Mark Stoorvogel ziet Mozes roeping ontvluchten: "Wat houdt jou tegen om Jezus te volgen?"

"God kiest ervoor om door gewone, gebroken en vertwijfelde mensen zoals jij en ik in deze wereld vernieuwing en verandering te brengen. Als Hij je roept, maak dan geen bezwaar. Wat houdt jou tegen om Jezus te volgen?", aldus Mark Stoorvogel. De pastor van de Stadskerk Groningen verzorgde vanochtend tijdens de Pinksterconferentie Opwekking een indringende preek over Mozes. Tot vijf keer toe probeerde hij zijn van God ontvangen roeping te ontvluchten, totdat God Zelf sprak. Stoorvogel sprak daarnaast openhartig over zijn eigen roeping.
“Opwekking is toch te gek of niet”, zegt Stoorvogel tegen een enthousiaste menigte in de samenkomsttent. “Zelf houd ik heel erg van Opwekking. Ik kom hier heel mijn leven al. Ik heb zelfs nog foto’s dat ik hier als klein jongetje mijn eerste stappen zette. Tijdens Opwekking heb ik vele mooie momenten met Jezus meegemaakt. Een van de absolute hoogtepunten is zeker de Pinksterconferentie van 2006", vertelt hij.
Emigratie naar Amerika op losse schroeven
"Wie was er nog niet geboren in 2006? Ik voel me oud”, zegt hij lachend terwijl hij de zaal inkijkt. Hij vervolgt: “In 2006 was ik 24 jaar oud en kwam ik hier diep teleurgesteld. Zeven zomers achter elkaar zette ik me in als jeugdwerker in de getto’s van de Amerikaanse staat Tennessee. Ik was mijn hart daar verloren aan kinderen, tieners en gezinnen die in een omgeving leefden die gekenmerkt werd door geweld, drugsbendes en met name door een gebrek aan perspectief op een betere toekomst. Ik was ervan overtuigd dat dit de plek was waar God mij wilde gebruiken. Ik was klaar om te gaan. Ik besloot naar Amerika te emigreren."
Maar zijn bestemming bleek elders te liggen. "Twee en half jaar probeerde ik een visum te regelen. Die kwam er nooit. Uiteindelijk moest ik mijn grote droom afleggen. Toen ik hier in 2006 kwam, geloofde ik dat God geen specifiek plan voor mijn leven had. Ik geloofde dat volwassen worden betekende dat ik een gewoon leven zou gaan leiden als ieder ander, een leven dat bestaat uit huisje, boompje, beestje."
One man can make a difference
Tijdens de eerste dienst van de Pinksterconferentie in 2006 sprak Bill Wilson. "Hij was een van mijn grote voorbeelden. Wilson had een bediening in New York waarbij hij wekelijks 20.000 kinderen met het evangelie opzocht. Met bussen ging hij het getto in en haalde hij de kinderen naar de kerk om ze tot Jezus te brengen. Hij sprak die vrijdagavond over het thema ‘One man can make a difference.’ Hoewel ik dat altijd geloofde, was ik dat op dat moment volledig kwijtgeraakt."
Maar tijdens de preek van Wilson gebeurde er iets van binnen bij Stoorvogel. "Toen hij deze oproep deed, rende ik naar voren, viel ik op mijn knieën en zei ik tot God: ‘Hier ben ik. Gebruik mij.’ Hij sprak. God zei: ‘Mijn plan voor jouw leven is nooit veranderd. Het was alleen nooit plaatsgebonden. Wat jij al die tijd in Amerika deed, mag je nu in Nederland gaan doen.’ Gedurende die conferentie, tijdens iedere preek en in het bijzonder door alle ontmoetingen, werd mijn hart opnieuw geraakt voor de tieners en jongeren. Maar dit keer in Nederland. God roept mensen, ook vandaag, ook in het hier en nu en ook in een tijd als deze. God kiest ervoor om Zijn Koninkrijk te bouwen door Zijn kinderen heen. Hij roept gewone mensen zoals jij en ik om mee te bewegen in het realiseren van Zijn Koninkrijk hier op aarde. Hij roept dus ook jou."
Weet jij wat jouw roeping is?", vraagt hij aan de aanwezigen. "Deze ochtend wil ik stilstaan bij de roeping van Mozes in Exodus 3 en 4. Ik lees met jullie de verzen dat God aan Mozes verschijnt in en door de brandende braamstruik. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de Heer, en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken. De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, Ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers, Ik weet ze hoe ze lijden. Daarom ben Ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. De jammerklacht van de Israelieten is tot Mij doorgedrongen en Ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. Daarom stuur Ik jou nu naar de farao: jij moet Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’"
God grijpt in
De Israëlieten werden op hevige wijze onderdrukt door de Egyptenaren, vertelt Stoorvogel vervolgens. "Als slaven werden zij economisch uitgebuit en sociaal onderdrukt. Ze kregen zelfs te maken met systematische uitroeiing toen de farao besloot dat alle pasgeboren jongetjes vermoord moesten worden. In hun nood waren ze gaan bidden: ze hadden het uitgeroepen naar de hemel. Ze smeekten God om een ommekeer te brengen in hun situatie. Het volk bad en de jammerklacht van de Israëlieten was diep doorgedrongen tot de hemel en had Gods hart bereikt."
En God besluit in te grijpen. Stoorvogel: "Hij besluit dat één man het verschil moet gaan maken. Er is in deze wereld zoveel gebrokenheid en er is in dit land zoveel stuk. Laten we als kinderen van God aanhoudend bidden dat God Zich over deze aarde ontfermt en dat Hij een ommekeer in dit land brengt. Maar wees je er ook bewust van dat God onze gebeden wil verhoren door Zijn kinderen heen.
God kiest ervoor om ons te gebruiken om in te grijpen. Nood en roeping liggen heel vaak dicht tegen elkaar aan en dus roept God jou en mij om aan armen het goede nieuws te brengen, aan gevangenen vrijmaking bekend te maken, blinden zicht te geven en onderdrukten hun vrijheid te geven. We zijn opgeroepen om op te staan tegen de machten van de duisternis en een generatie tot vrijheid te leiden.”
Mozes' vijf bezwaren om Gods roeping niet te gehoorzamen
Dat was dus niet de reactie van Mozes. "Hij hoorde God aan en maakte bezwaar. Vijf keer gaat hij tegen de roeping in die God hem geeft. Ik wil met jullie naar deze vijf bezwaren kijken, omdat ik denk dat velen van ons zich in ieder geval in één van de vijf bezwaren zullen herkennen. Dat ook jij kan ervaren dat je belemmerd wordt om te gaan waar God je roept en te wandelen in Zijn bestemming."
Het eerste bezwaar vinden we in vers 11 van Exodus 3 waar Mozes roept: ‘Wie ben ik?’ "Mozes' eerste bezwaar is het gevoel van minderwaardigheid. Mozes begeeft zich hier in een soort identiteitscrisis. Ooit was hij een prins in Egypte en één keer kwam hij in opstand tegen het onrecht waar zijn volk onder gebukt ging. Dat leidde tot de moord op een Egyptenaar en een anoniem leven in een ver land. Nu was Mozes al veertig jaar lang een doodgewone schaapsherder. De schappen die hij hoedde, waren niet eens van zichzelf maar van zijn schoonvader. Mozes stelde eigenlijk niet zoveel voor. Wie was Mozes dat hij gehoor moest geven aan deze grote opdracht?"
Dat levert ook de vraag op wie wij zijn in dit licht. "Er is veel gebrokenheid in deze wereld en waarschijnlijk ben je het met mij eens dat er iets moet gebeuren. Maar dat leidt waarschijnlijk niet automatisch tot de conclusie dat jij daar een belangrijke rol in moet spelen en leidt het ook niet meteen tot de conclusie dat God jou misschien wil gebruiken om het verschil te maken. Want wie ben jij? Je bent nog veel te jong, toch? Je hebt toch nog niet de ervaring die nodig is? Je worstelt nog veel te veel met jezelf en het leven. We stellen onszelf en anderen gerust met de gedachte dat we pas iets voor een ander kunnen betekenen als we eerst onszelf leren kennen en van onszelf leren te houden. Wij zijn deze leugen met zijn allen massaal gaan geloven. We elimineren onszelf allereerst met de gedachte dat we niet goed genoeg zijn.”
Vervolgens vraagt Mozes aan God in vers 13: ‘Maar als ze me vragen wat de naam van de God is Die mij stuurt, wat moet ik dan zeggen?’ "Het tweede bezwaar waardoor vele begaafde kinderen van God worden teruggehouden is geloofsonzekerheid. Voor Mozes is God een ‘God van horen zeggen'. God is voor hem niet zijn God, maar de God van zijn vader. Mozes heeft wel over God gehoord, maar kende Hem niet persoonlijk. Als je niet goed weet wie God is, namens wie ga je dan? Welk mandaat heb je dan? Dat klinkt best als een legitiem bezwaar, toch? Hij kan je toch niet gebruiken als je nog onzeker staat in je geloof en je nog zoekt en twijfelt? Moet je niet eerst weten wie Hij is? Moet ik niet eerst veel meer kennis hebben voor Hij mij kan gebruiken?"
Mozes gaat nog verder in het volgende hoofdstuk. In hoofdstuk vier van Exodus staat in het eerste vers: ‘Al die mensen zullen mij waarschijnlijk niet geloven.’ "Het derde bezwaar is gericht op de meningen van anderen, de angst voor afwijzing. Op zich heeft Mozes daar best wel een punt te pakken, toch? Want hoe maak je een farao, een koning of een compleet volk duidelijk dat God tot je gesproken heeft en ook nog eens door een struik die in de fik stond?
Kop boven het maaiveld uitsteken
De mensen zullen waarschijnlijk denken dat hij het niet op een rijtje heeft. Mozes zullen ze zien als oude seniele man. In het beste geval zouden ze hem uitlachen en in het slechtste geval zouden ze hem vermoorden. De angst voor afwijzing is een angst die velen van ons kennen en die ons belemmert om te doen wat God van ons vraagt. ‘Wat zullen ze van mij denken?’ Soms zijn het de mensen op afstand, maar soms ook familie en vrienden die je raar aankijken en zeggen: ‘Doe maar normaal. Dan doe je al gek genoeg.’ Misschien zullen ze je uitlachen, proberen bij te sturen of zelfs veroordelen. Als jij je kop boven het maaiveld uitsteekt, dan vinden mensen altijd iets. Dat betekent dat je ook het gevaar loopt dat anderen je daarom afwijzen."
Mozes is nog niet klaar. In het tiende vers van Exodus 4 zegt hij dat geen goede spreker is en dat hij moeilijk uit zijn woorden komt. "Het vierde bezwaar van Mozes is zijn vermeende onbekwaamheid. Hij is niet alleen onzeker over wie hij is, maar ook over wat hij kan. Mozes was al veertig jaar lang een schaapsherder. Dat is wat hij kan. Maar hij had geen ervaring als het gaat om het spreken voor een farao of een heel volk. Bovendien ligt het ook ver buiten zijn comfortzone.
Hier klinkt opnieuw een bezwaar waar velen zich in zullen herkennen: ‘Heb ik wel wat nodig is? Heb ik wel voldoende ervaring?’ Als je voor een baan solliciteert, moet je ook je cv indienen en aantonen wat je kan. Je zegt: ‘Ik moet toch wel de juiste kwaliteiten en bekwaamheden hebben? God moet Zich wel vergissen als Hij mij vraagt voor iets wat ik niet kan of nooit eerder deed.’"
Mozes toont ware aard
Als deze vier argumenten geklonken hebben, volgt er nog een vijfde. "Mozes toont zijn ware aard als hij tot God zegt: ‘Neem mij niet kwalijk, Heer. Maar stuur toch maar iemand anders. Wie U maar wilt.’ Mozes’ vijfde bezwaar is de vermijding van verantwoordelijkheid. Ten diepste heeft Mozes al lang besloten dat hij gewoonweg niet wil. Hij ziet het niet zitten. Mozes zegt: ‘Kies maar iemand anders.’ Heel nobel voegt hij er dit nog aan toe: ‘Wie U maar wilt, Heer. Iedereen, behalve ik.’
Misschien is dit wel het bezwaar wat we het meeste zien in het Koninkrijk van God, dat buitengewoon begaafde kinderen van God zichzelf elimineren voor Gods plan met hun leven door verantwoordelijkheid te vermijden. We kijken liever weg en kiezen liever voor comfort: ‘Er is vast wel iemand anders die dat kan doen. En zo niet, dan is het alsnog niet mijn verantwoordelijkheid. Laat mij maar gewoon mijn eigen gangetje gaan.’
De bezwaren van Mozes zijn heel vaak dezelfde bezwaren die jij en ik opwerpen als God ons roept. In welke van de vijf herken jij het meest? Wat heeft een verlammende werking op jou? Wat houdt jou tegen om vol achter Jezus aan te gaan en Zijn plan voor jouw leven waar te maken? Vijf verschillende bezwaren en tegelijkertijd hebben ze alle vijf een heel duidelijke overeenkomst: in elk van deze vijf bezwaren staat het ‘ik’ centraal. ‘Ik weet het niet.’ ‘Ik kan het niet.’ Ik voel het niet.’ ‘Ik wil het niet.’ Maar terwijl Mozes zijn bezwaren oproept, spreekt God en trekt God Mozes naar een hoger perspectief."
Stoorvogel merkt op dat God Mozes laat zien wie Hijzelf is. "Hij trekt de aandacht af van jou en mij af en wijst naar Zichzelf. Dus als ik zeg: ‘Wie ben ik?’, dan zegt God; ‘Niet wie jij bent, maar Ik zal er zijn.’ En als ik zeg: ‘Wie bent U dan?’, dan zegt Hij: ‘Ik Ben Die Ik Ben en Ik zal er altijd zijn.’ En als ik zeg: ‘Wat zullen anderen dan van mij vinden of denken?’, dan zegt God: ‘Ik heb jou autoriteit gegeven en Ik zal mijn macht door jou heen laten blijken.’ Als ik dan zeg: ‘Heer, ik heb de juiste kwaliteiten niet’, dan zegt God: ‘Ik heb jou gemaakt, met Mijn hulp maak Ik jou bekwaam.’ En als ik dan zeg: ‘Stuur een ander’, dan zegt God: ‘Ik wijk niet af van Mijn plan met jouw leven. Ik zal anderen sturen met wie jij het samen mag doen.’ Omdat Ik Ben, zul jij zijn.’"
Aan het einde van zijn preek komt Stoorvogel terug op datgene wat hij aan het begin deelde: "In 2006 gaf ik op Opwekking mijn ‘ja’ aan Jezus. Sindsdien mag ik mij fulltime inzetten voor tieners en jongeren binnen en buiten de kerk. God heeft mijn verwachtingen, door wat Hij kan doen door één man met twijfels, onzekerheden, tekortkomingen en worstelingen, zwaar overtroffen. God maakt onmogelijke dingen mogelijk en Hij kiest ervoor om dat te doen door gewone, gebroken en vertwijfelde mensen zoals jij en ik. God roept mensen en ik geloof dat Hij ook vandaag jonge mannen en vrouwen zal roepen voor Zijn dienst. Om in een tijd als deze, in een wereld waarin zoveel gebrokenheid is, vernieuwing en verandering te brengen. Als Hij je roept, maak dan geen bezwaar. Hij zal er zijn. Hij zal met je zijn alle dagen van je leven, tot aan de voltooiing van deze wereld.”


































Praatmee