Cvandaag en Raad voor de Journalistiek: reflectie op werkwijze in kwestie-Paul Visser
De Raad voor de Journalistiek heeft geoordeeld dat een klacht tegen Cvandaag gegrond is naar aanleiding van het artikel “Kerkstrijd in Rotterdam: ‘Klachten waren middel om ds. Paul Visser te cancelen’”. Die uitspraak nemen wij serieus. Tegelijk vinden wij het als Cvandaag belangrijk om onze journalistieke keuzes toe te lichten, de kritiek te wegen en uit te leggen waarom de kern van het artikel blijft staan.
Laat allereerst helder zijn wat het doel van het artikel was en wat niet. Cvandaag heeft geen reconstructie willen schrijven van de persoonlijke klacht van de desbetreffende klager. Het artikel zoomde in op de kerkelijke dynamiek en machtsverhoudingen rond het conflict tussen twee predikanten (ds. Paul Visser en ds. Simon van der Vlies) en de rol van de kerkenraad daarin. De klagers kwamen in dat kader slechts zijdelings in beeld, uitsluitend voor zover hun handelen relevant was voor die bredere context en uitsluitend op basis van CCO-uitspraken en interne documentatie.
De Raad voor de Journalistiek heeft zich in haar uitspraak niet uitgesproken over deze bredere analyse en de conclusies die Cvandaag in het artikel trekt over de kerkelijke dynamiek. De kritiek van de Raad richt zich op de journalistieke uitwerking, niet op de kern van het geschetste beeld.
Over de weergave van het CCO-oordeel
De Raad stelt dat Cvandaag de niet-openbare beslissing van het CCO op journalistiek onzorgvuldige wijze heeft vertaald en samengevat. Daarbij doelt de Raad op een specifieke passage waarin een pastoraal gesprek wordt beschreven. Terugkijkend erkennen wij dat deze passage preciezer geformuleerd had moeten worden. De formulering “de kwestie lijkt kort daarna opgelost en met handdrukken bezegeld” sloot onvoldoende aan bij de vaststellingen van het CCO.
Tegelijkertijd is het goed om te benadrukken dat de kern van de passage overeenkomt met het CCO-rapport: er was sprake van een emotioneel en belast pastoraal gesprek. Visser heeft op één moment troostend gehandeld door kort de hand op de hand van de pastorant te leggen. Uit appgeschiedenis die ook met het CCO is gedeeld blijkt uit betrouwbare bron dat de pastorant het gesprek als goed en veilig ervaren heeft. Vervolgens zocht Visser via hun zoon contact na een dreigend telefoontje van de echtgenoot, ondanks de weerstand daartegen. Juist dat vervolgcontact, tegen de zin van de echtgenoot in, vormt volgens het CCO de kern van het verwijt: veronachtzaming van het ambt, wat uiteindelijk leidde tot spanningen en escalatie. Ook staat in het Cvandaag-artikel expliciet vermeld dat ds. Visser door het gebruik van deze omgangsvormen onprofessioneel heeft gehandeld.
Over het verwijt van ontbrekend wederhoor
De Raad stelt dat Cvandaag ten onrechte geen wederhoor heeft toegepast bij de klager. Wij zien dat anders en lichten dat graag toe. De klager, die niet bij name genoemd wordt, is niet beschuldigd van onrechtmatig of laakbaar gedrag. Zijn handelen wordt uitsluitend beschreven als onderdeel van een kerkelijke procedure, en dan nog uitsluitend op basis van officiële CCO-documenten. Het artikel bevat geen eigen kwalificaties over motieven of integriteit.
De focus van het artikel lag primair op het conflict tussen ds. Visser en ds. Van der Vlies, de besluitvorming van de kerkenraad en de bredere dynamiek binnen de Maranathakerk. Cvandaag heeft er bewust voor gekozen om de CCO-uitspraak niet opnieuw in de media te betwisten door betrokkenen. Het alsnog interviewen van klagers zou onvermijdelijk hebben geleid tot een hernieuwde discussie over feiten die in een formele kerkelijke procedure al zijn vastgesteld. Dat achten wij journalistiek onzuiver en ondermijnt de positie van het CCO als onafhankelijke instantie.
Daar waar het artikel wél mogelijke verwijten bevatte, is wederhoor toegepast. Ds. Simon van der Vlies en de kerkenraad zijn benaderd. Beiden hebben ervoor gekozen niet inhoudelijk te reageren. Die keuze hebben wij vermeld.
Over de keuze om klager geen podium te geven
Cvandaag heeft er bewust voor gekozen om geen podium te bieden aan een klager die aantoonbaar uitspraken heeft gedaan die niet stroken met de feiten. Zo stelde de klager intern dat het CCO had geoordeeld dat sprake was van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat is aantoonbaar onjuist, zoals blijkt uit de uitspraak van het Classicaal College voor het Opzicht Zuid-Holland (6 november 2024).
Ook werd door de klager publiekelijk, onder meer via Facebook, gesteld dat Visser een “ernstige veroordeling en tuchtmaatregel” had gekregen en daarom “terecht weg is”. In werkelijkheid ging het om een terechtwijzing, de lichtste vorm van tucht. Cvandaag kiest er principieel voor om geen podium te geven aan aantoonbaar onjuiste of misleidende informatie. Dat is niet alleen een journalistieke afweging, maar ook een principiële.
Over bronnen en betrouwbaarheid
De Raad is kritisch op onze uitleg van het gebruik van anonieme bronnen. Dat begrijpen wij en op dit punt trekken wij ons de kritiek aan. Tegelijk blijven wij staan voor de keuze om met anonieme bronnen te werken. Rond de afscheidsdienst van ds. Visser was aantoonbaar sprake van een onveilige situatie de politie was vooraf geïnformeerd, er waren veiligheidsmaatregelen en spanningen liepen hoog op.
In zo’n context is bronbescherming niet alleen verdedigbaar, maar noodzakelijk. Zonder anonimiteit zouden betrokkenen niet hebben durven spreken, en was essentiële informatie over kerkelijke besluitvorming en interne communicatie niet beschikbaar gekomen. Wat wij wél erkennen: in het artikel had duidelijker uitgelegd moeten worden waarom voor anonimiteit is gekozen en hoe de betrouwbaarheid van bronnen is gewogen. Daar ligt een terechte les.
Reflectie en afsluiting
De Raad voor de Journalistiek heeft geoordeeld dat onze werkwijze op onderdelen tekort is geschoten. Met name op het punt van formulering en bronverantwoording nemen wij die kritiek ter harte. Tegelijk blijft de kern van het artikel staan. Daarom zal er geen rectificatie plaatsvinden. Vooral de manier waarop wij keuzes (zoals het gebruik van anonieme bronnen) explicieter moeten maken richting de lezer, nemen wij mee.
Het voelt wrang dat in deze kwestie iemand die aantoonbaar onjuiste informatie verspreidt, in deze procedure gelijk heeft gekregen. Maar uiteindelijk is dat niet de maatstaf. Als redactie zullen wij ooit verantwoording afleggen aan de Schepper van hemel en aarde. Dan zal niet de vraag zijn wie gelijk had, maar wie heeft geleefd als een volgeling van Jezus Christus.
Ondanks onze journalistieke tekortkomingen is dat de intentie waarmee wij werken. En wij hopen dat die intentie zichtbaar is voor iedereen met wie wij in contact staan.



























Praatmee