Gewapende groeperingen bedreigden kerkleiders rond Colombiaanse presidentsverkiezingen

Kerkleiders in verschillende delen van Colombia zijn voorafgaand aan de presidentsverkiezingen bedreigd door gewapende groeperingen. Dat meldt mensenrechtenorganisatie Christian Solidarity Worldwide (CSW).
Volgens CSW probeerden militante groepen invloed uit te oefenen op het stemgedrag van inwoners en kerkleiders. Daarbij zouden voorgangers zijn gewaarschuwd voorzichtig te zijn met het steunen van bepaalde kandidaten.
De presidentsverkiezingen vonden afgelopen zondag plaats. Abelardo de la Espriella won de tweede stemronde met 49,7 procent van de stemmen. Zijn tegenstander Iván Cepeda kreeg 48,7 procent.
Voorgangers uit onder meer de regio's Arauca, Caquetá, Cauca, Guaviare en Nariño vertelden aan CSW dat leden van het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN) hen verplichtten bijeenkomsten bij te wonen. Tijdens die bijeenkomsten zouden kerkleiders gesommeerd zijn op welke presidentskandidaat gestemd moest worden.
Ook zou de ELN hebben gezegd dat er geen nieuwe kerken meer mogen worden gesticht, omdat er volgens de groep al genoeg kerken zijn.
In de regio's Caquetá en Cauca kwamen vergelijkbare meldingen binnen. Daar zouden afsplitsingen van de voormalige FARC-beweging kerkleiders hebben verteld dat het stemgedrag van gemeenteleden werd gevolgd.
Sommige gewapende groepen zouden kiezers zelfs hebben opgedragen een foto van hun stembiljet te maken als bewijs dat zij volgens instructies hadden gestemd.
Als reactie hebben verschillende kerken benadrukt dat zij politiek neutraal zijn. De Quadrangular Christian Church in Arauca verklaarde dat haar belangrijkste opdracht geestelijk van aard is.
Anna Lee Stangl van CSW noemt de berichten zorgwekkend. Volgens haar is het niet verrassend dat juist kerkleiders doelwit zijn. Gewapende groepen zien hen vaak als een bedreiging voor hun invloed en macht in lokale gemeenschappen.
CSW roept de nieuwe president op om speciale beschermingsmaatregelen voor kerkleiders opnieuw in te voeren. Veel voorgangers en andere religieuze leiders lopen volgens de organisatie gevaar omdat zij zich inzetten voor hun gemeenschappen en weerstand bieden aan de invloed van gewapende groepen.





































Praatmee