Aantal christenen in Gaza gehalveerd sinds begin oorlog

Het aantal christenen in de Gazastrook is sinds het uitbreken van de oorlog sterk gekrompen. Kort na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 woonden er naar schatting nog ongeveer duizend christenen in Gaza. Inmiddels zijn dat er nog 541, meldt het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem. De kerk maakt zich grote zorgen over hun toekomst.
George Akroush, directeur van het ontwikkelingsbureau van het Latijns Patriarchaat, vraagt christenen wereldwijd om hun geloofsgenoten in Gaza en de Palestijnse gebieden te steunen. In een open brief schrijft hij dat christenen tijdens de oorlog zijn omgekomen en anderen het gebied hebben verlaten.
Tegelijk willen veel achtergebleven gelovigen niet vertrekken. Zij verlangen vooral naar 'de mogelijkheid om te leven, te werken, hun kinderen op te voeden en hun geloof waardig uit te oefenen in het land waar het christendom is ontstaan', schrijft Akroush.
Leven onder zware omstandigheden
De omstandigheden voor christenen in Gaza zijn bijzonder zwaar. Zij hebben te maken met de gevolgen van de oorlog, een tekort aan eerste levensbehoeften en slecht functionerende medische voorzieningen. Ook is het moeilijk gebleken om hulpgoederen bij de christelijke gemeenschap te krijgen.
De problemen van christenen in Gaza begonnen bovendien niet in 2023. Na de moord op Rami Ayyad, manager van een Bijbelgenootschap in Gaza-Stad, verlieten in 2007 al verschillende christenen het gebied. Een deel van hen vestigde zich later in Bethlehem.
Ook werkloosheid vormt een groot probleem. Onder Palestijnse christenen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever ligt die volgens Akroush rond de 54 procent. Vooral voor jongeren kan het gebrek aan toekomstperspectief reden zijn om te emigreren. Akroush vraagt: 'Wat gebeurt er wanneer een hele generatie begint te geloven dat haar toekomst ergens anders ligt?'
Zorgen over kinderen
Ook het onderwijs heeft zwaar geleden onder de oorlog. Duizenden kinderen in Gaza hebben lange tijd geen normaal onderwijs kunnen volgen. Het Latijns Patriarchaat probeert via een speciaal onderwijsprogramma kosten te betalen, zodat kinderen hun opleiding kunnen voortzetten.
Akroush wijst erop dat onderwijs van groot belang is om jonge christenen toekomstperspectief te bieden. Zonder scholing, werk en voldoende inkomen wordt de druk om Gaza te verlaten alleen maar groter.
Ook buiten Gaza staan christenen economisch onder druk. Veel Palestijnse christenen verdienen hun inkomen in het toerisme en de pelgrimssector. Door de oorlog is het aantal bezoekers aan het Heilige Land sterk teruggelopen. Ambachtslieden, gidsen, chauffeurs, winkeliers, hotelmedewerkers en restauranteigenaren zijn daardoor inkomsten kwijtgeraakt.
Akroush waarschuwt voor een verdere afname van de historische Palestijns-christelijke aanwezigheid in het Heilige Land. Tegelijk zijn er ook andere christelijke gemeenschappen in Israël en de Palestijnse gebieden, waaronder Arabisch-evangelische christenen en Messiasbelijdende Joden.
Ondanks de moeilijke omstandigheden kiezen sommige christenen er bewust voor om in Gaza te blijven. 'Zelfs te midden van deze verwoesting kiezen sommigen ervoor om te blijven', schrijft Akroush. 'Ze blijven bidden. Ze zorgen voor elkaar. Ze houden vol. Hun aanwezigheid is iedere dag opnieuw een daad van moed.'











































Praatmee