ChristenUnie wil uitleg over benoeming Iran in VN-commissie
Don Ceder heeft schriftelijke vragen gesteld aan minister van Buitenlandse Zaken over de steun van Nederland aan omstreden benoemingen binnen de Verenigde Naties. Aanleiding is het besluit van de Economische en Sociale Raad van de VN om Iran voor te dragen voor de Commissie voor Programma en Coördinatie. Daarnaast selecteerde men China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan voor de Commissie voor Niet-Gouvernementele Organisaties.
Volgens de ChristenUnie is het moeilijk te begrijpen dat landen die bekendstaan om mensenrechtenschendingen juist een rol krijgen in commissies die zich bezighouden met mensenrechten en maatschappelijke organisaties.
Ceder wil van het kabinet weten of Nederland deze benoemingen daadwerkelijk heeft gesteund en welke overwegingen daarbij een rol speelden. Ook vraagt hij waarom Nederland Iran geschikt acht om programma’s rond thema’s als gendergelijkheid, mensenrechten en terrorismebestrijding te beoordelen.
De Commissie voor Niet-Gouvernementele Organisaties speelt een belangrijke rol binnen de Verenigde Naties. Zij beslist welke maatschappelijke organisaties toegang krijgen tot de VN via een zogeheten consultatieve status. Daardoor bepaalt de commissie mede welke stemmen op internationaal niveau worden gehoord.
Meer dan zeventig organisaties slaan alarm
Juist daarom uiten meer dan zeventig maatschappelijke organisaties wereldwijd zorgen over de recente verkiezingen. Zij riepen de regionale groepen binnen de VN vooraf op om meer kandidaten voor te dragen dan er plaatsen beschikbaar waren. Volgens hen ontbrak er nu een echte keuze, omdat in de meeste regio’s precies evenveel kandidaten waren als zetels. Daardoor konden landen als Cuba en Nicaragua zonder tegenkandidaten worden gekozen.
De organisaties waarschuwen dat dit de geloofwaardigheid van de VN ondermijnt. Landen waar het maatschappelijk middenveld onder druk staat, krijgen zo invloed op de vraag welke maatschappelijke organisaties toegang krijgen tot de Verenigde Naties.
Verenigde Staten nemen afstand
Ook de Verenigde Staten namen afstand van de besluiten. De Amerikaanse VN-vertegenwoordiger verklaarde dat Cuba en Nicaragua ongeschikt zijn voor de commissie omdat zij hun eigen burgers onderdrukken en maatschappelijke organisaties beperken. Ook noemde hij de voordracht van Iran “onacceptabel”, vanwege de jarenlange schending van mensenrechten en de dreiging die het land vormt voor buurlanden.
Volgens de Amerikaanse verklaring is Iran daarom niet geschikt om zitting te nemen in een commissie die programma’s en begrotingen van de VN beoordeelt.
Ceder vraagt het kabinet nu waarom Nederland zich niet, net als de Verenigde Staten, van deze besluiten heeft gedistantieerd. Ook wil hij weten of Nederland zich in het verleden heeft uitgesproken tegen deelname van landen die structureel mensenrechten schenden aan dit soort commissies.
Beroep op internationale rechtsorde
Daarbij verwijst hij naar artikel 90 van de Grondwet, waarin staat dat Nederland de internationale rechtsorde moet bevorderen. Volgens het Kamerlid draagt deelname van landen die fundamentele rechten schenden juist bij aan de uitholling van die rechtsorde.
Tot slot vraagt de ChristenUnie of Nederland samen met gelijkgezinde landen extra stappen wil zetten om te voorkomen dat landen met een slechte staat van dienst op het gebied van mensenrechten in de toekomst opnieuw zulke invloedrijke functies binnen de VN krijgen.









































Praatmee