Bobby Schuller: “We hebben weer glimmende christenen nodig die schitteren”

“De kerk biedt de aanwezigheid van de Heer aan. En waar de Geest van de Heer is, is vrijheid.” Tijdens Opwekking 2026 sprak Bobby Schuller zaterdagavond over het thema The presence that makes the difference. Vanuit Exodus 33 hield hij zijn gehoor voor dat de kerk haar kracht niet vindt in entertainment of maatschappelijke invloed, maar in de aanwezigheid van God.
De Amerikaanse voorganger begon zijn boodschap met een oproep tot eenheid onder christenen. “Hoeveel kerken zijn er in Nederland?”, vroeg hij. “Eén kerk! Eén geloof, één doop en één kerk. Als je gelooft in opwekking in Nederland, moet je dat geloven. Er is geen vroege of moderne kerk. Wij zijn de vroege kerk. Dat zijn we toch niet vergeten?”
Volgens Schuller is er uiteindelijk maar één wezenlijk verschil tussen de kerk en de wereld. “De kerk biedt gemeenschap, maar dat kunnen anderen ook. Sommige kerken bieden amusement aan, maar dat kan de wereld ook. De kerk zorgt voor armen, maar dat kunnen anderen eveneens doen. Dus wat kan de kerk bieden dat niemand anders kan aanbieden? Een altaar. De kerk biedt de aanwezigheid van de Heer aan.”
God wil een offer
Die aanwezigheid van God komt volgens Schuller niet goedkoop. Hij verwees naar het Oude Testament, waar aanbidding altijd verbonden is aan offer en overgave. “Als we een offer van aanbidding aanbieden, dan komt de Heer en Hij is onder ons,” zei hij. “Maar omdat het een altaar is, zit er ook een prijs aan.”
Daarbij verwees hij naar Dietrich Bonhoeffer en diens gedachte dat discipelschap altijd iets kost. “Het kost tijd, energie, je waardigheid. Soms zelfs geld. Misschien kost het zelfs je leven.” Schuller trok vervolgens de lijn naar koning David, die in 2 Samuël 24 weigert een gratis offer te brengen. “David zei: ‘Ik zal niets aanbieden aan de Heer dat mij niets kost.’ Dat moet opnieuw de boodschap van de kerk zijn.”
Volgens de voorganger zijn veel christenen gewend geraakt aan halve offers. “Te veel christenen geven een half offer en geven wat overblijft aan God”, zei hij scherp. “Maar ik ben gered uit de hel. Ik ben er niet klaar voor om een half offer te brengen aan God. Ik wil alles geven.”
God wil niet alleen groente
Schuller gebruikte vervolgens het verhaal van Kaïn en Abel om het verschil tussen oppervlakkige en volledige aanbidding te illustreren. Kaïn bracht een offer dat hem weinig kostte, terwijl Abel iets bracht dat werkelijk waardevol was.
“God wees het offer van Kaïn af”, zei Schuller. “Wist je dat je een offer kunt brengen dat de Heer afwijst? Hij wil niet een beetje. Hij wil je helemaal.” Daarna volgde een uitspraak die veel reactie opriep in de zaal. “Te veel christenen brengen hun vlees en bloed naar voetbalwedstrijden en de groente naar God.”
Volgens Schuller raakt dat aan een diep geestelijk probleem: veel gelovigen verlangen wel naar Gods zegen, maar niet naar volledige overgave. “God verlangt ernaar in onze aanwezigheid te zijn”, zei hij, “maar we kunnen een heilige God niet met minachting behandelen. We moeten Hem alles geven.”
Mozes weigert het beloofde land zonder God
Centraal in de preek stond Exodus 33. Nadat Israël het gouden kalf heeft gemaakt, zegt God tegen Mozes dat het volk wel naar het beloofde land mag trekken, maar zonder Zijn aanwezigheid. Hij zal een engel meesturen, maar Zelf niet meegaan.
Schuller schilderde de radicaliteit van Mozes’ antwoord. “God zegt: ‘Ik geef jullie huizen die je niet gebouwd hebt, wijngaarden die je niet geplant hebt, maar Ik ga niet met jullie mee.’ En Mozes zegt: ‘Nee. Houd het land maar. Houd de wijngaarden maar. Ik blijf liever met U in de woestijn dan zonder U het beloofde land in te gaan.’”
Daarmee hield Schuller zijn luisteraars een confronterende vraag voor: verlangen wij meer naar Gods gaven of naar God Zelf? “Mozes zei: ‘Laat mij Uw heerlijkheid zien.’ Dat moet ook ons verlangen zijn.”
Glimmende christenen
Volgens Schuller verandert Gods aanwezigheid een mens van binnen én van buiten. Hij wees erop dat Mozes letterlijk straalde nadat hij in Gods nabijheid was geweest. “Toen Mozes in de aanwezigheid van God was, veranderde alles”, zei hij. “De aanwezigheid van God veranderde Mozes fysiek.”
Hij verbond dat met een persoonlijke herinnering uit zijn jeugd. Als vijftienjarige woonde hij naast een ouder echtpaar dat vervuld was met de Heilige Geest. “Ze baden voor mij en profeteerden over mij”, vertelde hij. “Deze mensen hadden een gloed om zich heen, net als Mozes.”
Daarom riep hij de kerk op om opnieuw christenen voort te brengen die zichtbaar dicht bij God leven. “We hebben weer glimmende christenen nodig die schitteren”, zei hij. “God wil in Nederland een generatie laten opstaan van glimmende priesters.”
Nederigheid vóór kracht
Volgens Schuller kan Gods kracht alleen rusten op mensen die bereid zijn nederig te worden. Hij wees op Mozes, die eerst impulsief een Egyptenaar doodde vanuit eigen kracht, maar pas veertig jaar later (als herder in de woestijn) door God geroepen werd. “In Egypte keek men neer op herders”, zei Schuller. “Mozes deed dat werk veertig jaar lang in de woestijn. Als een man van tachtig riep God hem.”
Daaruit concludeert hij: “God kan Zijn kracht en autoriteit niet toevertrouwen aan trotse en arrogante mensen.” Aanbidding betekent volgens hem daarom ook vernedering van jezelf. “God zegt: verneder jezelf. Dat is wat aanbidding inhoudt.”
Schuller benadrukte dat Gods aanwezigheid nooit samengaat met afgoden of dubbele loyaliteit. “Hoe dieper je in Gods aanwezigheid gaat, hoe minder je met je mee kunt nemen”, zei hij. Daarom riep hij zijn luisteraars op hun hart te onderzoeken. “Onderzoek je hart, maak jezelf nederig, wandel in geloof en vernietig je afgoden. Voor altijd.”
Volgens Schuller zoekt God geen perfecte mensen, maar aanbidders die Hem blijven zoeken. “God zalft aanbidders”, zei hij. “Je hoeft geen zanger te zijn om een goede aanbidder te zijn.” Hij omschreef ware aanbidding als een hardnekkig verlangen naar God. “God zoekt christenen die Hem niet met rust laten.”
Een onverwachte ontmoeting met Gods Geest
Aan het einde van zijn boodschap vertelde Schuller over een bijzondere ervaring die hij zelf had met de aanwezigheid van God. Hij zat in een café toen hij plotseling voelde alsof er wind in zijn gezicht werd geblazen. “Het voelde alsof God in mijn gezicht blies”, vertelde hij. “Dat ging ongeveer een kwartier door.”
De volgende dag gebeurde hetzelfde opnieuw terwijl hij in zijn kantoor bad voor zijn gemeente. “Ik smeekte God om meer zielen”, zei hij. “En opnieuw voelde ik die wind.” Toen hij daarna moest preken, kon hij nauwelijks spreken. “Het was waarschijnlijk de slechtste preek”, zei hij lachend. “Maar ik werd vernederd voor God. Dit is hoe Hij het hebben wil.”

































Praatmee