Onderzoek bevestigt sociale onveiligheid bij dienstenorganisatie PKN
Een extern onderzoek bevestigt dat er al langere tijd ernstige problemen spelen binnen de werkcultuur van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Dat meldt de kerk zelf. Onderzoekers van Andersson Elffers Felix (AEF) spreken onder meer van “langdurige spanningen”, “gevoelens van sociale onveiligheid” en “onvoldoende ruimte om zorgen of kritiek bespreekbaar te maken”.
Het onderzoek werd ingesteld na eerdere berichtgeving van het Nederlands Dagblad over een onveilige werksfeer op het landelijke hoofdkantoor van de PKN. Daarin spraken oud-medewerkers over angst om zich uit te spreken, spanningen in de samenwerking en kritiek op de stijl van leidinggeven binnen de organisatie.
Volgens de PKN richtte het onderzoek zich op de periode 2018-2025. Het rapport schetst volgens de kerk niet alleen een kritisch beeld. Medewerkers blijken sterk betrokken bij de kerk en hun werk, en zetten zich met grote inzet in voor de opdracht van de PKN. Tegelijkertijd zijn er volgens het rapport duidelijke problemen met sociale veiligheid, rolverdeling, samenwerking en gebrek aan richting.
Preses Trijnie Bouw zegt dat de kerk de aanbevelingen “zorgvuldig” zal bestuderen en “krachtig” wil opvolgen. “Het is duidelijk dat er een verbeteropgave ligt voor alle gremia van de Protestantse Kerk in Nederland: synode, moderamen, bestuur, directie, leidinggevenden en medewerkers.”
De inhoud van het rapport is vooralsnog niet openbaar gemaakt. Eerst worden medewerkers geïnformeerd. Daarna bespreekt de kleine synode het rapport op 26 juni achter gesloten deuren.
De kwestie houdt de PKN al langere tijd bezig. Na eerdere publicaties in het Nederlands Dagblad stapte het bestuur op. Algemeen directeur Jurjen de Groot is met ziekteverlof.
Volgens de kerk wordt de komende periode gewerkt aan “herstel van vertrouwen, versterking van sociale veiligheid en verduidelijking van rollen en verantwoordelijkheden”. De PKN erkent dat het rapport veel kan oproepen bij medewerkers, oud-medewerkers en anderen die bij de dienstenorganisatie betrokken waren.





































Praatmee