Christenen uit alle kerken en generaties hebben elkaar nodig

Ik was achttien en zat op de jeugdvereniging van de Gereformeerde Gemeenten. We konden een ‘inleiding’ houden, zo heette dat toen. Ik koos Hosea. Waarom? Geen idee meer. Ik las het hele boek door, plus een paar boeken met uitleg en ook nog wat van Corrie ten Boom dat er eerlijk gezegd niks mee te maken had. Maar ik genoot. Ik weet zelfs nog wat ik aanhad. En dat ik diep vanbinnen wist: dit wil ik vaker doen.
Een paar jaar later werd ik lid van de PKN, in een gereformeerde bondsgemeente. Ik zat in een brainstormgroep over een paasdienst. Ik kwam met ideeën en namen, tot een ouderling zei: "Zou jíj niet willen spreken?" De vraag was te mooi om nee op te zeggen, maar ook te spannend om meteen ja te zeggen. Want mocht dat dan? Ik had toen nog geen theologie gestudeerd en was jong en vrouw bovendien. Maar die ouderling zag blijkbaar iets in mij. En dat ene moment waarop ik stond te preken in die hervormde kerk op het plein in Woerden, werd uiteindelijk het begin van wat later mijn werk zou worden.
Inmiddels ben ik twee keer zo oud en geef ik jongeren van nu met datzelfde verlangen graag een zetje. In de herfstvakantie mochten er daarom weer twee jongeren - van tussen de 16 en 21 - mee op een trainingsweek voor (s)prekers om een preek te maken en te houden. De deelnemers kwamen uit de NGK, PKN, RKK en evangelische gemeenten, alles door elkaar.
Vrijdagmiddag sloten we af met z’n negenen in een kring. We baden allemaal voor degene die links van ons stond.
En toen dankte de jongste met tranen in zijn ogen: dat we samen met alle heiligen die week iets meer van de hoogte, breedte, diepte en lengte van de liefde van Christus hadden mogen ontdekken.
Ik pinkte ook een traantje weg. Want zo is het.
We hebben elkaar nodig: heiligen uit alle eeuwen, kerken, culturen én generaties.





































Praatmee