Hugo de Jonge over roeping en verantwoordelijkheid: “Geboren worden is een opdracht”

“Mijn vader was dominee. De kerk hoorde bij ons leven.” Met die woorden blikt voormalig vicepremier Hugo de Jonge afgelopen zondag in Hour of Power terug op zijn jeugd. Hij groeit op in een pastorie waar geloof en kerkelijk leven vanzelfsprekend zijn. Over zijn vader zegt hij: “Hij schreef zijn preken helemaal met de hand. Dan zat hij gebogen over zijn preek. Je moest zijn kamer niet binnenlopen. Hij maakte er echt iets grondigs van. Geen witte boterham met hagelslag, maar volkoren boterhammen. Hij kon fantastisch preken, hij kan dat nog steeds.”
Hoewel zijn jeugd stevig geworteld is in het geloof, beschrijft De Jonge zichzelf als een gewone puber. “Misschien een beetje een ingewikkelde puber, dat was ik. Maar het is toch nog goed gekomen.” Serieus nadenken over zijn toekomst doet hij pas later. “Ik denk dat ik pas voor het eerst echt serieus met een toekomst en met werk bezig ging toen ik voor de klas ging.”
Verantwoordelijkheid
Na de pabo belandt hij als leerkracht in de Rotterdamse Millinxbuurt, destijds een van de zwaarste wijken van de stad. “Ik had een klas vol kinderen die van huis uit zo ongelooflijk weinig meekregen van wat je ze zou gunnen. Veel armoede, huiselijk geweldsituaties.” Juist daarom werd de school voor hen een veilige plek. “Die klas was voor hen een veilige haven. Dat was de plek waar ze aan zichzelf konden werken, waar ze aan hun toekomst konden werken.” Het leraarschap raakt hem diep. “Als leraar mocht je met die kinderen aan hun toekomst werken. Dat vond ik zo’n enorme verantwoordelijkheid. Dat vond ik zo mooi om te mogen doen.”
Die verantwoordelijkheid blijft een rode draad in zijn verdere loopbaan. “Het is altijd mijn drive geweest om heel erg het verschil te willen maken in het leven van mensen. Dat heeft natuurlijk te maken met je opvoeding en ook met je geloofsopvoeding.” Daarbij verwijst hij naar een Joods gezegde dat hem richting gaf. “Geboren worden is een opdracht. Dus je hebt ertoe te doen in het leven. Je hebt de opdracht om er te willen zijn voor anderen, het verschil te willen maken voor de mensen die aan je worden toevertrouwd.”
Coronacrisis
De coronaperiode komt in het gesprek nadrukkelijk voorbij, de tijd waarin De Jonge als minister midden in de crisis stond. Zelf plaatst hij die periode in het verlengde van wat hem al langer drijft. “Het is altijd mijn drive geweest om heel erg het verschil te willen maken in het leven van mensen.” Over de zwaarte van de crisis spreekt hij open. “De coronacrisis was een razend ingewikkelde tijd. Het was een tijd waarin iedereen met zichzelf geconfronteerd werd.”
Als minister stond hij zichtbaar in de frontlinie. “Alle frustratie, alle boosheid, alle teleurstelling in het leven werd geprojecteerd op de mensen die je het meest in beeld zag. Dat is natuurlijk wat er gebeurde. Dat virus kon je niet zien, mij kon je wel zien. Elke keer als je me zag was ik aan het vertellen wat je nou weer niet mocht met je leven.” Stoppen was voor hem geen optie. “Nee, ik heb nooit gedacht: bekijk het maar. Ik heb me ontzettend verantwoordelijk gevoeld.” Tegelijk erkent hij de onzekerheid. “Het was voor een deel natuurlijk ook varen in de mist.”
Wanneer hem wordt gevraagd met welke Bijbelse figuur hij zich verwant voelt, noemt hij Mozes. “De Zeeuwse wapenspreuk is ‘Luctor et emergo’, ik worstel en kom boven. Daar voel ik me ontzettend mee verwant.” Die houding typeert ook zijn manier van werken. “Grote ingewikkelde vraagstukken, ik wil er altijd doorheen. Ik wil het snappen, het doorgronden.” Zelfs in crisistijd bleef dat zijn benadering. “Mensen zeiden: je hoeft toch niet elk detail te kennen? Maar ik heb altijd de neiging om alles te willen doorgronden.”
Scheppingsopdracht
Een Bijbelgedeelte dat hem bijzonder raakt is Psalm 8. “Die psalm kijkt op twee manieren naar ons mensen. De eerste is de nietigheid van de mens. Zo voelen we ons allemaal weleens.” Maar daar blijft het niet bij. “Meteen daarna: ‘U hebt hem bijna goddelijk gemaakt.’ Dat is fascinerend.” Hij wijst op medische en technologische ontwikkelingen als voorbeelden van wat mensen tot stand brengen. “Je moet je iedere dag bewust zijn van je eigen kleinheid, maar ook van je scheppingsopdracht. Wij zijn geroepen om dingen tot stand te brengen, ten goede te keren.”
Ook het verhaal van Ruth spreekt hem aan. “Wat ik mooi vind in het verhaal van Ruth is haar ongekende trouw. ‘Jouw land is mijn land, jouw God is mijn God.’ Dat is zo ongelooflijk mooi.” Juist omdat God in dat Bijbelboek nauwelijks zichtbaar ingrijpt, vindt hij het des te betekenisvoller. “En toch zegt het verhaal ten diepste iets over het wezen van God. Over zijn trouw. En wat wij mogen weerspiegelen.”
Op kerkenpad
In zijn huidige rol als commissaris van de Koning bezoekt hij daarom bewust kerken door heel Zeeland. “Ik probeer op kerkenpad te gaan.” Hij ziet daar iets wat elders onder druk staat. “Nederland is natuurlijk vreselijk geïndividualiseerd. Maar in Zeeland bestaan nog gemeenschappen waarin mensen op elkaar rekenen, voor elkaar zorgen.” Kerken spelen daarin een sleutelrol. “Kerkgemeenschappen zijn echt de basis in Zeeland.”
Aan het einde van het gesprek vat De Jonge zijn boodschap samen, opnieuw met woorden uit Ruth. “Misschien wel ‘jouw land is mijn land’ als opdracht voor ons.” In een samenleving waarin individualisering toeneemt, klinkt dat volgens hem urgenter dan ooit. “Als ik weet dat het met jou goed gaat, dan gaat het met mij ook goed. En als we samen dat land vormgeven waarin die ander tot zijn recht komt, dan doen we iets moois voor elkaar.” Daarmee onderstreept hij de roeping die hem al zijn hele leven drijft: verantwoordelijkheid dragen, geworteld in geloof, gericht op de ander.
Kijk hieronder het interview met Hugo de Jonge terug in Hour of Power (vanaf 09:26)




































Praatmee