Van 1892 naar 2026: wie mag zich in de CGK eigenlijk scheurmaker noemen?

Als het aan deputaten vertegenwoordiging ligt, zal een van de eerste agendapunten op de komende CGK-synode van Hoogeveen het ‘kerkordelijk duiden’ van de ‘status’ van de groep gemeenten rond ‘Rijnsburg’ zijn (advies 4 juni). Wat hier mild is geformuleerd, klinkt elders scherper: scheurmakers zal de waarheid worden gezegd.
Bij de wijsheid hiervan heb ik bedenkingen. Mag dit wel in een kerkverband dat in kerkordelijke ongerechtigheid geboren is? Is er intussen ook niet zoveel wanorde ontstaan dat de synode het beter over een andere boeg kan gooien?
De CGK van nu vloeit voort uit de Vereniging van 1892, toen het gelijknamige kerkverband fuseerde met de Nederduitsche Gereformeerde Kerken, ontstaan door de Doleantie van 1886. Een klein aantal christelijk-gereformeerden verklaarde ‘in den mogendheid des Heeren’ hun kerk voort te zetten.






































Praatmee