CHE-docenten pleiten voor meer ruimte voor vrouwelijke theologen

De discussie over de plaats van vrouwen in de kerk krijgt een nieuw hoofdstuk. Twee docenten van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) reageren kritisch op een recent opiniestuk van de hersteld hervormde dominee T.A. Bakker. 'Bepalen wie mee mogen doen aan het gesprek is ook een hermeneutische keuze', stellen oudtestamenticus Carin Slotboom-Meijers en systematisch theoloog Hanneke de Pater-Bakker.
De reactie volgt op een debat dat ontstond nadat hoogleraar Hanneke Schaap-Jonker in het Reformatorisch Dagblad had gepleit voor meer betrokkenheid van vrouwen bij het geestelijke gesprek in de gemeente. Daarbij noemde zij onder meer de mogelijkheid van een raad van vrouwen naast de kerkenraad. Ds. Bakker reageerde daarop kritisch en stelde dat de kerk geen behoefte heeft aan argumenten als 'waarom mogen vrouwen niet meepraten?', maar aan 'brede, Bijbelse theologie'.
Volgens Slotboom-Meijers en De Pater-Bakker gaat Bakker daarmee voorbij aan een belangrijk punt. Zij stellen dat de samenstelling van een gesprek invloed heeft op hoe Bijbelteksten worden gelezen en verstaan. 'We zijn, is een goed gereformeerd uitgangspunt, ook in ons verstaan van de Schrift beperkte mensen', schrijven zij. Daarom hebben gelovigen volgens hen niet alleen de leiding van de Heilige Geest nodig, maar ook elkaar, met verschillende achtergronden en perspectieven.
De auteurs benadrukken dat het niet betekent dat elk perspectief automatisch juist is. Wel menen zij dat verschillende levenservaringen kunnen helpen om andere of nieuwe aspecten van Bijbelteksten op te merken. 'We begrijpen de Bijbeltekst beter door verschillende (soorten) mensen aan het woord te laten.'
Kritiek op selectie van gesprekspartners
De twee CHE-docenten reageren ook op de suggestie dat deelname van vrouwen aan theologische gesprekken vooral zou draaien om ervaring of geslacht. Volgens hen zijn er wel degelijk vrouwen die inhoudelijk deskundig zijn op de besproken thema’s.
'Het probleem is echter niet dat er geen vrouwen zijn die ‘goede, gereformeerde theologie produceren’. Die zijn er wel degelijk', schrijven zij. Volgens hen wordt soms al vooraf bepaald welke stemmen als gezaghebbend gelden en wie daarover mogen meepraten. 'Dat lijkt ons geen basis voor een open en eerlijk gesprek.'
Romeinen 16
Net als Schaap-Jonker verwijzen Slotboom-Meijers en De Pater-Bakker naar Romeinen 16, waar Paulus verschillende vrouwen noemt die betrokken waren bij het werk van de vroege kerk. Volgens hen vraagt een beroep op 'brede Bijbelse theologie' juist om aandacht voor het geheel van de Schrift, inclusief de beschrijvende gedeelten waarin zichtbaar wordt hoe God mannen én vrouwen inzet.
'Als vrouwen in de Bijbel actief deelnemen aan onderwijs, profetie, gebed en missionair werk in de gemeente, dan is de vraag naar hun stem in de kerk en in de theologie allesbehalve triviaal', stellen zij.
Zorg om vrouwelijke theologiestudenten
Een belangrijk deel van hun reactie gaat over de positie van vrouwelijke theologiestudenten binnen reformatorische kring. Volgens de auteurs is het opvallend dat vrouwen die afkomstig zijn uit de bevindelijk-gereformeerde traditie en theologie studeren, vaak uiteindelijk elders terechtkomen.
In een toelichting op sociale media schrijft Slotboom-Meijers dat zij zich verantwoordelijk voelt voor een nieuwe generatie vrouwelijke theologiestudenten. 'Elk jaar spreek ik wel een aantal nieuwe 18-jarige meiden aan wie gevraagd wordt: ‘Maar deze studie is toch helemaal niet geschikt voor jou als vrouw?’'
Slotboom-Meijers en De Pater-Bakker pleiten daarom niet direct voor vrouwelijke ambtsdragers, maar wel voor meer betrokkenheid van vrouwelijke theologen in het kerkelijke gesprek. 'Elk gesprek wordt gevormd door de stemmen die erin klinken en de stemmen die erin ontbreken', schrijven zij. 'Daarom hopen wij dat bij een volgend gesprek over de plek van vrouwen in de kerk ook een vrouw aan tafel zit.'







































Praatmee