conclusie volgens haar niet. Ook kunnen op basis van deze individuele, nog lopende zaak volgens haar geen algemene conclusies worden getrokken over het functioneren van de wet.
Tielen: 'Zorgvuldigheid volgens huidige regels geborgd'
Op de vraag of de zorgvuldigheid voldoende is gewaarborgd, antwoordt Tielen bevestigend. Artsen zijn op grond van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) verplicht te controleren of een vrouw haar besluit weloverwogen heeft genomen.
Verder wijst de staatssecretaris erop dat beroepsrichtlijnen voor zowel abortusartsen als huisartsen uitgebreide instructies voor zorgvuldige besluitvorming bevatten. Daarin staat dat artsen alert moeten zijn op twijfel en ook signalen moeten herkennen wanneer die niet expliciet wordt uitgesproken.
Voor vrouwen die vragen of twijfels hebben, is daarnaast ondersteuning beschikbaar via het Landelijk Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap en een landelijk dekkend netwerk voor keuzehulp.
De Wet afbreking zwangerschap zal in 2027 opnieuw worden geëvalueerd. Daarbij wordt ook gekeken naar de effecten van recente wetswijzigingen en of er aanleiding is om wet- en regelgeving aan te passen.
Geen aanleiding tot aanpassing of extra waarborgen
De staatssecretaris ziet op dit moment geen reden om de wet- en regelgeving aan te passen. Ook ziet zij geen aanleiding om aanvullende waarborgen in te voeren. Zij verwijst daarbij naar de bestaande wettelijke verplichtingen en professionele richtlijnen die volgens haar voldoende waarborgen bieden voor zorgvuldige besluitvorming.
Waar vinden de ‘goede gesprekken’ plaats?
Op de vraag waar de 'goede gesprekken' plaatsvinden die vrouwen moeten helpen een weloverwogen keuze te maken, antwoordde Tielen dat deze op verschillende plekken kunnen plaatsvinden: bij de huisarts, in een abortuskliniek, in het ziekenhuis of bij onafhankelijke keuzehulpverleners.
Waar en met wie het gesprek plaatsvindt, hangt, zo stelt Tielen, af van de behoefte van de vrouw. Huisartsen, abortusartsen en keuzehulpverleners zijn volgens de staatssecretaris deskundig op dit gebied en kunnen zo nodig naar elkaar doorverwijzen.
Echo alleen op wens van de vrouw
Op Bikkers vraag of vrouwen wel of niet standaard de echo te zien krijgen voor een abortus, antwoordde Tielen dat 'het bekijken van de echo niet verplicht is'. Tielen merkt op dat de 'abortusprofessional vooraf met de vrouw bespreekt of zij de echo wil zien.' Sommige vrouwen kiezen daarvoor, anderen juist niet. Een verplichting om de echo te tonen zou volgens de staatssecretaris de autonomie van de vrouw ondermijnen. De echo wordt medisch gebruikt om de zwangerschapsduur vast te stellen en te bepalen welke behandelmethode het meest geschikt is.









































Praatmee