Christenen in Syrië vrezen dat wapenstilstand weinig verandert aan hun positie

De Syrische regering heeft een onmiddellijk landelijk staakt-het-vuren aangekondigd met de Koerdisch geleide Syrian Democratic Forces (SDF). Daarmee komt een einde aan bijna twee weken van gevechten in het noordoosten van het land. Internationaal klinkt voorzichtig optimisme over meer stabiliteit, maar onder christenen en andere minderheden overheerst bezorgdheid.
Volgens Syrische staatsmedia maakt het bestand deel uit van een breder akkoord met veertien punten. Daarin staat dat de SDF wordt geïntegreerd in het Syrische leger en de veiligheidsdiensten. President Ahmed al-Sharaa verklaarde dat Damascus hiermee opnieuw gezag krijgt over de provincies al-Hasakah, Deir Ezzor en Raqqa. Deze regio’s zijn strategisch belangrijk vanwege hun olie- en gasvoorraden. Het akkoord volgde op overleg in Damascus met de Amerikaanse speciaal gezant Tom Barrack, die het volgens de BBC omschreef als een stap richting een “verenigd Syrië”.
Op basis van de afspraken neemt de Syrische overheid het bestuur over van burgerlijke instellingen, grensovergangen en energievoorzieningen die tot nu toe onder SDF-controle stonden. Strijders van de SDF zullen na screening worden opgenomen in het ministerie van Defensie en Binnenlandse Zaken. Ook neemt Damascus de verantwoordelijkheid over voor gevangenissen en kampen waarin tienduizenden buitenlandse IS-strijders en hun families vastzitten.
Opvallend is dat het akkoord opnieuw toezeggingen bevat over Koerdische rechten. Zo wordt gesproken over erkenning van de Koerdische taal en cultuur, inclusief de status van het Koerdisch als officiële taal en de erkenning van het Koerdische nieuwjaar als nationale feestdag. Dat zou een historische stap zijn, omdat dergelijke rechten sinds de Syrische onafhankelijkheid in 1946 nooit formeel zijn vastgelegd.
SDF-commandant Mazloum Abdi bevestigde het bestand op Koerdische televisie. Hij zei dat het doel is om een bredere oorlog te voorkomen en dat het recente geweld zijn troepen was “opgelegd”. Abdi gaf aan Koerdische gemeenschappen te zullen informeren na zijn terugkeer uit Damascus en benadrukte dat de SDF wil vasthouden aan de verworvenheden van het Koerdische zelfbestuur dat tijdens de burgeroorlog ontstond met steun van de Verenigde Staten in de strijd tegen Islamitische Staat.
Toch leven onder minderheden grote zorgen. Een christelijke Syrisch-Koerdische vluchteling in Europa vertelde aan Christian Daily International dat het akkoord weinig geruststelling biedt. Al langere tijd vreest hij voor de veiligheid van minderheden zoals Koerden, Alawieten, Druzen en christenen. In het afgelopen jaar is volgens hem sprake geweest van extreem geweld tegen deze groepen, telkens in verschillende delen van het land.
Hij wees op aanvallen op Alawitische gemeenschappen aan de kust, geweld tegen Druzen in het zuiden, explosies bij kerken in Damascus en recente aanvallen op Koerdische gebieden. Feestelijkheden rond wat de autoriteiten de “bevrijding van Syrië” noemen, hebben die angst volgens hem verder aangewakkerd. Bewapende strijders zouden Koranverzen hebben gescandeerd en dreigementen hebben geuit die doen denken aan Islamitische Staat. Van een boodschap van inclusie of bescherming voor minderheden was volgens hem geen sprake.
Ook de overdracht van gevangenissen baart zorgen. De nieuwe autoriteiten namen onlangs een gevangenis in Raqqa over met circa vijfduizend IS-gevangenen die sinds 2015 waren opgepakt. Dat roept vrees op voor mogelijke vrijlatingen en een heropleving van extremisme. Een dergelijk scenario zou volgens de vluchteling niet alleen niet-moslims, maar ook veel moslims in ernstig gevaar brengen.
Hij uitte daarnaast kritiek op Europese media die Syrië steeds vaker als veilig presenteren. In landen als Duitsland wordt openlijk gesproken over terugkeer van Syrische vluchtelingen en diplomatieke contacten met de nieuwe machthebbers. Voor hem persoonlijk is terugkeer ondenkbaar. Als Koerd die recent van de islam tot het christendom is bekeerd, zou hij naar eigen zeggen voortdurend in levensgevaar verkeren als zijn identiteit bekend wordt.
De zorgen van christenen worden ondersteund door recente cijfers van Open Doors. De organisatie plaatste Syrië op plaats zes van de nieuwe Ranglijst Christenvervolging. Dat is een scherpe stijging ten opzichte van het jaar ervoor, toen het land nog op plaats achttien stond. De toename is het gevolg van een sterke groei van geweld tegen christenen. De geweldsscore steeg bijna tot het maximum. Cvandaag sprak met een voormalig voorganger uit Syrië en legde hem enkele vragen voor over de huidige situatie. Lees dat interview hier.
Open Doors meldt dat de vervolgingsdruk in Syrië hoger is dan ooit, met dodelijke aanvallen, kerkbombardementen en sluiting van christelijke instellingen. Naar schatting wonen er nog zo’n 300.000 christenen in het land, een fractie van het aantal van tien jaar geleden. Minstens 27 christenen kwamen in de verslagperiode om vanwege hun geloof, al ligt het werkelijke aantal waarschijnlijk hoger. Een zelfmoordaanslag in juni 2025 op de Grieks-orthodoxe Mar Elias-kerk in Damascus kostte 22 kerkgangers het leven en verwondde tientallen anderen.
Na de val van het regime van Bashar al-Assad in december 2024 werd een tijdelijk constitutioneel kader ingevoerd dat de macht sterk bij de president legt en de islamitische wetgeving als belangrijkste bron van recht aanwijst. Volgens Open Doors vergroten politieke verdeeldheid en toenemende islamistische invloed de druk op christenen en andere minderheden.




































Praatmee