God had een boodschap voor mij in de supermarkt

Elke maand maakt ik twaalf mini meditaties voor de app De Bijbel Open. En dat doe ik heel graag. Wie zo’n opname zou bijwonen kan denken dat ik die meditaties uit de mouw schud. Ik heb daar elke maand een paar weken ter voorbereiding voor nodig. Dus helemaal vanzelf gaat het echt niet.
Maar onlangs had God een boodschap voor mij.
En dat gebeurde in de supermarkt.
In de supermarkt liep een vrouw met een klein kind. De vrouw, was het haar moeder of was het haar oma, zag er niet goed verzorgd uit en haar kleren aan die andere mensen niet meer zullen dragen.
Het deed me denken aan de tijd toen ik zelf klein was.
Ze duwde een grote kar maar er kwamen heel weinig boodschappen in. Het kleine meisje had wat lekkers gezien en wilde dat ook in de kar leggen. De moeder reageerde daar heftig op: ‘Terugleggen’, zei ze tegen het kind.
Het greep me aan.
Het deed me denken aan de tijd toen ik zelf klein was. De tijd dat moeder aan tafel kon zitten met een briefje en alles opschreef wat ze moest gaan betalen. De boodschappen, de verzekeringen. Ik heb zo’n verzekering nog voor mijn begrafenis. Het kostte in die tijd een paar centen per week.
En dan kwamen ze daar ook nog voor aan de deur.
Het was de tijd dat mijn vader na werktijd bewaker was op een bouwplaats. Ik ging vaak naar hem toe. In de winter had hij daar een heerlijk kacheltje.
Ze zijn er dus echt.
Veel meer dan ik dacht.
Het was de tijd dat mijn vader en moeder ook nog 50 cent gingen brengen bij opa en oma. Alle broers en zussen deden dat. Opa had moeten stoppen met varen en was nog geen 65.
Ja, ook wij hadden het arm.
Veel werd gekocht op afbetaling.
Het was de vrouw in de supermarkt die me ineens aan dat alles weer deed denken:
Het komt dus nog voor!
Armoede.
Onlangs was de collecte in de kerk voor de voedselbank. Van een voedselbank heb ik wel een beeld. Maar van de mensen die daar komen veel minder.
Vandaag zag ik dus een.
Ze zijn er dus nog altijd.
Arme mensen.
Ze zijn er dus echt.
Veel meer dan ik dacht.
Toen ik naar mijn auto terugliep, zag ik ze lopen: de vrouw en het meisje. Ze hadden de kar bij zich. Er zat niet veel in.
Het meisje liep huppelend mee.
Deze overdenking verscheen eerder op de Facebookpagina van ds. Arie van der Veer.
Praatmee