ChristenUnie wil opheldering over verbod op paasdienst in Alkmaarse kerk
Het besluit om de Grote Kerk van Alkmaar niet te verhuren aan de Protestantse Gemeente voor een paasdienst, heeft geleid tot Kamervragen van ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De weigering was gebaseerd op het argument dat het historische gebouw 'geen religieuze samenkomsten' toelaat, terwijl het wel wordt gebruikt voor diverse andere evenementen, zoals culturele bijeenkomsten en whiskyproeverijen.
Ds. J. Zuidema van de Protestantse Gemeente Alkmaar deed een aanvraag voor een gezamenlijke paasdienst, maar kreeg te horen dat het gebouw geen religieuze functie meer heeft, met uitzondering van een jaarlijkse kerstnachtdienst. Zuidema merkte op dat, ondanks de afwijzing voor een gebedsdienst, er wel activiteiten plaatsvinden zoals een tentoonstelling van de Zuid-Koreaanse videokunstenaar.
Directeur-bestuurder Naud van Geffen van de culturele evenementenlocatie Stichting Theater De Vest/Grote Kerk Alkmaar verklaarde in de krant dat de Grote Kerk een cultureel profiel heeft en gebedsdiensten of missen niet worden toegestaan. Hij nodigde ds. Zuidema uit voor een gesprek. De ChristenUnie-fractie in de Alkmaarse gemeenteraad stelde hierover al eerder vragen aan burgemeester en wethouders, waarbij aandacht werd gevraagd voor de gelijke behandeling van maatschappelijke en levensbeschouwelijke organisaties.
Kamervragen Ceder
Kamerlid Ceder wil van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap weten hoe dit beleid zich verhoudt tot het principe van inclusiviteit, dat culturele instellingen vaak nastreven, zeker gezien de beschermde Rijksmonumentale status van het kerkgebouw. Hij vroeg of de minister de opvatting deelt dat religieuze bijeenkomsten deel uitmaken van immaterieel cultureel erfgoed en van oudsher verbonden zijn met kerkgebouwen met een cultuurhistorische functie.
Verder wil het Kamerlid weten in hoeverre dit standpunt overeenkomt met de Algemene wet gelijke behandeling en of de stichting Behoud Grote Kerk directe of indirecte subsidie ontvangt van OCW. Indien dit het geval is, vraagt hij naar het bedrag en de voorwaarden die OCW stelt aan subsidies voor het behoud en de exploitatie van religieus erfgoed, met speciale aandacht voor non-discriminatie en gelijke toegang voor diverse vormen van gebruik, waaronder religieus gebruik.
Ceder vroeg de minister of zij het wenselijk acht dat een gebouw met een eeuwenlange religieuze functie, mede in stand gehouden met publieke middelen, expliciet wordt uitgesloten van religieus gebruik, terwijl andere bijeenkomsten wel zijn toegestaan. Ook wil hij weten of dit verenigbaar is met het doel van de subsidies. De minister wordt verzocht te onderzoeken of het huidige subsidiebeleid van OCW voldoende waarborgen biedt om uitsluiting van levensbeschouwelijke groepen door gesubsidieerde instellingen te voorkomen.
Tenslotte vraagt hij naar andere bekende gevallen van subsidieverstrekking aan historische kerken met een expliciet verbod op kerkactiviteiten en hoe uitvoering wordt gegeven aan eerder ingediende moties over functiebehoud van kerken.
































Praatmee