Peter Dijkstra had een moeilijke jeugd waarin zijn vader hem mishandelde en kleineerde. Hij groeide op met haatgevoelens en werd een rebelse tiener. "Ik werd geslagen en geschopt door mijn vader. Achter de bank lag ik te huilen. Ik was hartstikke rusteloos. Ik voelde me voortdurend rot en overschreeuwde mezelf. Op mijn 12e begon ik met roken en al snel werden dat jointjes en later speed, cocaïne, paddo’s en LSD."
In zijn vertrouwde Zuid-Hollandse omgeving kent men Peter als de Dordtse 'witte duivel'. Hoewel hij lange tijd geniet van zijn wilde leven komt er steeds meer onrust in zijn hart. "Je moet kruizen ophangen in je huis om van die onrust af te komen' krijgt hij als advies van een waarzegster." Als Peter in een opstandige bui besluit om naar de kerk te gaan, ervaart hij voor het eerst in zijn leven echte vrede en liefde - zonder dat hij daar drugs voor nodig heeft.
Praatmee