SGP stelt Kamervragen over onderbouwing puberteitsremmers en hormoonbehandelingen bij kinderen

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk heeft schriftelijke vragen gesteld aan minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de wetenschappelijke onderbouwing van puberteitsremmers en hormoonbehandelingen bij minderjarigen met genderdysforie. Aanleiding is een recent artikel waarin scherpe kritiek wordt geuit op het zogenoemde Dutch Protocol, de Nederlandse behandelroute die internationaal grote invloed heeft gehad op transgenderzorg voor jongeren.
Van Dijk vraagt de minister of zij kennis heeft genomen van het artikel Three decades of ‘Dutch Protocol’ research has not produced reliable evidence. De auteurs stellen daarin dat dertig jaar onderzoek naar het Dutch Protocol geen betrouwbaar bewijs heeft opgeleverd dat puberteitsremmers, cross-sekshormonen en operaties de mentale gezondheid van minderjarigen verbeteren.
De SGP’er wil weten hoe de minister deze conclusie beoordeelt. 'Erkent u dat de methodologische onderbouwing van deze behandelingen uiterst kwestieus is?', vraagt hij. Ook wijst hij erop dat landen als Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk hun benadering van transgenderzorg voor kinderen inmiddels hebben herzien. 'Waarom kiest Nederland er tot op heden voor om vast te houden aan het Dutch Protocol?', aldus Van Dijk.
Onderzoek Gezondheidsraad
Het Dutch Protocol werd eind jaren negentig en begin jaren 2000 ontwikkeld in Nederland. Daarbij kunnen jongeren met ernstige genderdysforie onder voorwaarden puberteitsremmers krijgen, gevolgd door hormoonbehandelingen en later eventueel operaties.
Volgens de auteurs van het artikel is de bewijsbasis voor deze aanpak zwak. Zij verwijzen naar meerdere systematische reviews uit onder meer Scandinavië en het Verenigd Koninkrijk, waarin wordt geconcludeerd dat er geen betrouwbaar bewijs is dat deze behandelingen depressie, angst of suïcidaliteit verminderen. Tegelijk wijzen zij op mogelijke risico’s, zoals onvruchtbaarheid, verminderde botdichtheid en levenslange afhankelijkheid van hormoonbehandelingen.
Van Dijk vraagt of het artikel wordt meegenomen in het lopende onderzoek van de Gezondheidsraad naar transgenderzorg voor jongeren. Ook wil hij weten of het betrokken wordt bij de herziening van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg.
Dood patiënt
Een opvallend onderdeel van de Kamervragen gaat over een patiënt uit wetenschappelijk onderzoek naar het Dutch Protocol die overleed na complicaties bij een operatie. Van Dijk vraagt of het klopt dat 'een mannelijke patiënt is overleden als direct gevolg van complicaties na colovaginaplastiek' en of die operatie nodig was 'omdat er sprake was van onderontwikkeling van penis en scrotum vanwege de toegediende puberteitsremmers'.
De SGP wil weten of het overlijden onafhankelijk is onderzocht en of dit is gemeld bij de betrokken medisch-ethische toetsingscommissie. Ook vraagt Van Dijk wat de gebruikelijke procedure is wanneer een patiënt tijdens deelname aan een behandeling in het kader van wetenschappelijk onderzoek overlijdt.
Langetermijngevolgen
Verder vraagt Van Dijk of in Nederland systematisch wordt bijgehouden wat de korte- en langetermijnuitkomsten zijn van transgenderbehandelingen bij jongeren. Daarbij noemt hij onder meer complicaties, spijt en detransitie. 'Worden in Nederland gezondheidsuitkomsten op korte en lange termijn, complicaties, spijt en detransitie systematisch bijgehouden? Zo nee, waarom niet?', vraagt hij. Ook wil hij weten of de minister bereid is om zo’n registratie te starten.
Informatie aan ouders en kinderen
De SGP’er vraagt daarnaast aandacht voor de informatievoorziening aan jongeren en hun ouders. Volgens Van Dijk moet duidelijk zijn dat de verwachte mentale gezondheidswinst onzeker is en dat er bekende risico’s bestaan, zoals mogelijke onvruchtbaarheid.
De politicus sluit zijn vragen af met de vraag waarom de minister deze behandelingen nog gerechtvaardigd acht als de wetenschappelijke onderbouwing onzeker is en de medische gevolgen blijvend kunnen zijn. Ook wil hij weten welke wetenschappelijke ontwikkelingen voor haar aanleiding zouden zijn om de huidige Nederlandse aanpak te heroverwegen.









































Praatmee