Koffie met een missie: Mark en Bibi ondernemen voor Gods koninkrijk
Een winstgevend bedrijf runnen volgens ‘koninkrijksprincipes’: in onze kapitalistische maatschappij die steeds meer seculier lijkt te worden, komt dat niet vaak voor. Toch wijden Mark en Bibi* er hun leven aan. Dit doen ze niet veilig in Nederland, maar in een creatief toegankelijk land in Oost-Azië. Ze runnen een koffiebedrijf in samenwerking met lokale mensen en werken tegelijkertijd aan het verspreiden van het evangelie onder de nog niet bereikte volken.
Mark en Bibi zijn betrokken bij bijna elke stap in de productieketen. Ze kopen koffiebessen in bij lokale boeren en produceren daar ‘parchment koffie’ van; een droog tussenproduct. Daarna halen ze het laatste schilletje van de bonen af onder eigen beheer, om zo de koffiekwaliteit te kunnen waarborgen. Het grootste deel van deze koffie exporteren ze naar verschillende landen, maar ze gebruiken ook een deel in hun eigen branderij. Daar branden ze koffie voor de lokale markt, en malen en verkopen ze koffie in hun eigen koffiebarretje. Ze hebben zes mensen in dienst in hun branderij, meerdere seizoenarbeiders en één manager die de plantage beheert. Ook hebben ze verschillende partnerschappen met andere plantages en zelfstandige ondernemers.
Daarnaast zijn ze onlangs gestart met een nieuw project: ze knappen oude machines en apparaten op en verkopen die weer. Hiermee creëren ze werk voor lokale mensen. Er wonen verschillende jongeren die niet naar de universiteit kunnen en er is ook geen vakschool in de buurt. Binnen het bedrijf van Mark en Bibi kunnen deze jongeren werken-leren, en tegelijkertijd meer horen over het evangelie. Ze hebben nu één werknemer in dienst en hopen dit uit te breiden naar een team van vier mensen.
Hoe verloopt het project
Toen Mark en Bibi in 2014 in het land van hun roeping aankwamen, was hun belangrijkste doel om de nog niet bereikte volken over Jezus te vertellen. Ze wisten alleen nog niet hoe. Tijdens hun taalstudie begon er in het land een omslag te komen: het werd steeds minder veilig, en Mark en Bibi wisten dat ze zich een sterke identiteit moesten aanmeten als ze voor een langere tijd in het land zouden willen wonen. Ze vonden de bevolkingsgroep waar ze zich op wilden richten en toen ze in het gebied aankwamen, bleek dat ze een koffiebedrijfje konden overnemen van een OMF-werker die zou vertrekken.
Het bedrijf van Mark en Bibi is een zogeheten missional business: het is niet alleen een dekmantel, maar ook een platform voor hun zendingswerk. Binnen het exportbedrijf en de koffiebranderij nemen ze gericht christenen en niet-christenen aan. Zo streven ze ernaar om een natuurlijke omgeving te creëren waarbij de christenen over hun leven met Jezus kunnen delen met de werknemers die nog niet in God geloven. Ook bieden ze hun werknemers voldoende stabiele zekerheid, waardoor de christenen meer ruimte hebben om zendingswerk te doen. Zo vormen Mark en Bibi een katalysator: ze motiveren christenen, die dus al bereikt zijn met het goede nieuws, om met de nog niet bereikten het evangelie te delen.
Daarnaast hebben Mark en Bibi in het verleden een stel gecoacht. William en Sarah* komen uit de oostkust van het land en wilden evangeliseren onder mensen die nog nooit van Jezus hebben gehoord. Mark en Bibi hebben hen geholpen met het opzetten van een klein bedrijfje, en ze hielpen hen nadenken over het ontwikkelen van een visie die moest passen bij de nieuwe context. Ook spraken ze over wat het betekent om je een nieuwe taal en cultuur van een bevolkingsgroep eigen te maken. William en Sarah zijn inmiddels al een tijdje aan het werk onder een minderheidsbevolkingsgroep en er zijn al meerdere mensen tot geloof gekomen.
Een winstgevend bedrijf draaien in een andere cultuur brengt echter ook uitdagingen met zich mee. Het kost niet alleen veel tijd om voor positieve resultaten te zorgen, maar het is ook steeds weer een zoektocht naar hoe ze het best koffie kunnen verkopen in een cultuur waar veelal indirect wordt gecommuniceerd.
Ook wil Mark leidinggeven aan het team volgens ‘koninkrijksprincipes’: hij wil een bedrijfscultuur creëren waarin kwetsbaarheid, eerlijkheid en trouw hoog in het vaandel staan. Hoe hij daar invulling aan kan geven in een Oost-Aziatische cultuur, blijft een zoektocht. Daarnaast is het soms lastig om te voorkomen dat de dagelijkse routine in de weg komt te staan van inhoudelijke gesprekken met werknemers. Het liefst koppelen Mark en Bibi de bezigheden van hun bedrijf met zendingswerk, maar het is een balans die ze steeds opnieuw moeten vinden.
Impact
Verschillende manieren van werken brengen ook verschillende vruchten voort. Zo is de manager van hun plantage, Samuel*, ook christen. Hij is naar een ondergrondse bijbelschool geweest en komt zelf uit een minderheidsbevolkingsgroep. In de winter is hij druk op de plantage, maar in de zomer heeft hij veel tijd over. Doordat Mark en Bibi hem een normaal salaris uitbetalen, is hij in staat om in de zomer allerlei zendingsactiviteiten te ondernemen. Ze kennen de details van zijn werk niet en die willen ze ook niet weten: zo vormen ze geen gevaar en kan Samuel in veiligheid doorgaan met het verspreiden van het evangelie.
Daarnaast werken William en Sarah nog steeds onder dezelfde bevolkingsgroep, terwijl andere teams inmiddels al opgerold zijn. Omdat het echtpaar een goed bedrijf heeft en voor langere tijd is gecoacht door Mark en Bibi, kunnen ze nu doorgaan met hun werk en zijn er inmiddels al meerdere mensen tot geloof gekomen. Dat lokale mensen zendingswerk op andere plekken voortzetten, is precies wat Mark en Bibi voor ogen hebben. Dat heeft immers de meeste impact.
Ook binnen het koffiebedrijf vinden er geregeld mooie gesprekken plaats. Zo kwamen er in het voorjaar een paar jehova’s getuigen op de zaak, die zich voornamelijk negatief uitlieten over de drie-eenheid. Na het bezoek kwam Wilma*, één van de niet-christenen, op Mark af. Ze vroeg wat de drie-eenheid betekende en of de jehova’s getuigen ook in Jezus geloofden. Mark kon veel delen: “Ik weet dat Jezus God en mens is. Ik weet dat de Heilige Geest gaat waar Hij wil, in ons hart woont, ons motiveert en ons tot de orde roept. Ik weet ook dat er een Vader is, Die de wereld heeft gemaakt. Maar hoe dat zich tot elkaar verhoudt, weet ik niet: ik ben ook maar een mens.” Mark is zich er bewust van dat hij het geloof niet aan iemand wil opdringen. Door deze ruimte voor vragen, en het toegeven dat christenen het ook niet allemaal weten, komt er voor iemand als Wilma een stukje ontspannenheid in het praten over geloof.
Marks ervaring als zendingswerker
Als ze erover nadenken wat ze eigenlijk hebben gedaan de afgelopen jaren, zijn Mark en Bibi erg enthousiast. Ze moeten daar echter wel goed voor zitten om zich dat te realiseren. De uitdagingen van het leven in een land in Oost-Azië, de vermoeidheid en emotionele aandacht die komen kijken bij het leiden van een eigen bedrijf, de overheidsspanning, de druk, de onveiligheid: het kost allemaal veel energie. Daardoor zijn ze geneigd om dingen wat sneller negatief te bekijken. Wat als we uit het land gezet worden, heeft het dan allemaal wel zin gehad?
Verder is het leven soms wat geïsoleerd, ook voor de kinderen. Op zondag of doordeweeks kunnen ze niet samenkomen met andere christenen, dus ze moeten er bewust mee bezig zijn om als gezin elkaars geloof te blijven opbouwen. Ook is het lastig dat ze niets weten van wat Samuel doet op het gebied van zendingswerk onder de minderheidsbevolkingsgroepen. Ze beseffen goed dat het verstandig is om daar niet van op de hoogte te zijn, maar Samuel doet wel de dingen waar Mark en Bibi voor gekomen zijn. Dat is emotioneel soms ingewikkeld.
Tegelijk weten Mark en Bibi dat God hen voor dit werk en dit land geroepen heeft. En van de mooie dingen die ze wél zien gebeuren, krijgen ze veel energie. God geeft hun kracht voor elke nieuwe uitdaging en ze zijn dankbaar dat ze deel mogen uitmaken van Zijn werk in Oost-Azië.
Toekomstvisie
De visie van het bedrijf is vooral om instrumenteel te zijn in het meebouwen aan Gods koninkrijk en Mark en Bibi willen die visie voortzetten zolang dat mogelijk is. De komende jaren zal dat onder hun leiding zijn, maar over vijf à zes jaar, als al hun kinderen in Nederland studeren, zullen ze op een kruispunt komen te staan. De bedrijfsactiviteiten zouden ze uit handen kunnen geven. Mark en Bibi werken veel samen met lokale mensen, dus daar ligt al een deel van het eigenaarschap. De rest van het toekomstplan zal zich de komende jaren ontvouwen: is er iemand met eenzelfde visie die het bedrijf over zou kunnen nemen, mochten Mark en Bibi teruggaan naar Nederland? Zijn er nog steeds voldoende investeerders?
Voorlopig blijven Mark en Bibi ernaar streven om alles in het bedrijf ten dienste te stellen van Gods koninkrijk. Alleen Hij weet hoe de toekomst eruitziet.
Bovenstaand artikel verscheen onlangs op de site van OMF en is met toestemming overgenomen door Cvandaag.
Gebed blijft hard nodig, voor Mark en Bibi en voor het zendingswerk dat in en buiten hun bedrijf gebeurt. Neem contact op met OMF als je je wilt abonneren op hun nieuwsbrief, waar ook gebedspunten in staan. Als je hun zendingswerk financieel wilt ondersteunen, kun je je gift overmaken naar NL36 INGB 0000 4932 96 t.n.v. OMF Nederland, waarbij je in de omschrijving L13104N + eigen postcode/huisnummer moet vermelden.
Als je zakelijk geïnteresseerd bent, ofwel omdat je zelf ook zoiets wilt opzetten, ofwel omdat je zou willen investeren in het bedrijf, stuur dan ook een mail. OMF zal je in contact brengen met Mark en Bibi.








































Praatmee