Turkse wetenschapper tempert hoop op bewijs voor ark van Noach

Berichten dat er mogelijk bewijs is gevonden voor de ark van Noach wekken veel aandacht, maar zijn volgens de Turkse geograaf Faruk Kaya te vroeg. Dat schrijft Christian Daily International. Hij benadrukt dat er tot op heden geen overtuigend archeologisch bewijs bestaat dat de Bijbelse ark daadwerkelijk is gelokaliseerd.
De recente discussie richt zich op de Durupinar-formatie, een opvallende, bootvormige structuur in Oost-Turkije. Deze plek wordt al decennialang in verband gebracht met de ark van Noach, zoals beschreven in het Bijbelboek Genesis. Internationale media meldden onlangs dat gevonden aardewerk die link zou bevestigen, maar volgens Kaya gaan deze conclusies verder dan het onderzoek toelaat.
Sporen van mensen, niet van een ark
Volgens Kaya wijzen de gevonden keramische fragmenten vooral op menselijke aanwezigheid in de oudheid. Het aardewerk kan dateren uit de Chalcolithische periode (circa 5500–3000 v.Chr.), een tijdvak waarin mensen zich in dit gebied vestigden.
Hoewel deze periode ruwweg in de buurt ligt van het tijdsbestek waarin Noach volgens de Bijbel leefde, is dat volgens Kaya geen bewijs dat de ark hier heeft gelegen. “Daarvoor ontbreekt elk concreet archeologisch aanknopingspunt", stelt hij.
Media lopen vooruit op de wetenschap
Kaya wijst erop dat de Durupinar-formatie al uitgebreid is onderzocht. Sommige studies beschrijven een structuur die op een schip lijkt, maar benadrukken tegelijk dat aanvullend en overtuigend bewijs nodig is. Volgens hem slaan sommige media die nuance over en verbinden zij sporen van oude bewoning rechtstreeks aan het Bijbelverhaal.
“Wetenschap vraagt om voorzichtigheid", zegt Kaya. “Oude menselijke activiteit is niet automatisch bewijs voor een Bijbelse gebeurtenis.”
Duidelijke maatstaven nodig
De formatie ligt in de buurt van de berg Ararat, wat de interesse verder aanwakkert. Maar nabijheid alleen is volgens Kaya onvoldoende. "Het vaststellen van een Bijbelse locatie vereist harde data, gedegen documentatie en ondubbelzinnige archeologische vondsten", stelt hij.
Die ontbreken op dit moment, concludeert hij. Daarom pleit Kaya voor terughoudendheid en zorgvuldigheid bij het interpreteren van nieuwe ontdekkingen.




































Praatmee