Christenen en hindoes bezorgd om Brits regeringsvoorstel rond 'anti-moslimhaat'

Christelijke en hindoeïstische leiders in het Verenigd Koninkrijk maken zich zorgen over een nieuw regeringsvoorstel. Dat meldt Christian Daily International. De Britse regering werkt aan een officiële richtlijn die uitlegt wat zij ziet als ‘anti-moslimhaat’. Zij vrezen dat dit gevolgen kan hebben voor hun geloofsvrijheid en vrijheid van meningsuiting.
De discussie volgt op een eerdere definitie uit 2018 van de All-Party Parliamentary Group on British Muslims (APPG). Deze parlementaire werkgroep omschreef islamofobie toen als een vorm van racisme. De huidige regering wil dat nu aanpassen en specifiek gaan spraken van 'anti-moslimhaat'.
Critici zeggen dat het nieuwe plan inhoudelijk weinig verschilt van de oude definitie. Zij vrezen wél dat het gevolgen kan hebben voor legitieme kritiek op de islam en het religieuze debat zelf.
Christenen bezorgd
Vanuit christelijke hoek leeft de vrees dat het delen van het evangelie onder druk kan komen te staan. Alicia Edmund, beleidsmedewerker bij de Evangelical Alliance, een samenwerkingsverband van christenen, kerken en organisaties in het Verenigd Koninkrijk, benadrukt dat de boodschap van het evangelie geen haat is.
Zij maakt duidelijk dat het spreken over Jezus en Zijn onderwijs volgens haar behoort tot de kern van het christelijk geloof en niet mag worden gezien als vijandigheid. Tegelijk onderstreept zij dat echte haat en geweld tegen mensen altijd moeten worden bestreden.
Edmund pleit ervoor dat de regering scherp onderscheid maakt tussen religiekritiek en vijandigheid tegenover gelovigen. Volgens haar is dat nodig om de vrijheid van meningsuiting te kunnen beschermen.
De Evangelical Alliance heeft hierover meerdere gesprekken gevoerd met de regeringswerkgroep die de definitie voorbereidt.
Kritiek vanuit hindoeïstische gemeenschap
Ook de Hindu Council U.K., een landelijke koepelorganisatie van hindoeïstische gemeenschappen, uit stevige kritiek. Directeur Dipen Rajyaguru schreef hierover een brief aan minister Steve Reed.
In die brief erkent hij het belang van bescherming van moslims tegen geweld en discriminatie. Tegelijk noemt hij het voorstel problematisch. Volgens hem bevat de definitie vage termen zonder duidelijke juridische betekenis.
Rajyaguru wijst erop dat bestaande straf- en gelijkheidswetten burgers al beschermen. Hij vreest dat de nieuwe omschrijving ruimte laat voor subjectieve uitleg en politieke beïnvloeding.
Angst voor beperking van debat
Volgens Rajyaguru delen ook christelijke, sikh- en seculiere organisaties deze zorgen. Zij zijn bang dat het voorstel geen helder onderscheid maakt tussen vijandigheid tegen mensen en religiekritiek.
Hij waarschuwt dat theologisch debat en historische discussie hierdoor in gevaar kunnen komen. Stevige of kritische uitspraken zouden volgens hem te snel kunnen worden gezien als stereotypering of het aanwakkeren van haat.
Dat kan leiden tot terughoudendheid en zelfcensuur. Volgens Rajyaguru staat dit haaks op democratische waarden, waarin het recht om ideeën te bevragen centraal staat.
Hij spreekt zelfs van het risico op een feitelijke bescherming van religieuze ideeën tegen kritiek, vergelijkbaar met een moderne vorm van godslasteringswetgeving. Daarbij uit hij ook kritiek op het gebrek aan overleg met andere geloofsgemeenschappen.
Oproep tot duidelijke grenzen
De Hindu Council waarschuwt dat activisten de definitie kunnen gebruiken om wettige meningen het zwijgen op te leggen. Rajyaguru roept de regering daarom op zich te richten op echte problemen, zoals geweld en intimidatie tegen individuen.
Volgens hem moet haat tegen moslims krachtig worden bestreden, maar niet ten koste van de vrijheid van meningsuiting, gelijkheid voor de wet en de stem van andere minderheden.
De nieuwe definitie wordt voorbereid door een adviesgroep onder leiding van Dominic Grieve. De regering heeft nog niet inhoudelijk gereageerd op de zorgen van christelijke en hindoeïstische organisaties.



































Praatmee