Tijs van den Brink: “Christendom is geen wapen tegen de islam”

CDA-Kamerlid Tijs van den Brink waarschuwt voor een groeiende tendens waarbij het christendom wordt ingezet als politiek middel tegen de islam. In een interview met het Wetenschappelijk Instituut van het CDA spreekt de voormalig EO-journalist zijn zorgen uit over de toenadering tussen delen van radicaal-rechts en het zogenoemde cultuurchristendom.
Van den Brink zegt het positief te vinden dat er opnieuw belangstelling ontstaat voor het christelijk geloof. Tegelijkertijd plaatst hij vraagtekens bij de motieven van sommige politici die zich op christelijke waarden beroepen. “Als christen vind ik het mooi wanneer meer mensen gaan geloven en wanneer ik Kamerleden de eed hoor uitspreken. Anderzijds denk ik: wat bedoelen jullie ermee? Is het geloof voor jullie vooral een wapen om de islam mee te lijf te gaan? Daar is het christendom niet voor bedoeld.”
Huiverig voor cultuurchristendom
Vooral de opkomst van cultuurchristendom aan de rechterzijde van het politieke spectrum baart hem zorgen. Daarbij wordt het christendom volgens Van den Brink soms vooral gebruikt als onderdeel van een nationale identiteit tegenover andere religies en culturen.
Hij noemt de nadruk die PVV-leider Geert Wilders legt op “joods-christelijke waarden” als voorbeeld. Volgens Van den Brink blijft de inhoud daarvan vaak beperkt tot een afwijzing van islam en immigratie. “Zodra we het christendom aan de identiteit van een natie verbinden, wordt het heel ongemakkelijk en kan het ontsporen.”
Ook ontwikkelingen in de Verenigde Staten baren hem zorgen. Hij noemt het “doodeng” wanneer politici of bestuurders religieuze taal gebruiken om politieke agenda's te ondersteunen.
Christelijke waarden in een seculier land
Volgens Van den Brink is Nederland geen christelijk land meer. Daarom vindt hij dat nationale herdenkingen en publieke ceremonies gedragen moeten worden door de gehele samenleving. Hoewel hij persoonlijk geraakt kan worden door christelijke elementen tijdens nationale bijeenkomsten, vindt hij dat rekening gehouden moet worden met mensen die die overtuiging niet delen. “Mijn buik zegt: prachtig, zo’n gezamenlijk gebed, maar mijn hoofd zegt: je zult er maar zitten als moslim of ongelovige.”
Tegelijkertijd benadrukt hij dat het CDA zijn inspiratie wel degelijk uit het christendom haalt. De partij onderscheidt zich volgens hem door waarden die voortkomen uit het Evangelie, zoals verantwoordelijkheid voor de ander en gemeenschapszin.
Van den Brink noemt het gemeenschapsdenken de kern van de christendemocratie. “We zijn hier op aarde niet om het enkel zelf heel goed te hebben, maar voor elkaar.” Volgens hem is die overtuiging geworteld in het christelijk geloof, maar kunnen ook mensen met andere levensovertuigingen zich daarin herkennen. Juist daarom ziet hij het CDA als een brede volkspartij waarin gelovigen en niet-gelovigen elkaar kunnen vinden op basis van gedeelde waarden.
Kritisch op islam, maar ook op discriminatie
Als Kamerlid houdt Van den Brink zich bezig met integratie, discriminatie en de democratische rechtsstaat. Hij erkent dat er zorgen bestaan over bepaalde interpretaties van de islam, bijvoorbeeld rond de positie van vrouwen, homoseksuelen en de verhouding tussen religie en staat.
Tegelijkertijd waarschuwt hij voor het stigmatiseren van moslims. “De realiteit is dat verreweg de meeste moslims in ons land gewoon in vrede willen leven en mee willen doen.” Hij zegt bovendien te begrijpen dat veel moslims zich onzeker voelen sinds de PVV de grootste partij werd. “Moslimjongeren voelen zich veel vaker gediscrimineerd, en niet onterecht, in mijn waarneming.”
Volgens Van den Brink moet moslimdiscriminatie actief worden bestreden. Het begrip islamofobie gebruikt hij echter liever niet. “Je mag in Nederland islamofoob zijn, net zoals je bang mag zijn voor het christendom. Maar je mag geen moslims discrimineren.”
Kerk en politiek
Ook over de rol van kerken in politieke discussies spreekt Van den Brink zich uit. Kerken mogen volgens hem aandacht vragen voor maatschappelijke problemen en opkomen voor mensen in nood, maar moeten voorzichtig zijn om niet op de stoel van de politiek te gaan zitten.
Dat verklaart ook zijn gemengde gevoelens bij het kerkasiel in Kampen. “Ik vind het iets moois hebben als een gemeenschap om mensen in nood heen gaat staan. Maar persoonlijk heb ik er wel moeite mee om de kerkdienst te gebruiken om uitgeprocedeerde asielzoekers niet te laten uitzetten. Daar is de eredienst niet voor bedoeld.”
Gevraagd naar de grootste bedreigingen voor de samenleving wijst Van den Brink enerzijds op het gevaar van jihadistisch extremisme, dat volgens de AIVD nog altijd een reële dreiging vormt. Anderzijds ziet hij ook het risico van politieke polarisatie aan de rechterkant.
Dat juist het christendom daarbij soms wordt ingezet als politiek instrument, raakt hem persoonlijk. “Dat het christendom daar door sommige vertegenwoordigers van radicaal-rechts voor wordt gebruikt, stemt me verdrietig.”









































Praatmee