Archeologen na nieuwe vondsten overtuigd: ‘Verloren Bijbelstad Bethsaïda gevonden’

Archeologen zeggen na tien jaar ervan overtuigd te zijn dat zij het Bijbelse Bethsaïda hebben gevonden. Nieuwe vondsten aan de noordoostelijke oever van het Meer van Galilea versterken volgens hen de identificatie van de huidige vindplaats el-Araj als de stad waar Jezus onderwijs gaf en wonderen verrichtte.
Tijdens het deze zomer afgesloten opgravingsseizoen vonden onderzoekers onder meer muren uit de Romeinse tijd, munten, lampen, een basaltstenen maalsteen en een half Dorisch kapiteel. Dat laatste voorwerp maakte waarschijnlijk deel uit van een openbaar gebouw.
Ook werden stenen vaatwerken van kalksteen en intacte zogenoemde Herodiaanse olielampen aangetroffen. Deze lampen werden vóór het jaar 70 in Jeruzalem gemaakt. Volgens de onderzoekers vormen ze een belangrijke aanwijzing dat in de eerste eeuw een Joodse gemeenschap in el-Araj woonde.
De vondsten passen bij het beeld van Bethsaïda als een Joods vissersdorp dat later uitgroeide tot de Romeinse stad Julias. De Joods-Romeinse geschiedschrijver Flavius Josephus schreef dat vorst Herodes Filippus het dorp Bethsaïda tot stad verhief en het Julias noemde.
"Alles wat we uit de grond halen, bevestigt en versterkt deze identificatie”, zegt onderzoeksleider Steven Notley volgens de New York Post. "Niets wat we hebben gevonden, spreekt haar tegen.” Notley noemt Bethsaïda "de laatste verloren stad van de evangeliën”.
Volgens hem ontstaat door alle vondsten samen een steeds duidelijker beeld van de vroegere nederzetting. "We proberen rekening te houden met de opeenstapeling van bewijsmateriaal uit alle opgravingsvakken. Daarmee ontstaat een historisch profiel van de oude vindplaats. Dat beeld wordt ieder seizoen duidelijker.”
De archeologen graven sinds 2016 bij el-Araj. In eerdere jaren vonden zij al resten van woningen uit de Romeinse tijd en een Byzantijnse basiliek. Een inscriptie in een mozaïek verwijst naar Petrus als 'leider en aanvoerder van de hemelse apostelen'. Volgens een oude christelijke traditie werd de kerk gebouwd boven het huis van Petrus en Andreas.
Bethsaïda komt meerdere keren voor in de Bijbel. Petrus, Andreas en Filippus waren volgens Johannes 1:44 afkomstig uit de plaats. Marcus beschrijft hoe Jezus er een blinde man genas. In het evangelie van Lukas wordt de omgeving van Bethsaïda verbonden met de wonderbare spijziging, waarbij Jezus duizenden mensen te eten gaf.
De identificatie van el-Araj is binnen de archeologie niet onomstreden. Een andere groep onderzoekers beschouwt de nabijgelegen vindplaats et-Tell als het oude Bethsaïda. De ligging van die plek op grotere afstand van de huidige oever roept echter vragen op, omdat Bethsaïda bekendstond als vissersplaats. El-Araj ligt direct aan het Meer van Galilea en bevat aantoonbaar resten van een Joodse nederzetting uit de tijd van Jezus.
De nieuwe vondsten bewijzen niet dat Jezus op deze plaats wonderen verrichtte. Ze versterken volgens het opgravingsteam wel het historische bewijs dat el-Araj de in de evangeliën genoemde stad Bethsaïda is.







































Praatmee