Tussen iftar en Pasen: jongerenwerk is nooit neutraal

In een samenleving waarin jongeren zoeken naar identiteit, betekenis en richting, staat ook het jongerenwerk onder druk. Hoe ga je om met geloof, zingeving en persoonlijke overtuigingen in een vak dat vaak als neutraal wordt gezien? In deze column reflecteert de auteur op zijn eigen rol als jongerenwerker.
In een tijd waarin jongerenwerkers iftars helpen organiseren en jongeren begeleiden in de aanloop naar Pasen, ondersteunen wij hen in hun weg naar volwassenheid. We helpen hen hun plek te vinden in de samenleving.
Toch valt mij iets op. Daar heb ik vragen en gedachten bij.
Het wordt steeds lastiger om jongeren te leren nuanceren en relativeren, als tegengeluid tegen sensatienieuws en polariserende framing. Juist daarom zijn bekwame rolmodellen en identificatiefiguren zo belangrijk in het jongerenwerk.
Identiteit en kwaliteit
Iedereen die mij kent of met mij gewerkt heeft, weet dat mijn kwaliteit niet los verkrijgbaar is van mijn identiteit.
Het beste wat ik te bieden heb, is mijn geloof in Jezus. Maar dat is niet het enige. Denk ook aan mijn inzet voor jongeren en mijn trainingen voor professionals. Ik doe mijn werk met kwaliteit. Op die kwaliteit wil ik beoordeeld worden.
Behoeftegericht werken betekent voor mij dat ik uitga van het verhaal van de ander. Oprecht luisteren. Niets opdringen. Gewoon aanwezig zijn, betrouwbaar en transparant. Juist dat is voor mij een belangrijk onderdeel van mijn christen zijn.
De mythe van neutraliteit
Ik zet mij al langer in voor professionals die intrinsiek gemotiveerd zijn om jongeren te helpen groeien. Mensen die ruimte maken voor gesprekken over identiteit, geloof en betekenis.
Het jongerenwerk kan misschien neutraal genoemd worden, maar de jongerenwerker is dat nooit volledig.
Ook iemand die niet in God gelooft, heeft een waardensysteem dat zichtbaar wordt in zijn of haar handelen. Waarom zou diegene zijn werk wel kunnen doen zonder verdachtmakingen, en ik niet?
Jongeren zoeken naar wie ze zijn, waar ze bij horen en wat hun leven betekenis geeft. Dat zie je terug in cultuur, community, geloof en spiritualiteit.
De jongerenwerker loopt daar niet voor weg. Hij beweegt mee, stelt vragen en biedt ruimte. Niet om iets op te leggen, maar om jongeren te helpen hun eigen weg te vinden.
Rol van de professional en zingeving
Dat vraagt om professionals die stevig staan, sensitief zijn en verschillende leefwerelden begrijpen. Mensen die niet bang zijn voor het gesprek over zingeving, maar dit juist meenemen in hun begeleiding en coaching.
In de zorg wordt zingeving al erkend als een essentieel onderdeel van gezondheid, zoals blijkt uit het model Positieve Gezondheid van Machteld Huber. Waarom zouden we dat in het jongerenwerk buiten beschouwing laten?
De kernvraag
Misschien is de echte vraag niet of zingeving een plek heeft in het jongerenwerk. De vraag is hoe we daar op een zorgvuldige en inclusieve manier vorm aan geven. Daar ligt wat mij betreft de uitdaging voor deze tijd.
Wat denken jullie?




























Praatmee