Wie de tien geboden schrapt houdt een dunne Bijbel over

Hebben gelovigen de wet der tien geboden nodig?, vroeg Bijbelleraar Willem Lingeman zich onlangs af door middel van een column, die meer het karakter heeft van een Bijbelstudie dan van een opiniestuk. Nu ben ik zeer goed op de hoogte van de gangbare opvattingen over de tien geboden binnen de evangelische beweging, waarvan Lingeman deel uitmaakt. In dit reactie-artikel plaats ik een aantal kanttekeningen bij zijn in mijn ogen sterk eenzijdige benadering.
Voor wie is de wet bedoeld?
Lingeman stelt dat de wet in eerste instantie is bedoeld voor het volk IsraĆ«l in de woestijn en in de tweede plaats voor onrechtvaardigen (1 Tim. 1:9-10). Nu gaat het echter wel heel rap, want overal waar Lingeman het woord āwetā leest in de Bijbel, leest hij dit als synoniem voor ātien gebodenā. Maar misschien is het goed te beseffen dat alleen in het Nieuwe Testament al het woord āwetā een waaier aan betekenissen heeft. Al naar gelang de context kan het duiden op āde tien gebodenā, maar ook op de ceremoniĆ«le offerdienst, op de morele wetgeving, of op de vijf boeken van Mozes in het geheel!
Wil je verder lezen?
Als lid krijg je onbeperkt toegang tot cvandaag.nl
Praatmee