Wilfred Kols opent Opwekking 2026: “De Ik Ben spreekt in de stilte”
“Wij denken vaak dat God luid spreekt op de berg van overwinning,” zegt Wilfred Kols tijdens de avonddienst op Opwekking 2026. “Maar juist in de stilte van gebrokenheid spreekt Hij soms het duidelijkst”. De profeet Elia komt, kort na een geestelijke overwinning, volledig uitgeput onder een bremstruik terecht. “Soms heb je alles gegeven, maar voel je je toch leeg”, preekt Kols uit 1 Koningen 19.
Kols, verbonden aan Mission Prison, verbindt het verhaal van Elia aan zijn eigen verleden. Openhartig vertelt hij over zijn tijd in het criminele circuit, zijn verblijf in een isoleercel en de manier waarop hij juist daar Gods stem ervoer. “God kwam niet met een preek”, zegt hij. “Hij kwam met Zijn stille stem”.
Geestelijke overwinning en uitputting
Kols leest uit 1 Koningen 19, waar de profeet Elia onder een bremstruik terechtkomt. Volgens hem is het opvallend dat dit gebeurt vlak na een van de grootste overwinningen uit Elia’s leven. “Nog geen hoofdstuk eerder roept hij: ‘De Heere is God’,” zegt hij. “Daar staat Elia sterk, zichtbaar en krachtig. Maar ineens ligt diezelfde man alleen in de woestijn”.
Volgens Kols zit daar een herkenbare les in voor christenen vandaag. Achter groot succes kan diepe vermoeidheid schuilgaan. “Soms heb je alles gegeven,” zegt hij. “En dan komt er een moment waarop je leeg bent”.
Misschien, suggereert Kols, zijn er ook mensen op het terrein van Opwekking die uiterlijk aanwezig zijn, maar innerlijk uitgeput zijn. “Je hebt alles gedaan om hier te komen,” zegt hij. “Maar vanbinnen voel je je misschien leeg”. De woorden van Elia “Het is genoeg”, laten volgens Kols zien hoe kwetsbaar zelfs sterke gelovigen kunnen zijn. “Dat menselijke ik kennen wij allemaal”.
“God kwam niet met een preek”
Kols vertelt hoe hij jaren geleden in een isoleercel terechtkwam. Zijn leven stond toen volledig in het teken van criminaliteit en drugsgebruik. Kort daarvoor was zijn toenmalige vriendin overleden aan een hartstilstand.
“Ik was op,” vertelt hij. “Ik hoorde voortdurend die stem: van jou komt niets terecht”. De cel voelde voor hem als een plek van complete duisternis. “Net als Elia onder die bremstruik". Hij dacht eraan een einde aan zijn leven te maken en voelde zich helemaal alleen.
Toch gebeurde daar volgens hem iets onverwachts. “God kwam niet met een preek,” zegt Kols. “Hij kwam met Zijn stille stem". Daarmee legt hij de verbinding met Elia. In de woestijn krijgt de profeet geen verwijt te horen, maar slechts een eenvoudige opdracht van God: “Sta op en eet". Volgens Kols zegt dat alles over Gods houding tegenover gebroken mensen. “Wij zijn vaak hard voor onszelf,” zegt hij. “Maar God begint niet met veroordeling”.
“Ik Ben Die Ik Ben”
Kols vertelt over de naam waar God Zich mee bekend maakt aan Mozes: “Ik Ben Die Ik Ben. De Grote Ik Ben zegt niet: waarom ben je gevallen?” houdt hij de zaal voor. “Hij zegt: Ik ben erbij".
Pinksteren draait volgens hem om Gods aanwezigheid in mensen door de Heilige Geest. Niet een God op afstand, maar een God die dichtbij komt in pijn, schaamte en gebrokenheid. “Hij is hier,” herhaalt hij meerdere keren. “Ook op de plekken waar niemand anders kan komen".
Een ontmoeting in de gevangenis
Een emotioneel moment volgt wanneer Kols vertelt over een boek dat hij kreeg in de isoleercel van een cipier. Het ging om het verhaal van evangelist Nicky Cruz.
Een passage uit dat boek maakte diepe indruk op hem. De boodschap dat Gods liefde blijft bestaan, zelfs wanneer iemand totaal ontspoord is, raakte hem rechtstreeks in het hart. “Ik begon te huilen,” vertelt hij. “En toen hoorde ik een stem: ‘Mijn zoon, Ik hou van jou.’”
Voor Kols voelde dat bijna onmogelijk om te geloven. “Hoe kan iemand van mij houden, terwijl ik zoveel verkeerde dingen heb gedaan?” Toch noemt hij dat moment het begin van verandering in zijn leven. Juist omdat hij niet veroordeeld werd, maar genade ontving.
“De stilte is niet leeg”
Kols gaat opnieuw terug naar het verhaal van Elia op de berg Horeb. Eerst komen storm, vuur en aardbeving voorbij, maar God blijkt uiteindelijk aanwezig in het zachte suizen van de stilte. Volgens Kols zoeken veel christenen God vooral in sterke emoties of indrukwekkende ervaringen, terwijl de Heilige Geest juist ook spreekt in rust en stilte. “De stilte is niet leeg,” zegt hij. “Het is de adem van God".
Daarom roept hij de aanwezigen op om eerlijk te worden over wat zij meedragen. Over schaamte, moeheid of innerlijke strijd. “Misschien draag jij iets mee waar niemand van weet,” zegt hij. “Maar juist daar wil God komen".
“God is nog niet klaar met jou”
Aan het einde van de bijeenkomst benadrukt Kols dat Gods aanwezigheid niet ophoudt bij iemands dieptepunt. Hij wijst opnieuw naar Elia, die ondanks zijn wanhoop niet werd afgeschreven.
“God had nog een plan met hem,” zegt hij. “En dat plan was groter dan Elia zelf kon zien". Volgens Kols geldt dat ook vandaag nog. Hij gelooft dat God mensen wil herstellen en opnieuw wil vullen met Zijn Geest. Daarbij roept hij de zaal op om oude lasten los te laten en ruimte te maken voor Gods aanwezigheid.
Kols sluit af met een gebed: “Meer van U God, minder van mij.” Daarna vraagt hij de aanwezigen niet om luid te reageren, maar juist om stil te worden voor God. “De Grote Ik Ben wil vandaag nog steeds spreken,” zegt hij. “Ook tot jou.”





































Praatmee