'Zijn bloed kome over ons': een misbruikt Bijbelvers?
Eén van de teksten uit de Bijbel die door de eeuwen heen door de kerk gebruikt werd om de leer te ondersteunen dat Israël verworpen is en onder de eeuwige vloek en het eeuwige oordeel van God valt, en dat de kerk in de plaats van Israël gekomen is als Gods uitverkoren volk, is Mattheüs 27:25: 'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.'
Misschien kan de achtergrond van deze uitdrukking in Ezechiël 3:16-21 gevonden worden. Dit vers, deze vreselijke uitroep door een kleine Joodse menigte in Jeruzalem, is vaak aangevoerd ter verdediging van de opvatting dat Israëls tragische lot door de eeuwen heen haar eigen schuld is.
Velen zeiden: “Ja, het is vreselijk wat de Joden al die eeuwen overkomen is. Maar laten we er geen doekjes om winden. Hebben ze er niet min of meer zelf om gevraagd toen ze Jezus vermoordden? Is dat geen waarschuwing voor ons allemaal? Is dat niet wat ieder overkomt die de Heere en Zijn Gezalfde verwerpt? Is dat niet het oordeel van God?”
Zo ‘hielp’ de kerk eeuwenlang om Gods oordeel aan de Joden te voltrekken. Allereerst door de ontwikkeling van een theologie die kan worden bestempeld als christelijk antisemitisme. Die leer schiep een klimaat waarin kon worden opgeroepen tot Jodenhaat. Het gevolg was een anti-Joodse sfeer waarin ruimte was voor verschrikkelijke vervolgingen van Joden.
De kerk keek vaak zwijgend toe. Of zij was zelf actief betrokken bij de wrede vervolgingen. Wel hebben sommige christenen zich persoonlijk goed gedragen, soms met gevaar voor eigen leven, en probeerden zij de Joden te helpen waar zij konden.
Laten we daarom preciezer naar dit vers kijken, om niet te snel tot deze vreselijke conclusie te komen. Namelijk dat Joden zelf dit oordeel van God over zich afgeroepen hebben toen een aantal van hen, zo’n 2000 jaar geleden, schreeuwde: “Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.”
Vele christenen geloven, net als ik, dat de Bijbel Gods Woord is, geloofwaardig, betrouwbaar en gezaghebbend. Wij moeten beginnen met de Bijbel letterlijk te nemen en te geloven wat er staat, voordat wij er een geestelijke uitleg aan geven. Wij moeten Gods Woord niet vergeestelijken of allegoriseren, al kunnen wij er altijd geestelijke lessen uit trekken.
Met dat uitgangspunt wil ik zeven opmerkingen maken over de uitleg van dit vers.
1. Hoeveel mensen riepen dit?
Hoeveel Joodse mensen stonden dit destijds te schreeuwen? Er stonden wellicht slechts enkele tientallen Joden in de nauwe straatjes voor het huis van Pilatus. Veel meer ruimte was er niet. Zij waren door enkele religieuze leiders opgehitst en riepen: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen.”
Jezus was blijkbaar geliefd onder de inwoners van Jeruzalem. Hij was kort daarvoor triomfantelijk ingehaald. De stad liep uit. Men riep enthousiast: “Gezegend Hij die komt in de Naam des Heeren. Gezegend de Zoon van David. Gezegend de Koning van Israël. Vrede op aarde.”
Waarom werd Hij ’s nachts gearresteerd? Marcus 14:2 en Lucas 22:6 laten zien dat men een volksopstand vreesde. Jezus was populair. De autoriteiten durfden het niet overdag te doen. De mensen in Galilea wisten niet wat er in Jeruzalem gebeurde. Er waren geen media. Zonder twijfel zouden velen het hebben afgekeurd als zij het hadden geweten.
Kan het hele Joodse volk verantwoordelijk worden gehouden voor wat een kleine opgehitste groep deed? Niet alleen toen, maar alle Joden door alle eeuwen heen Dat is volkomen misplaatst en onrechtvaardig. Toch is dat gebeurd.
Als een kleine groep in Amsterdam verschrikkelijke dingen doet, kun je dan heel Nederland verantwoordelijk houden? Dat zou onrechtvaardig zijn. Maar zo is er eeuwenlang met ‘de Joden’ omgegaan.
2. Letterlijke vervulling?
Als wij deze woorden letterlijk nemen, dan moeten zij in principe al vervuld zijn. “Zijn bloed over ons en onze kinderen.”
Veertig jaar later, in het jaar 70 na Christus, verwoestten Titus en zijn legioenen Jeruzalem en de tweede Tempel. Volgens Flavius Josephus werden 1,1 miljoen Joden vermoord. Duizenden werden gekruisigd. In het jaar 135 maakte keizer Hadrianus het karwei af tijdens de opstand van Bar Kochba. Nog eens 600.000 Joden kwamen om, volgens Dio Cassius.
Deze massaslachtingen vonden 40 en 100 jaar na Jezus’ kruisiging plaats. Als men de woorden letterlijk neemt, dan zou deze profetie toen vervuld zijn. Al het andere Joodse bloed dat sindsdien vergoten is, kan dan geen oordeel van God zijn. Het zijn menselijke misdaden die wachten op Gods laatste oordeel.
Maar waren die Romeinse massaslachtingen wel een oordeel van God?
3. Was dit Gods oordeel?
Brachten de Romeinen daadwerkelijk Gods oordeel? Onder de slachtoffers waren ongetwijfeld ook duizenden Joodse christenen. Zou God hen in dat oordeel betrekken? Er waren mogelijk ook inwoners van Jeruzalem die niet hadden meegeschreeuwd. Verdienden zij allen Gods oordeel?
Dat roept de vraag op of de verwoesting van Jeruzalem werkelijk een oordeel van God was. Of wacht Gods laatste oordeel nog, zoals Openbaring 20:11-15 beschrijft?
4. Onschuldig bloed
Sindsdien is er door de eeuwen heen veel onschuldig Joods bloed vergoten. In christelijke landen en in islamitische landen. Dat bloed roept tot God, zoals het bloed van Abel riep van de aardbodem, Genesis 4:10. Al het onschuldig vergoten bloed, Joods en niet-Joods, wacht op Gods oordeel. Het bloed van Zacharia, het bloed van Abel, en al het andere bloed. God zal oordelen. Maar op Zijn tijd.
5. Wie oordeelt?
Wie zal uiteindelijk wraak nemen? De mens of God? Paulus zegt in Romeinen 12:19:
“Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want Mij komt de wraak toe.” Mensen kunnen Gods oordeel niet uitvoeren. Dat komt Hem toe.
Alle zonden, van Joden en niet-Joden, zullen onder Gods oordeel komen. Tot die tijd is er Eén die Gods oordeel droeg: Jezus. Wie op Hem vertrouwt, komt niet in het oordeel. Daarom is het zeer de vraag of de verwoesting van Jeruzalem een oordeel van God was. Het waren misdaden van Romeinen die daarvoor rekenschap zullen afleggen.
6. Een profetische betekenis?
Zou de uitroep “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen” onbedoeld een profetische waarheid hebben uitgesproken? Kajafas sprak woorden waarvan hij de diepere betekenis niet begreep, Johannes 11:49-52. Toch waren zij waar.
Misschien was ook deze uitroep, hoe verkeerd bedoeld ook, in diepste zin een gebed. Want het bloed van Jezus moet over ons komen om ons te reinigen van zonden. Ooit zal het bloed over gans Israël komen, zoals Paulus schrijft in Romeinen 11 en Zacharia profeteert in 12:10-14.
7. Het gebed aan het kruis
Aan het kruis bad Jezus: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” Lucas 23:34. Zou de Vader dat gebed niet hebben verhoord? Jezus gaf Zijn leven vrijwillig. Niemand nam het Hem af. Hij droeg onze zonden, zoals Jesaja 53 beschrijft. Door dit gebed wordt de vloek die mogelijk over het volk werd uitgesproken, bedekt door het bloed van het Lam. Al het onschuldig Joodse bloed dat door de eeuwen heen vergoten is, wacht op Gods oordeel.
HY DROECH ONS SMERTEN
T’en zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u cruysten,
Noch die verradelijck u togen voort gericht,
Noch die versmadelijck u spogen int gesicht,
Noch die u knevelden en stieten u vol puysten,
T’en sijn de chrijchs-luy niet die met haer felle vuysten
Den rietstock hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloecte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rock tsaem dobbelden en tuyschten:
Ick bent, ô Heer, ick bent die u dit heb gedaen,
Ick ben den swaren boom die u had overlaen,
Ick ben de taeye streng daermee ghy gingt gebonden,
De nagel en de speer, de geessel die u sloech,
De bloet-bedropen croon die uwen schedel droech:
Want dit is al geschiet, eylaes, om mijne sonden.
Jacobus Revius, 1586-1658
Een oproep tot schuldbelijdenis
De kerk moet haar schuld belijden voor de theologie die eeuwenlang geleid heeft tot het vergieten van stromen van Joods bloed en tot christelijk antisemitisme. Ook wij moeten ons hart onderzoeken of daar geen verborgen christelijk antisemitisme schuilt.
God zal ons aanspreken op deze geschiedenis.





































Praatmee