Dit jaar al tientallen doden door terreur ADF in D.R. Congo

Sinds de Allied Democratic Forces (ADF) in het oosten van de Democratische Republiek Congo (D.R. Congo) actief zijn, zaait de terreurgroep daar dood en verderf. In het eerste kwartaal van 2026 vermoordden zij al meer dan honderd mensen. Bij de meest recente aanvallen, op de steden Muchacha en Babesua in de provincie Ituri, kwamen volgens lokale bronnen vijftig burgers om het leven. Meer dan 31.600 mensen sloegen daarbij op de vlucht voor het aanhoudende geweld.
Terreuraanvallen
In de nacht van 11 maart werd Muchacha aangevallen door strijders van de ADF. “De extremisten doodden de inwoners, stalen waardevolle spullen en gijzelden meerdere mensen. Er kwam een massale exodus van de bevolking op gang”, vertelt Dieudonne Lossa, coördinator van een maatschappelijke organisatie in Ituri.
Videobeelden tonen hoe de stad en de omliggende dorpen verwoest en totaal verlaten zijn. Dominee Kitika, voorganger van een baptistenkerk uit de omgeving, vertelt: “Op zondag 15 maart waren de kerken rondom Muchacha leeg. De christenen bezochten kerken in andere plaatsen.”
De aanval is opgeëist door Islamitische Staat (IS). IS heeft banden met de ADF en voorziet de terreurgroep van fondsen, ideologische training en propagandamateriaal. De regering van D.R. Congo heeft de aanval in een officiële verklaring op 15 maart sterk veroordeeld. Zij geeft aan vastberaden op te zullen treden tegen terreurgroepen, totdat de staat de controle in dit deel van het land weer in handen heeft.
Een dag na de overheidsverklaring, op 16 maart, vond opnieuw een aanval plaats. In het dorp Babesua werden volgens eerste berichten zeker tien mensen vermoord, huizen en voertuigen in brand gezet en waardevolle goederen geroofd. Volgens lokale christenen zijn kerken, scholen en gezondheidsinstellingen gesloten.
Aanhoudend geweld
Kort voor de aanvallen, in februari 2026, hadden regeringsambtenaren, militairen en kerkleiders een forum bijgewoond waarin zij het ADF-probleem bespraken. Eerder dit jaar, in januari, werden bij een aanval 45 christenen vermoord, twee kerken en 78 huizen verbrand en raakten verschillende mensen vermist. Eind januari werden 22 christelijke boeren bruut vermoord.
Ook de aanvallen in maart onderstrepen hoe gewelddadig en problematisch de aanwezigheid van de terreurgroep is. De eerdergenoemde regionale maatschappelijke organisatie van Dieudonne Lossa bevestigde op 20 maart dat er 35 mensen werden gedood in Muchacha en 15 in Babesua. Radio Okapi liet 24 maart weten dat het nationale leger inmiddels de controle over Muchacha weer terug heeft.
Goudmijnen
Muchacha en Babesua liggen beide in het Okapi-reservaat. Dit reservaat, dat op de werelderfgoedlijst van Unesco staat, ligt vlakbij de grens met Oeganda en staat bekend om zijn goudmijnen. Deze mijnen zijn in Chinese handen.
Twee gemeenteleden van een Baptistenkerk kwamen bij de aanval op Muchacha om het leven. De 17-jarige zoon van de predikant werd ontvoerd. “Mijn zoon werkte in de mijn waar de Chinezen goud aan het winnen waren”, vertelt hij. “De gijzelnemers dwongen de gegijzelden om drie dagen land zand te wassen, zodat zij het goud konden winnen. Toen werden de gijzelnemers aangevallen door ons leger. Mijn zoon wist in de chaos te ontsnappen. We danken God voor dit wonder!”
Eenheid onder christenen
De druk op kerken en gemeenschappen die de vluchtelingen opvangen, neemt door alle aanvallen toe. De kerk van dominee Kitika vangt een aantal gevluchte kinderen op. “Ze waren al een keer eerder gevlucht, nadat radicaalislamitische strijders hun dorp hadden aangevallen. En nu moesten ze weer op de vlucht”, deelt hij. “Ze kwamen te voet, maar een auto pikte ze onderweg op. Hun ouders zijn nog onderweg. Laten we bidden dat ze hier veilig aankomen.”
Volgens dominee Kitika werken de kerken in eenheid samen om de vervolging het hoofd te bieden. Hij vraagt om ons gebed. “Wij zijn het Lichaam van Christus. We vragen of onze broers en zussen wereldwijd willen bidden dat de kerk versterkt wordt en de vrede terugkeert. Zodat we het goede nieuws over Jezus Christus kunnen blijven verspreiden in alle dorpen.”






























Praatmee