Militaire leiders Myanmar proberen macht te behouden met verkiezingen

De militaire leiders in Myanmar proberen hun macht te versterken met verkiezingen en het vrijlaten van gevangenen. Vorige week liet de junta weten dat meer dan 6.000 mensen uit de gevangenis zijn vrijgelaten. Volgens de staatszender MRTV is dit bedoeld als een menselijk gebaar om de bevolking gerust te stellen in aanloop naar de volgende stemronde.
Mensenrechtenorganisaties plaatsen hier grote vraagtekens bij. De Assistance Association for Political Prisoners zegt dat sinds de militaire staatsgreep in 2021 meer dan 30.000 burgers en voorstanders van democratie zijn opgepakt. Ongeveer 23.000 politieke gevangenen zitten nog vast. Het is onduidelijk of zij bij de vrijgelaten groep horen, omdat de regering geen namen heeft bekendgemaakt.
De bekendste gevangene, Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, is niet vrijgelaten. Zij zit onder huisarrest en moet een gevangenisstraf van 27 jaar uitzitten. Internationale waarnemers noemen de aanklachten tegen haar politiek gemotiveerd. Volgens recente berichten gaat haar gezondheid achteruit.
Haar partij, de National League for Democracy, die in 2020 de verkiezingen won, is verboden. Andere onafhankelijke partijen zijn ook opgeheven. Alleen partijen die het leger steunen mogen meedoen. Openlijke kritiek op de verkiezingen is strafbaar.
De eerste stemronde kende een zeer lage opkomst. De door het leger gesteunde Union Solidarity and Development Party ligt voor. VN mensenrechtenrapporteur Tom Andrews zegt dat er geen sprake kan zijn van echte verkiezingen zolang burgers worden aangevallen en tegenstanders gevangen zitten.
De volgende stemronde vindt plaats op 11 januari. De laatste ronde volgt op 25 januari. De uitslag wordt in februari verwacht. Volgens waarnemers zijn vrije verkiezingen onmogelijk zolang het leger maar een deel van het land controleert en doorgaat met geweld tegen de bevolking.
Voor christenen is de situatie in Myanmar extra zorgelijk. Het land kent al jaren conflicten waarbij ook christelijke minderheden zwaar worden getroffen. Kerken zijn verwoest, voorgangers opgepakt en christenen op de vlucht geslagen. Vooral in grensgebieden, waar veel christenen wonen, lijdt de bevolking onder geweld en onzekerheid.
Internationaal staat het regime grotendeels alleen. De regionale organisatie ASEAN houdt afstand. De Maleisische minister van Buitenlandse Zaken Mohamad Hasan zei eerder dat verkiezingen nu niet het belangrijkste zijn. Volgens hem moet eerst het geweld stoppen.
Toch krijgt de junta steun van China en Rusland. Zij helpen bij de voorbereiding van de verkiezingen en geven het regime politieke steun.




































Praatmee