cip.nl is nu cvandaag.nl
Start gratis maand
robert plomp
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Dagelijks leven

21 september 2022 door Robert Plomp

Moet een christen in staat zijn om te bewijzen dat God bestaat?

Kun jij bewijzen dat God bestaat? Het is een vraag die regelmatig gesteld wordt, soms in een persoonlijk gesprek, maar meestal meer in het algemeen op social media of in blogs en columns. Soms is de persoon die de vraag stelt echt benieuwd naar het antwoord, maar meestal wordt de vraag gesteld vanuit de gedachte dat dat bewijs toch niet geleverd kan worden. Na de vraag volgt meestal een ongemakkelijk gesprek met veel misverstanden, misplaatste triomfantelijke conclusies (van beide kanten), en langs elkaar heen gepraat. Vaak komt dat ook door de christen die reageert, maar meestal ligt het probleem bij de uitgesproken atheïst.

cvandaag Premium logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door cvandaag Premium lid Robert Plomp.

Word ook lid

Wie stelt moet bewijzen. Dat is een redelijk uitgangspunt. Als een gelovige zegt: "Ik weet zeker dat God bestaat", dan is het logisch dat iemand nieuwsgierig reageert met de vraag: "Laat het bewijs maar zien!" Maar in de dagelijkse realiteit zijn het meestal de atheïsten die roepen dat God niet bestaat. Door dat te zeggen ligt de bewijslast dus bij hen. Wie stelt bewijst immers, het klopt dat het onmogelijk is om te bewijzen dat iets niet bestaat, maar dan moet je de stelling niet doen. Als iemand een agnostische levensopvatting heeft, en dus zegt dat hij geen definitieve uitspraak over het bestaan van goden kan doen, dan hoeft die persoon inderdaad niets te bewijzen. Maar hardop roepen dat God, de kerstman, of Elvis Presley niet bestaat of nooit bestaan heeft, vraagt om bewijs. En wie hardop beweert dat ze wel bestaan mag ook met overtuigende argumenten komen.

Doen alsof het geloof in Sinterklaas feitelijk hetzelfde is als het geloof in God is een kinderlijk argument. 

Maar vergelijkingen met de kerstman en de tandenfee gaan niet op. Zover ik weet zijn er geen mensen die zichzelf identificeren als tandenfee-ontkenners. Het feit dat er mensen prat op gaan dat ze niet in het bestaan van God geloven laat zien dat het wel geloven in het bestaan van God kennelijk relevant is. Natuurlijk bestaan de gods-ontkenners enkel omdat er ook God-aanbidders zijn, maar juist daaruit blijkt dat de discussie over God van een heel andere orde is dan de vraag of de paashaas bestaat.

Er zijn miljarden mensen die geloven dat er een godheid is die relevant is voor hun bestaan. Daarvoor hebben zij miljoenen redenen, die variëren van emotionele projecties, wonder-ervaringen, tot vermeende openbaringen en rationele denkconstructies. Of die overtuigingen overtuigend zijn is een vraag die elke atheïst terecht mag stellen. Maar doen alsof het geloof in Sinterklaas feitelijk hetzelfde is als het geloof in God is een kinderlijk argument. Vrijwel geen enkele volwassene gelooft in Sinterklaas, terwijl er onder de intelligentste mensen en wetenschappers God-gelovers zijn. En juist daarom is de vraag of God bestaat zo relevant voor veel atheïsten dat deze telkens in hen opborrelt.

Ook voor veel gelovigen is de vraag naar het bestaan van God van groot belang. In onze tijd meer dan ooit. Dat klinkt misschien gek, maar is volkomen logisch, de vraag of God werkelijk bestaat was voor de meerderheid van de christenen in de geschiedenis geen punt van twijfel of overdenking. Dat was gewoon een uitgangspunt. Het geloof draaide niet om de vraag of God er is, maar of Hij luistert, of Hij van ons houdt, of Hij ook mij genadig wil zijn, waarom Hij het kwaad laat bestaan, wat Hij vindt van bepaalde dingen, wat Zijn boodschap is, etc.

Vergelijk het met de vraag of je vader wel je echte vader is. Geen kind denkt daar over na, totdat je in aanraking komt met een vriend of vriendin van wie blijkt dat de buurman eigenlijk zijn echte vader is. Dan ga je zelf ook twijfelen.

Het overgrote deel van ons leven maken we beslissingen zonder enige wetenschappelijke zekerheden. 

De vraag of iets rationeel waterdicht bestaat houdt ons meestal maar weinig bezig. We boeken een vakantiehuisje via internet, en reizen daar honderden of duizenden kilometers naar toe, puur vanuit het vertrouwen dat het er ook echt is. We steken ons voor tonnen in de schulden om een huis te kopen dat we twee keer hebben gezien, en waarvan we slechts een redelijke inschatting kunnen maken of die enorme verhuizing ons echt gaat brengen wat we hopen. We veranderen van baan zonder het bewijs dat het echt onze carrière vooruit gaat brengen. We trouwen met een persoon zonder de zekerheid dat zij of hij over vijf jaar nog steeds ons gelukkig maakt. Het overgrote deel van ons leven maken we beslissingen zonder enige wetenschappelijke zekerheden, maar bij God moeten we ineens een peer-reviewed wetenschappelijk bewijs overleggen. Dat is vreemd.

Want al die vakanties, verhuizingen en huwelijken kunnen bestaan dankzij vertrouwen. We vertrouwen de website, we vertrouwen de makelaar en de taxateur, en we vertrouwen onze echtgenoot. Echt niet zomaar op de blauwe ogen, daar gaan gesprekken aan vooraf, wikken en wegen, een avondje uit, een bezoek aan het huis. Maar uiteindelijk nemen we de belangrijkste beslissingen in ons leven op basis van vertrouwen: De ander draait ons vast geen loer en laat geen lijk in de kast liggen.

Het geloof in God draait ook om dat vertrouwen, net zoals onze relatie met God op die van een kind met zijn vader lijkt. De kern ligt niet in het antwoord op de vraag of het dna matcht, maar of die man van ons houdt, het beste met ons voorheeft, ons niet mishandelt, ons eten geeft, en zijn beloften nakomt.

Soms lig ik 's nachts wakker van de vraag of Hij er ook echt is. 

Het christelijk geloof draait niet om de vraag of God bestaat, maar om de vraag of wij God willen dienen. Een christen wil God dienen omdat we Hem betrouwbaar vinden, we erkennen dat Hij ons geluk op het oog heeft, en de juiste beslissingen kan nemen in ons voordeel. We geloven niet dát God bestaat, we vertrouwen er allereerst op dat Hij ons echt heden en toekomst geeft. Het woordje 'geloven' is wat verwarrend voor veel atheïsten, die denken dat het een soort buienradar-geloof is: 'Ik geloof dat het gaat regenen', maar dat is een misverstand. Net zoals geen vrouw met een man trouwt omdat hij nu eenmaal bestaat.

Maar dat wil niet zeggen dat dat bestaan van God niet relevant is. Want de God van de Bijbel, de God in wie ik geloof, in wiens handen ik mijn leven wil leggen, blijkt het geloven niet waard als Hij er niet is. Hij kan mij niet redden als Hij niet bestaat. De existentiële vraag, de vraag of Hij bestaat, doet er dus wel toe. Zeker in een tijd waarin het bestaan van godheden algemeen betwijfeld wordt. Ik ben ervan overtuigd dat de God van de Bijbel, die zich volledig geopenbaard heeft in Jezus Christus, de God is die ik nodig heb. Maar soms lig ik 's nachts wakker van de vraag of Hij er ook echt is. Heb ik Hem niet gewoon zelf gemaakt als projectie van mijn eigen verlangens? Dat zou zomaar zo kunnen, het zou niet voor het eerst zijn dat mijn gedachten de werkelijkheid anders voorstellen dan ze is.

En als die vraag eenmaal in je hoofd is opgekomen, dan is het goed om daar over na te denken. Dat doe je bij het vakantiehuisje ook als je eenmaal weet dat er fraudeurs op de markt zijn. Is de website te vertrouwen? Zijn er recensies? Daarom zeggen veel christenen dat de natuur voor hen een bewijs is dat God bestaat. Die is zo mooi en complex, dat is voor hen als een goede recensie. Een ander beroept zich op filosofische logica. God moet de eerste, onbewogen beweger zijn, Hij moet de ruimtelijkheid geschapen hebben waarin onze werkelijkheid zich kon ontwikkelen. Voor anderen is de loop van de geschiedenis, of hun eigen levensverhaal van groot belang. Ze wijzen op de wonderlijke geschiedenis van het volk Israël, op wonderlijke gebeurtenissen die anderen of zijzelf meemaakten. Dat zijn allemaal geen godsbewijzen maar godsrecensies. Je zou het getuigenissen kunnen noemen. En net zoals bij dat vakantiehuis een recensie niet voor iedereen overtuigend is, is niet elke godsrecensie voor een ander doorslaggevend.

We geloven niet omdat we Gods bestaan kunnen bewijzen, maar omdat we Hem volledig vertrouwen.

Dan hoeft zo'n vraag-atheïst niet meteen met schuim op z'n lippen te oreren dat het niets bewijst! Want dat wist de christen allang. Je gaat toch ook niet tegen je beste vriend zeggen dat hij de cruise niet moet boeken voordat wetenschappelijk bewezen is dat de rederij echt levert? Zo kan een mens niet leven. De atheïst kan luisteren, hoe komt het dat mijn medemens hierdoor wordt overtuigd? En als hij het zelf niet overtuigend vindt, even goede vrienden, maar dan is de ander niet meteen dom.

Voor christenen is het van belang dat we oog houden voor waarom we geloven. We geloven niet omdat we Gods bestaan kunnen bewijzen, maar omdat we Hem volledig vertrouwen, dankzij het beeld dat we van Hem kregen door Jezus Christus. Daar moeten onze 'recensies' vooral om draaien. Je koopt geen huis omdat de buurman het ook gezien heeft, je koopt het omdat je er gelukkig in denkt te worden. Andersom wordt geen atheïst alsnog christen omdat God blijkt te bestaan. Vertrouwen in God kan pas ontstaan als een mens Jezus heeft leren kennen. Niet met foto's en een echtheidscertificaat, maar in Zijn liefde, mildheid en genade en in Zijn veroordeling van onrecht. En zoals je het huisje alleen boekt als je zin hebt om op vakantie te gaan, kun je pas christen worden als je erkent dat je zelf die genade ook nodig hebt. Want het is allemaal mooi en aardig met die historische Jezus, er zijn genoeg schriftgeleerden en farizeeërs die Hem nergens voor nodig hebben.

Dat is het geloof van de christen. Maar helaas antwoorden veel christenen: "We kunnen God niet bewijzen, daarom is het een geloof!" Dan maak je van het christendom alsnog een buienradar geloof, en neem je voor de zekerheid maar een geloofsparapluutje mee. Want stel je voor dat Hij echt bestaat, dan wil je toch niet met lege handen voor Zijn troon staan? Stel je voor dat je man zo naast je staat voor het huwelijksaltaar: "Ha schat, ik trouw met je omdat ik je later misschien nodig heb als ik ziek word, verwacht voor die tijd niet teveel van me!" Dat is geen geloven, dat is een verzekering.

Maar zolang veel christenen op die manier geloven en leven, uit angst voor gevaar en niet uit liefde voor de God van mildheid en genade, dan is het logisch dat niet-gelovigen ons naar bewijzen blijven vragen. Daarom is de roeping van de Kerk ook niet om God te bewijzen, of Zijn wil er doorheen te duwen. We zijn geroepen om wandelende 'recensies' te zijn van Hem, Zijn getuigen te zijn. Misschien is het een idee om een dagelijkse reminder naar jezelf te sturen: "Hallo, onlangs geloofde je weer de hele dag in God, zou je zo vriendelijk willen zijn op de website van het leven in te vullen hoe dat je beviel, het kost je slechts de houding van je hart en je liefde voor je naaste!"

En dan maar hopen dat we niet om de week zo'n herinnering krijgen: "We hebben al twee weken niets van je gehoord, zou je je verblijf in het Koninkrijk van God vandaag misschien willen recenseren?"

Robert Plomp is een blogger, schrijver en spreker en schrijft regelmatig columns voor Cvandaag.

cvandaag Premium logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor cvandaag Premium

Je las net een gratis cvandaag Premium artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Robert Plomp
- Waarom ik wil dat er dingen veranderen in de kerk
- 19 vragen aan tegenstanders van vrouwelijke ambtsdragers
- Waarom verdeeldheid in de Kerk levensgevaarlijk is (en soms zelfs onvergeeflijk)
- Kloppen jouw dogma’s met de realiteit of leef je in een theoretische schijnwereld?
- Waarom zitten zoveel christenen naast Jona te mopperen?
Meer over Robert Plomp »

Praat mee

Alleen cvandaag Premium leden kunnen reageren op artikelen. Word ook cvandaag Premium lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

P
Belangrijker dan de 'bestaansvraag' is, wat de waarheid is over God. Veel mensen geloven dat er wel 'iets' is. Dat is mager, want geloven dat 'iets' is, komt meestal neer op leven alsof er 'niets' is.

De boodschap van de apostelen in Handelingen is dat Jezus is opgestaan en dat bewijst dat Hij Heer is. Daarom verdient Hij onze overgave. Zij waren ooggetuigen en het historisch bewijsmateriaal voor de Opstanding is sterk (zie b.v. de boeken van Gary Habermas). We staan als christenen als het om bewijsmateriaal gaat, echt niet met lege handen!