Geven uit liefde of uit angst? Zo kan geloof toxisch worden
Moeten christenen tienden geven om Gods zegen te ontvangen? Stef Schagen waarschuwt voor geloofsbewegingen waarin geld, macht en geestelijk gezag met elkaar verweven raken. Hij legt de praktijk naast het Nieuwe Testament en stelt een andere manier van geven centraal.
De annalen van de geschiedenis laten zien dat waar veel geld is, ook al gauw geldzucht en hebzucht de kop opsteken (1 Tim. 6:10). Waar ongecontroleerde macht is, daar is ook al gauw machtsmisbruik. Zorg dat je uit de greep van de Mammon blijft (Matt. 6:24, Matt. 19:23). Het ‘already’ van het Koninkrijk is superpower. Het ‘not yet’ ervan heeft zich al vaak bewezen in corruptie. Tijdens de hoogtijdagen van het Heilige Roomse Rijk reed de paus in goud op zijn paard en werd de gewone man te voet tot straatarm uitgebuit met onder meer de aflaat. Grove familiepolitiek (nepotisme) en het kopen van macht (simonie) waren schering en inslag.
‘Jezus is voor jullie arm geworden om jullie rijk te maken’, schreef Paulus (2 Kor. 8:9). Ik kan maar niet ontsnappen aan het beeld dat de welvaartspredikers ons nalaten met hun vliegtuigen: zij worden rijk door hun luisteraars arm te maken. Maar dat is misschien wat ongenuanceerd.
Geven uit liefde
In 2 Korinthe 8 hoopt Paulus dat de Korinthiërs gaan geven voor de nood van de kerk in Jeruzalem. Hij gebruikt daarvoor het voorbeeld van de straatarme christenen in Macedonië. Ondanks hun extreme armoede gaven zij royaal, schreef Paulus de Korinthiërs (8:1-4). Zij gaven ondanks ‘de beproeving van verdrukkingen uit overvloedige blijdschap en diepe armoede’ (8:2).
De Macedoniërs gaven niet omdat hun gouden bergen werden beloofd als oogst wanneer zij zouden zaaien met hun geld. Ze waren straatarm. Van welvaart was geen sprake, ondanks dat zij gaven. Zij vroegen ‘met alle aandrang, uit eigen beweging van ons de gunst, deel te mogen nemen aan het dienstbetoon voor de heiligen’ (8:4).
Hoe haal je mensen over om te geven? De Geest van God doet dat binnenin (Ezech. 36:25-27). Het komt van binnenuit (2 Kor. 9:7). Paulus beval het hun niet (2 Kor. 8:8). Het geefgedrag van de straatarme Macedoniërs kwam recht uit het hart.
Hoe komen die welvarende geloofsbewegingen aan hun geld? Op goddelijke wijze? Als welvaartspredikers prediken dat God voorziet als je maar gelooft, waarom besteden zij dan zoveel aandacht aan geld?
Laat je niet zomaar overhalen. Laat je niet bij de neus nemen door schijnargumenten. God dwingt je niet. Hij straft je niet. Hij forceert jouw eigen wil niet. Hij ziet jouw oprechtheid.
Toxisch
De geschiedenis heeft al vaak bewezen dat geloofsbewegingen en kerken toxisch worden omdat je meestal maar één kant op mag denken: de kant die de leider of beweging voorschrijft. Je mag enkel buigen voor het godsbeeld van de beweging. Zelden word je aangemoedigd zelf de Schrift te onderzoeken, kritische vragen te stellen en zelf na te denken. En er is groepsdruk. Wie niet meedoet, is niet heilig, gelovig en geestelijk genoeg. Er is schaamte. Andersdenkenden worden met de nek aangekeken. Er is een oppervlakkige, eenzijdige theologie.
En al gauw wordt gezegd dat je niet mag oordelen. Maar als je een andere auto koopt, kijk je toch ook eerst onder de motorkap? Beoordelen is iets anders dan oordelen of veroordelen.
Een kerk of beweging wordt een toxische persoonlijkheidscultus wanneer de leider het evangelie gebruikt om zelf iets te worden, in plaats van zich weg te geven voor Gods glorie en de schapen (Fil. 1:17). Een gezonde, Bijbelse leider verwijst altijd naar de Schrift, Gods gezag op papier. Hij wijst niet naar zichzelf, maar naar de enige Messias Die redt: Jezus.
Manipulatie met angst
Een veelgehoord argument dat in zo’n beweging of kerk subtiel gebruikt wordt om mensen tot geven te bewegen, is: ‘Als jij je tienden niet betaalt, dan kan God jou niet zegenen.’ Sommigen zijn wat minder subtiel: ‘Dan zul je door de vloek getroffen worden, lees Maleachi 3.’
Dat argument is wettisch en magisch tegelijk. Het is religieuze manipulatie met angst. Het is een grof geestelijk middel om je te bespelen. Niemand wil het immers met God aan de stok krijgen. Niemand heeft trek in de kaalvreter op zijn bankrekening, de sprinkhaan. Niemand wil de vloek en iedereen wil de zegen. God erbij halen om een ander jouw wil op te leggen, is misschien wel de grofste manipulatie die er in de wereld is. Mensen halen vaak gauw de goden erbij om te winnen ten koste van anderen, niet alleen op het voetbalveld. En tegen God kan niemand op.
Het is tovenarij (Gal. 3:1). Je eigen wil wordt geroofd (Gal. 5:1). Paulus gaat er met gestrekt been in. Het Griekse woord dat hij gebruikt (baskaino) betekent letterlijk ‘het boze oog’. Achter wetticisme zit het boze oog dat achter je aan zit. Het controleert je of je goed genoeg bent.
Religieuze magie en manipulatie werken snel betoverend, omdat ze inspelen op onze onderliggende innerlijke wereld en onze onzekerheid. Ook speelt mee dat wij God juist serieus nemen. Ze misbruiken onze gevoelens in plaats van die te bevrijden, wat de bedoeling is (Gal. 5:1, 2 Kor. 3:17). Op de lange termijn werkt het meestal averechts.
Als je je in een beweging of kerk bevindt waar je niet zelfstandig mag denken, waar je enkel mag buigen voor het heersende gedachtegoed en waar je loyaliteit belangrijker is dan Gods waarheid, is er iets grondig mis. Als je daar bovendien moet knielen voor een andere Jezus dan Die de apostelen ons nalieten in hun epistels (2 Kor. 11:1-4), dan is er in zo’n beweging eigenlijk maar één gang: de uitgang.
Opnieuw wil ik je hiermee niet tegen het zere geloofsbeen schoppen. Vergeef mij alsjeblieft als ik dat doe. Nadrukkelijk wil ik zeggen dat ik het hier niet enkel over charismatische bewegingen heb. Traditionele kerken ontsnappen evenmin aan de problemen met de slang in de Tuin.
Jezus’ onvoorwaardelijk verbond
Het genoemde argument is bovendien niet Bijbels. Het verbond van Mozes waaronder Maleachi schreef, was een voorwaardelijk verbond. Bij gehoorzaamheid kwam er zegen, bij ongehoorzaamheid de vloek (Lev. 26, Deut. 28).
Maar wij zijn onder het Nieuwe Verbond van Jezus en Zijn verbond is onvoorwaardelijk: genade (Heb. 13:9, Ef. 2:4-6, Galatenbrief, Romeinenbrief). Geloof gaat in dat Verbond niet over het verkrijgen van welvaart, maar over redding.
Het is goed om te weten dat Jezus Zelf geen tienden afdroeg, omdat Hij twee beroepen had die niet onder de tiendenplicht vielen. Hij hief Zelf ook geen tienden van Zijn discipelen, omdat Hij de bevoegdheid niet had om tienden te heffen in het religieuze systeem van Zijn tijd. Jezus was uit een andere stam: Juda, niet Levi. Zijn priesterschap was van een andere orde: Melchisedek, niet Aäron (Heb. 7, Gen. 14). Zijn bediening was van een andere berg: Sion, niet de Sinaï (Ex. 19-24, Gal. 4, Heb. 10-12). ‘Uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van wet’ (Heb. 7:12).
Hoe kwamen zij rond?
Waar leefde Jezus dan van en waaruit bekostigde Hij Zijn bediening? Misschien had Hij tijdens Zijn jaren als timmerman gespaard. Wellicht brachten zij samen van alles in, zoals de kerk in Handelingen later deed (Hand. 2:44, 4:32). Lucas 8:1-3 vermeldt dat er vrouwen waren die ‘hen dienden met hetgeen zij bezaten’, waaronder de vrouw van de schatbewaarder van de koning. Petrus viste nog (Joh. 21:3). Paulus maakte tenten, omdat hij de gemeente niet tot last wilde zijn (Hand. 18:3, 1 Kor. 9:12).
Zij leefden een sober bestaan. De romantiek van de bediening, met hotels, etentjes en vliegtuigen, ging aan hen voorbij:
9 Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.
10 Wij zijn dwaas om Christus' wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
11 Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven;
12 wij verrichten zware handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen;
13 worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe. (1 Kor. 4:9-13, NBG)
Als wij graag terug willen naar de apostolische kerk van Handelingen, nemen wij de soberheid en vreselijke verdrukking dan ook graag?
Slot
Al dat gezegd hebbende, hou ik ermee op. Laten wij geven, folks. Laten wij alles op het Altaar leggen dat wij hebben, zodat Jezus verkondigd wordt in de natiën. Laten wij de meest extreme gevers worden op aarde en een reflectie zijn van de gevende God, Die het beste weggaf dat Hij heeft: Zichzelf. Pap, U mag álles hebben! Hier ben ik! Neem mij met huid en haar! En hier is ook mijn portemonnee!











































Praatmee