Hans Maat over de Heilige Geest en Gods stem verstaan: “Gods Geest is gewoon God”

Wat moet je eigenlijk met de Heilige Geest? Voor veel christenen blijft het een lastig en abstract onderwerp. Ook theoloog, tekstschrijver en oprichter van de band Sela, Hans Maat, worstelde daar vroeger mee. Hij groeide op in de gereformeerde traditie, met God de Vader, Jezus en de Bijbel als vaste pijlers. “Maar wat je nou met die Geest aan moest, dat wist ik eigenlijk niet”, vertelt hij openhartig in Hour of Power. Inmiddels spreekt hij over een diepe persoonlijke relatie met God, over het verstaan van Gods stem en over de kracht van de Heilige Geest in het dagelijks leven. “Zonder de Heilige Geest kun je eigenlijk geen christen zijn.”
Volgens Hans is Pinksteren veel meer dan een historische gebeurtenis uit de Bijbel. “Vuur is echt het kenmerk van de Heilige Geest”, legt hij uit. “Het warmt niet alleen mensen op, maar het veroorzaakt passie om God te dienen en om Jezus te volgen.” Hij wijst erop dat de discipelen vóór Pinksteren angstig, onzeker en verdeeld waren. “We hebben dat vuur van de Heilige Geest nodig”, zegt hij. “Voor die tijd waren de discipelen vertwijfeld en bang en discussieerden ze over verkeerde dingen.”
Tijdens Pinksteren werd volgens Hans zichtbaar wat Jezus had beloofd: dat Hij Zijn aanwezigheid opnieuw zou uitdelen, maar dan door de Heilige Geest. “Jezus is naar de hemel gegaan en heeft gezegd: ‘Ik deel mezelf weer opnieuw uit, maar dan aan iedereen. En dat doe ik door de Heilige Geest.’”
Drie-eenheid
Voor Hans werd dat besef pas later echt persoonlijk. Hij groeide op in een traditionele protestantse omgeving waar de nadruk sterk lag op de Bijbel en kerkgang. “God de Vader, Jezus de Zoon en de Heilige Schrift, dat was een beetje mijn drie-eenheid”, vertelt hij lachend. “Maar wat je nou met die Geest aan moest… Ik dacht vroeger zelfs dat die in een fles zat zoals Aladin. Echt waar. Ik dacht: hoe werkt dat dan?”
Inmiddels spreekt hij heel anders over de Heilige Geest. “Gods Geest is gewoon God”, zegt hij. “Hij is alomtegenwoordig, alwetend en almachtig. Maar Hij is ook Degene die in je komt wonen als je tot geloof komt.” Volgens Hans helpt de Heilige Geest gelovigen om keuzes te maken en Jezus te volgen. “Hij onderwijst je. Hij helpt je om christen te zijn.”
Op de vraag of een christen zonder de Heilige Geest kan leven, reageert Hans resoluut. “Nee, absoluut onmogelijk.” Tegelijk begrijpt hij waarom veel mensen het ingewikkeld vinden. “God de Vader kun je je nog iets bij voorstellen. Jezus is op aarde geweest. Maar een geest die alle talen spreekt en mensen elkaar laat verstaan, dat blijft abstract.”
Toch gelooft hij dat mensen diep vanbinnen aanvoelen dat ze meer zijn dan alleen lichaam en emoties. “Wij zijn geest, ziel en lichaam”, zegt hij. “Door de Heilige Geest wordt onze geest opgewekt.” Volgens Hans gebeurt er iets wezenlijks wanneer iemand tot geloof komt. “Hij komt als het ware in onze geest wonen.”
Van psalmen naar Sela
Het gesprek gaat ook over muziek en de oprichting van Sela. Hans vertelt hoe hij als muzikaal kind opgroeide met psalmen en gezangen in de kerk. “En als het een keer heel vrolijk mocht, dan kwam er een opwekkingsliedje na het avondmaal”, zegt hij met een glimlach.
Hij voelde dat het anders kon. “Ik dacht altijd: dit kan echt anders. Hoe integreer je dat nou in de traditionele kerk?” Rond die tijd merkte hij dat de bekende opwekkingsmuziek van toen aan het veranderen was. “Ik voelde dat aan, denk ik onbewust. En toen heb ik Sela opgericht.” Zelfs de eerste optredens waren nog sterk geworteld in de traditie. “Ik begon de eerste uren nog met een psalm”, vertelt hij lachend.
Het verhaal achter ‘Ik zal er zijn’
Het bekendste lied dat Hans schreef is zonder twijfel ‘Ik zal er zijn’. Een lied dat inmiddels klinkt op bruiloften, begrafenissen en kerkdiensten door heel Nederland. Het ontstond in een moeilijke periode, nadat zangeres Kinga Bán ernstig ziek werd
“Toen Kinga ziek werd en borstkanker kreeg, dacht ik: ik ga een lied met en voor haar schrijven”, vertelt Hans. “Het interessante van dat lied is dat het eigenlijk heel snel ontstond.” Volgens hem raakte het lied een diepe snaar bij veel mensen. “Ik hoor het op bruiloften zingen, op begrafenissen. Je ziet het op grafstenen.” In het begin vond hij dat zelfs ongemakkelijk. “Ik vond het een beetje unheimisch dat mensen zo met jouw teksten op de loop gaan. Maar nu ben ik er blij mee.”
Toch wil Hans het schrijven van liederen niet mystificeren. “Mensen denken soms dat het een soort download is”, zegt hij. “Dat je ’s nachts ineens een complete tekst krijgt. Maar ik heb er ook gewoon hard aan gesleuteld.” Volgens hem ontstaat muziek juist in samenwerking tussen menselijke creativiteit en Gods inspiratie. “Je menselijke bekwaamheden en God samen brengen zo’n lied voort.”
‘God spreekt echt’
Een belangrijk deel van het gesprek gaat over het verstaan van Gods stem. Hans gelooft dat God vandaag nog steeds spreekt. Niet alleen tot voorgangers of zendelingen, maar tot iedere gelovige die bereid is te luisteren.
“Als je Bijbel leest, bidt en ook eens stil bent en zegt: ‘Heer, ik wil niet altijd zelf aan het woord zijn. Wilt U eens wat tegen mij zeggen?’, dan zie je dat God begint te spreken”, vertelt hij.
Volgens Hans vraagt dat wel oefening en onderscheidingsvermogen. “God spreekt eigenlijk tegen iedereen, maar je moet leren onderscheiden: wat is van Hem en wat komt van jezelf?” Zelf ervaart hij dat vaak vroeg in de ochtend. “Ik heb het vaak tussen vier en zes uur ’s morgens”, zegt hij. “Wereldwijd hoor je dat vaker, dat mensen ’s nachts Gods openbaring ontvangen.”
Soms ervaart hij dat ook heel concreet in het dagelijks leven. “Dan zegt God bijvoorbeeld tegen mij: ‘Ga maar naar die man, want hij is eenzaam.’ En dan ga ik daar naartoe.”
Pionier
Hans wordt tijdens het interview omschreven als een ‘rebelse dominee’, maar die term wijst hij af. “Aan rebellie heb ik eigenlijk een hekel”, zegt hij. “Dat is opstandigheid.” Liever noemt hij zichzelf een pionier of hervormer.
“Ik denk dat ik de afgelopen decennia heb meegewerkt aan vernieuwing binnen de kerk”, zegt hij. Daarbij verwijst hij naar onderwerpen die binnen traditionele kerken soms gevoelig lagen, zoals gebedsgenezing, bevrijding en eigentijdse aanbiddingsmuziek.
Voor Hans draait het uiteindelijk niet om religieuze vormen, maar om relatie. “In het begin deed ik het misschien nog vanuit een calvinistische levenshouding”, zegt hij. “Maar nu doe ik het omdat ik Jezus echt ken, omdat Hij spreekt en omdat ik Hem heel graag wil ontmoeten.”
Gebedsgenezing en wonderen
Ook over gebedsgenezing spreekt Hans opvallend open. Hij organiseert bijeenkomsten waar voor zieken wordt gebeden en zegt in de loop der jaren veel wonderlijke genezingen te hebben meegemaakt. “Ik zag duizenden mensen genezen door een wonder”, vertelt hij. “Dat is echt niet overdreven.” Tegelijk probeert hij voorzichtig en pastoraal te blijven. “Waarom genezing niet altijd gebeurt, blijft soms een mysterie”, zegt hij eerlijk. “Ik weet het niet.”
Hij benadrukt dat mensen nooit veroordeeld mogen worden wanneer genezing uitblijft. “We gaan liefdevol en pastoraal met iedereen om”, zegt hij. “Maar we geloven wel dat genezing en bevrijding onderdeel zijn van het evangelie.”
Aan het einde van het gesprek vat Hans zijn levenshouding samen in een paar persoonlijke zinnen. “Hans is gewoon een gepassioneerde man die al jong van Jezus is gaan houden”, zegt hij. “En ik dacht: waarom zou ik niet al mijn kaarten op Hem zetten? Waarom zou ik Hem niet gewoon achterna gaan rennen?”





































Praatmee