Crisis Maranathakerk: als de beeldvorming het wint van de feiten

Soms merk je dat je ergens een grens hebt. Voor ons ligt die bij leugens. Zodra verhalen worden verdraaid, opgeblazen of simpelweg niet kloppen, kunnen we als Cvandaag daar niet stil bij blijven. En eerlijk gezegd: dat willen we ook niet.
Wie de berichtgeving rond ds. Paul Visser volgt, ziet hoe ver beeldvorming kan afdrijven van de feiten. De verhalen die rondgaan zijn heftig, maar ze sluiten niet aan bij wat uit onafhankelijk onderzoek naar voren komt.
Maud
Hoe meer je je verdiept in deze kwestie, hoe meer puzzelstukjes op hun plek vallen. Zo is in de media het verhaal gedeeld van Maud (schuilnaam). Wat veel lezers niet weten, is dat dit verhaal betrekking heeft op dezelfde casus die door het CCO is onderzocht als ‘klager 1’. En daar begint het te wringen.
Volgens het CCO ging het om een emotioneel en intens pastoraal gesprek. Op één moment legde Visser troostend een hand op een hand. Onprofessioneel? Ja. Maar er was géén sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De kern van het verwijt lag bovendien niet in het gesprek zelf, maar in het latere contact zoeken, tegen de wens van de echtgenoot in. Dat is wat feitelijk is vastgesteld.
In het verhaal van Maud in de media lezen we echter iets anders. Een zin die blijft hangen is: “Hij vroeg: hebben ze je ook gebeft, Maud?” Die uitspraak komt nergens terug in het CCO-rapport. Visser heeft gevraagd naar expliciete seksuele handelingen die Maud op eigen initiatief had gedeeld, gelet op haar traumatische jeugd omtrent seksueel misbruik.
Dit roept vragen op. Want wat betekent dit? In de kern zijn er twee mogelijkheden: óf het verhaal dat in de media is verteld, wijkt af van wat tegenover het CCO is verklaard, óf er zijn elementen toegevoegd die niet op feiten berusten. In beide gevallen botst het publieke verhaal met wat feitelijk is vastgesteld.
Wat buiten beeld blijft is dat de escalatie pas later kwam. En die had alles te maken met vervolgcontact, tegen de wens van de echtgenoot in. Dáár ligt volgens het CCO de kern van het verwijt: veronachtzaming van het ambt, omdat dit kan leiden tot tweespalt. Het CCO acht het handelen van Visser tijdens en na het pastorale gesprek onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar, maar stelt ook dat Visser openheid van zaken heeft gegeven en zijn fouten (onprofessioneel handelen) heeft erkend.
Dat is belangrijk. Want als we dat loslaten, raken we de kern kwijt. Dan worden framing, halve waarheden en emotioneel geladen verhalen leidend in plaats van de feiten.
Eén klager gijzelt een hele gemeente
Waarom zoomen we in dit commentaar in op één klager, terwijl er meerdere zijn? Het antwoord is simpel, maar wezenlijk. De opgelegde tuchtmaatregel (een terechtwijzing, de lichtste vorm) is in essentie gebaseerd op één klacht. De eerste klacht. Die was bepalend voor de beoordeling door het CCO. De latere klachten zijn wel onderzocht, maar hebben niet geleid tot een zwaardere of aanvullende maatregel. Sterker nog: het CCO stelt expliciet dat niet is gebleken dat ds. Visser zijn gedrag na die eerste klacht heeft voortgezet.
Wat niet onbelangrijk is om te vermelden, is dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep is ingesteld. In kerkelijk tuchtrecht geldt: wie meent dat een uitspraak onjuist of onvolledig is, heeft de mogelijkheid om die aan te vechten. Dat is hier niet gebeurd. Daarmee staat de beoordeling van het CCO als hoogste kerkelijke instantie in vast. Dat roept een indringende vraag op: als de zwaarste beschuldigingen werkelijk kloppen, waarom zijn die dan niet in hoger beroep getoetst? Het niet benutten van die mogelijkheid onderstreept dat de zaak formeel is afgerond. En dat maakt het des te problematischer dat in de publieke beeldvorming alsnog een veel zwaarder oordeel blijft rondzingen dan kerkelijk is vastgesteld.
Tegelijk gebeurt er nog iets anders. Een aantal van de latere meldingen (in de media aangeduid als Lotte en Iris) was eerder al besproken en, volgens betrokkenen én de kerkenraad, naar tevredenheid afgehandeld. Toch worden ze later alsnog omgezet in formele klachten. Het CCO noemt die samenhang niet voor niets “opvallend” en wijst op mogelijke onderlinge afstemming.
Vals getuigenis
Daar komt bij dat de betrouwbaarheid van de betreffende klager ernstig ter discussie staat. Er zijn aantoonbaar uitspraken gedaan die niet stroken met de feiten. Zo werd intern en via sociale media door hem gesteld dat het CCO seksueel grensoverschrijdend gedrag zou hebben vastgesteld. Dat is onjuist. Het staat niet in de uitspraak van 6 november 2024. Ook werd gesproken over een “ernstige veroordeling”, terwijl het ging om een terechtwijzing. Dat is geen interpretatieverschil, maar een feitelijke onjuistheid.
Tekenend is ook de toon. Betrokkenen die een ander geluid laten horen, worden weggezet als “leugenachtig”. Tegelijk wordt vanuit dezelfde hoek druk uitgeoefend op de kerkenraad om een predikant van de preekstoel te verwijderen.
Dit verhaal wringt, want hoe kan het dat één klager zo’n grote invloed krijgt op het verloop binnen een volledige gemeente? Hoe kan het dat een proces escaleert, terwijl de zwaarste beschuldigingen niet worden vastgesteld en er geen beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak? Het antwoord is pijnlijk: omdat beeldvorming het wint van feiten.
Een feit is geen mening
De Maranathakerk is daarmee geen uitzondering, maar een spiegel. Wat we hier zien, is wat er gebeurt wanneer emoties, druk en framing de overhand krijgen, leiderschap tekortschiet en procedures niet zorgvuldig worden gevolgd. En wanneer een kerkrechtelijke uitspraak wordt behandeld alsof het slechts een mening is.
Maar een uitspraak van het CCO is niet de zoveelste mening in een opinierubriek. Het is een kerkrechtelijke uitspraak. Wie dat relativeert, ondergraaft niet alleen deze zaak, maar het hele systeem van kerkelijke rechtspraak. Want als deze uitspraak terzijde kan worden geschoven als 'een mening', waarom zouden we dan überhaupt gezag verlenen aan uitspraken van alle rechters in ons land?
Daarom kiest Cvandaag er vandaag voor om de conclusie van het CCO-rapport in eigen woorden beschikbaar te stellen aan lezers die zich op de feiten willen baseren. Niet om iemand uit de wind te houden, maar omdat waarheid ertoe doet. Wie dat wil ontvangen, kan mailen naar de redactie.
In de kerk mag het nooit zo zijn dat de leugen regeert en de luidste stem het laatste woord heeft. De kerk hoort een plaats van waarheid te zijn.





























