Jesse ging op reis en ontdekte: Gods kerk is groter dan het Westen

“Ik ben God mijn leven schuldig”, vertelt Jesse, “en toen ik tot geloof kwam, ontstond ook gelijk het verlangen om mijn leven helemaal aan Hem over te geven.” Jesse is 21 jaar, heeft een jaar lang de bijbelschool gedaan en volgt nu een opleiding tot godsdienstdocent. Afgelopen zomer is hij met Serve Asia weggeweest: eerst naar Thailand en toen naar een creatief toegankelijk land. Wat heeft deze reis voor hem betekend en wat heeft hij geleerd over God? Jesse vertelt zijn verhaal.
De eerste plek van bestemming was Mae Sot, Thailand. Deze stad ligt op de grens met Myanmar en ontvangt een grote stroom van Birmese vluchtelingen. In het eerste deel van zijn reis was Jesse aangesloten bij een internationaal team dat de lokale kerk ondersteunde in het vluchtelingenwerk. Ze brachten eten, drinken en snacks, en deden spellen met de kinderen. Ook organiseert de kerk standaard een dienst als ze bij de vluchtelingen komen, waarbij ze met hen zingen en getuigenissen delen. Daarnaast wordt er iemand gevraagd om te preken: dat gebeurt meestal ter plekke.
Zo gebeurde het dat Jesse meer dan eens werd gevraagd om te preken. “In Nederland is dat iets geks, maar in Thailand is dat een teken van respect. Ook is de gedachtegang: je hebt een persoonlijke relatie met God en je bent op zo’n manier geestelijk volwassen dat je dat al kunt. Ik heb zowel in Thailand als in het andere land mijn getuigenis kunnen delen. Dat is één van de hoogtepunten van mijn reis. Ik ben zelf op de middelbare school voor een lange tijd depressief en suïcidaal geweest. Ik isoleerde mezelf en sprak zelfs niet echt vaak met mijn ouders. In die tijd zat ik veel online en op een dag kwam ik een apologetische video tegen: Does God exist? Hoewel ik christelijk was opgevoed, had ik nooit zelf iets met het geloof gehad. Maar deze video zette me aan het denken en de zoektocht naar God werd steeds persoonlijker voor mij. Toen, terwijl corona ook gaande was, heb ik mijn leven overgegeven aan Jezus. Hij heeft me meerdere keren behoed om zelfmoord te plegen: ik ben Hem mijn leven schuldig. Daarmee kwam ook meteen mijn verlangen om iets met zending te gaan doen.”
Jesses getuigenis sprak mensen aan. Dat had hij van tevoren niet gedacht. “Veel vluchtelingen zijn depressief. Ze hebben geen hoop meer voor de toekomst van hun land en zien geen licht meer in de duisternis. Ook de vrouw van de voorganger van de kerk in Thailand gaf toe dat ze het soms echt niet meer zag zitten. Alle oorlogen, het lijden, de hongersnoden. Dat kan echt verschrikkelijk zijn. En zij ziet dat van dichtbij gebeuren. Met mijn getuigenis kon ik haar echter bemoedigen: God is echt een licht in de wereld. We mogen onze ogen gericht houden op de toekomst die ons te wachten staat.”
Naast dat ze de kerk ondersteunden in het vluchtelingenwerk, trok Jesses team op met de gastouders van een weeshuis dat vluchtelingen opvangt. Twaalf gastouders, die in de twintig zijn, vangen zo’n vijftig kinderen op, die allemaal ook nog eens getraumatiseerd zijn. Jesse kon voor de gastouders bidden, hen bemoedigen en zelfs wat tips geven omdat hij een jaar lang de pabo heeft gedaan. Daarnaast verzorgde het team zondagsschool voor de kinderen. Na twee weken vertrok hij in zijn eentje naar het andere land, waar hij meedraaide met een bestaand project. Hier gaf hij Engelse les, hielp hij mensen met een geluidssysteem en leerde hij hen ook hoe een computer werkt.
Het waren vijf drukke en gevulde weken en Jesse wilde alles eruit halen wat erin zat. Door de onderdompeling in een nieuwe cultuur, het leren kennen van veel nieuwe mensen en het intensieve programma, raakte hij al snel erg moe en werd hij verschillende keren ziek. “Voor mijn gevoel was ik steeds bijna aan het einde van mijn latijn. Op het moment zelf was dat lastig, maar achteraf gezien was het juist ook een soort hoogtepunt. Ik heb meer dan ooit geleerd hoe Gods kracht zichtbaar wordt in zwakheid. Steeds als ik mijn getuigenis gaf, Jezus mocht uitleven en mensen mocht dienen, hoewel ik me verschrikkelijk moe voelde en er totaal geen zin in had, merkte ik dat ik juist in die zwakheid gevormd werd. Ook zag ik hoe belangrijk het is om consequent te zijn met stille tijd. Je moet God elke dag opnieuw opzoeken, hoe je je ook voelt.”
Doordat Jesse God elke dag opzocht, merkte hij ook: God is heel dichtbij. Juist op de momenten dat hij ziek was of zich zwak voelde, sprak God tot Hem. Hij werd, soms door anderen heen, steeds opnieuw getroost, bemoedigd en aangespoord. Jesse voegt toe: “Ik ben me er veel meer bewust van geworden hoe ontzettend lief God ons heeft. En ik zag ook steeds meer hoe groot Hij is. Op twee totaal verschillende plekken werd duidelijk dat Hij overal aan het werk is, ondanks de situatie en ondanks al het lijden, de vervolging en de onderdrukking.”
Van Gods liefde en grootheid moet iedereen weten, vindt Jesse. “Het gaat me aan het hart dat al die miljoenen mensen Jezus niet kennen of zelfs nog nooit van Hem gehoord hebben. Daarom vind ik zending ook zo belangrijk. En ook gewoon omdat ik zoveel van God houd. Ik wil dat Hij overal verheerlijkt gaat worden, dat alle stammen, volken en naties voor Zijn troon staan en Hem zullen aanbidden.”
In de Aziatische cultuur, die zoveel rustiger is dan de stipte, efficiënte en resultaatgerichte Nederlandse cultuur, voelde Jesse zich meteen thuis. Hij raadt het iedereen aan om met Serve Asia weg te gaan: “Ik heb nu zelf ervaren dat de christelijke wereld veel groter is dan alleen Nederland of het Westen. Het heeft mijn relatie met God echt verdiept. Wij zijn maar een klein onderdeel van de wereldwijde gemeente van Christus.”
Ondanks dat Jesse heeft gemerkt dat het leven van een zendingswerker zeker niet rooskleurig is, heeft de Serve Asia-reis ook bevestigd dat God hem roept om zich fulltime bezig te houden met zending of een andere vorm van bediening. God heeft Zijn leven gered, en daarom wil Jesse zijn leven helemaal aan Hem overgeven.







































Praatmee