Bewijs van hervormingen Hizkia? Gevonden steen wijst erop, zegt Israëlische universiteit

Een recent onderzoek van de Bar-Ilan Universiteit suggereert dat een steen van 2.750 jaar oud die gevonden is in een Israëlitische villa bij Tel Eton, ten zuiden van Jeruzalem, mogelijk archeologisch bewijs levert voor de bijbelse hervormingen van koning Hizkia. Dat meldt All Israel News.
Professor Avraham Faust, de auteur van de studie, stelt dat de steen mogelijk dienstdeed als een massebah, een staande steen die veel voorkwam in religieuze contexten in het oude Oosten. De schijnbare vernietiging ervan zou kunnen aansluiten bij Hizkia's campagne om lokale aanbiddingsplaatsen en religieuze symbolen buiten Jeruzalem uit te schakelen, zoals in de Bijbel beschreven wordt.
De steen heeft een gewicht van ongeveer 750 kilogram en is 1,4 meter hoog. Deze staande stenen, of masseboth, waren volgens prof. Faust een algemeen religieus gebruik in het oude Midden-Oosten, vanaf de prehistorie tot ver daarna, en zijn zowel archeologisch als in geschreven bronnen, inclusief de Bijbel, terug te vinden. De exacte betekenis ervan blijft een discussiepunt, maar alle experts zijn het erover eens dat ze in religieuze settings gebruikt werden.
Te zwaar
Aanvankelijk was de steen onderdeel van een typisch Israëlitisch vierkamerhuis. Na de verwoesting van dit huis lijkt de steen verwijderd en hergebruikt te zijn. De opgravingen vonden plaats tussen 2014 en 2015, maar de onderzoekers herkenden de betekenis ervan pas later. "We begrepen niet meteen wat we hadden gevonden," vertelde Faust aan The Times of Israel. "We dachten dat de stenen laag deel uitmaakte van de instorting van een muur, en dat de grote steen daarvan deel uitmaakte. We verwijderden alle andere stenen, maar de grote was veel te zwaar. We overwogen aanvankelijk die in stukken te breken om het gemakkelijker te verwijderen, maar na het starten van het proces besloten we daarvan af te zien. Pas later begrepen we dat het een massebah moest zijn geweest."
Een passage in 2 Koningen 18:3-4 verwijst specifiek naar de vernietiging van staande stenen tijdens de regeerperiode van Hizkia: Hij nam de offerhoogten weg, sloeg de gewijde stenen in stukken en hakte de gewijde palen om. Hij verbrijzelde ook de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de Israëlieten er tot die tijd toe reukoffers aan gebracht hadden.
Hizkia en Josia
Faust legde uit dat de meeste wetenschappers twee primaire hervormingen die leidden tot religieuze veranderingen tijdens de IJzertijd ter discussie stellen: die van Hizkia en die van koning Josia. "Aangezien de hervorming van Josia later in de zevende eeuw plaatsvond, is deze niet relevant, maar Hizkia regeerde vermoedelijk in de achtste eeuw, dus dat past wel."
Faust erkent dat de steen een nieuwe aanwijzing geeft, maar geen uitsluitsel biedt. Ook is het volgens de onderzoeker onduidelijk of de steen nog rechtop stond in de laatste fase van het gebouw en of de betreffende kamer uitsluitend voor religieuze doeleinden werd gebruikt.







































Praatmee