Maakt geloven in God gelukkig?

Op YouTube moedigt inspirator Jaap Bressers mij aan: Creëer een geluksmomentje! Momentjes waardoor je je gelukkig voelt. Nou, dat lukt vandaag wel. Ik plof met een glas koud water op mijn tuinbankje: "Wat een geluk dat op mijn vrije dag de zon schijnt!" Heb ik even mazzel... Geluk is misschien niet maakbaar, maar geluksmomentjes dragen er wel aan bij. Is geloof ook een gelukmaker? Maakt geloven gelukkig?
Wat is geluk eigenlijk?
Geluk kan je tijdelijk toevallen, bijvoorbeeld als de zon schijnt of als je bij de kringloopwinkel precies vindt wat je zoekt. Dit oppervlakkige geluk raakt aan genot. Het is een tijdelijk genietmoment, afhankelijk van de omstandigheden – morgen kan het immers weer gaan regenen.
Een genotsmoment betekent ook niet automatisch dat je je gelukkig voelt. Je voelt je immers niet altijd gelukkig als de zon schijnt. Hetzelfde geldt in een relatie, baan of bij een verhuizing. Ondanks dat mensen elkaar dat geluk toewensen – 'Veel geluk met je nieuwe woning!’ – hoef je je niet elke dag gelukkig te voelen. (Wist je trouwens dat het woord mazzel komt van de Hebreeuwse gelukwens mazzeltov, oftewel: goed geluk?) Als je mensen gelukwenst, hoop je natuurlijk dat dit niet alleen kortstondige momenten zullen zijn, maar dat dit voor een langere tijd geldt. Een soort toestand van geluk, een algehele ervaring van welzijn (shalom).
In de geluksonderzoeken van de laatste jaren gaat het vaak over dit hedonistische geluk: je goed voelen in en over je leven doordat je betekenis, betrokkenheid en plezier ervaart. Deze visie op geluk, als een levenstoestand van welzijn, komt in de buurt van de bijbelse visie op geluk. Om het verschil te begrijpen tussen de hedendaagse en de bijbelse visie op geluk maak ik even een uitstapje naar de Griekse filosofie.
Goed bezig
Volgens de oude Griekse filosofen is geluk het belangrijkste doel in het leven. Je kunt geluk bereiken door ethiek (goed handelen). Deugden zoals moed en wijsheid helpen daarbij. De juiste deugd wordt gevonden in ‘het gulden midden’: de perfecte maat tussen twee uitersten. Zoals vrijgevigheid het perfecte midden is tussen gierigheid en verkwisting. Die maat is voor ieder mens en voor elke context anders en een ieder moet die zelf met zijn verstand ontdekken.
Door vervolgens het juiste te doen wordt een mens gelukkig. Dat lijkt sterk op de hedendaagse visie op geluk: als je zus leeft en zo doet, word je gelukkig. Zo zou je kunnen zeggen: als geloven voor jou goed is, kun je het zien als ‘het juiste doen’, dus maakt dat je gelukkig. Maar de Bijbel kijkt er anders tegenaan.
Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Matteüs 5:3, 4
Om te bedenken en te doen
-Hoe zou jij geluk omschrijven? Denk hierbij ook aan het verschil tussen de Griekse filosofen en de bijbelse visie.
-Maakt geloven jou gelukkig? Waarom wel of niet?
-Creëer deze week elke dag een geluksmomentje voor iemand anders. Pluk bijvoorbeeld bloemen voor iemand. Leg een briefje met een compliment neer voor je partner of collega. Betaal een kopje koffie voor de klant na jou... Wees creatief! Op zondag creëer je zo’n geluksmoment voor jezelf. Realiseer je dat alles wat jij ontvangt en geeft, een geschenk is van God zelf.
Geluk bij een ongeluk
Allereerst bepaalt in de Bijbel niet de mens wat de juiste maat is, maar God. God heeft zijn goede Thora, de leefregels, gegeven zodat wie zich daaraan houdt, gelukkig kan leven in vrede met zichzelf, God en de mensen om hem heen. Denk aan Psalm 1:1: "Gelukkig is de mens (...) die Gods wet overpeinst..." Dit Hebreeuwse woord ashrei voor geluk/zaligheid komt in de Psalmen veelvuldig voor (Psalm 32:1-2, 84:5). Geluk is hier synoniem aan vreugde (simcha), een diep gevoel van blijdschap (Prediker 3:12-13).
Het lijkt alsof dit geluk óók te maken heeft met wat een mens doet, maar een belangrijk verschil is dat de psalmist inziet dat hij niet op zichzelf en zijn eigen inzicht is aangewezen. Hij beseft: mijn geluk is bij God en in zijn onderricht te vinden. Omdat God naar ons omziet (bijv. Psalm 43:5), ervaart hij geluk en vreugde – zelfs al zijn de omstandigheden ongelukkig.
Gods zegen
Hetzelfde zien we in het Nieuwe Testament. Daar wordt gesproken over gelukkigen (het Griekse woord makaroi) in de zaligsprekingen (de Bergrede) en wanneer mensen in armoede leven (Lucas 6:20-23) of lijden (1 Petrus 4:14), of geloven zonder te zien (Johannes 20:29). Juist mensen die het moeilijk hebben, worden gelukkig genoemd. Het gaat niet om wat zij doen, maar om wie zij zijn. Ze worden gezien door God.
In de Bijbel ontdekken we voortdurend dat God zich verbindt met de verdrukte, de arme, de lijdende (Matteüs 25:31-45). Anders dan bij de oude Grieken is hier geen ‘gulden midden’ waar iemand naar streeft. Het is Jezus zelf die zich verbindt met wie lijdt en die de armen gelukkig verklaart. Bijbels geluk is dus de verbondenheid met God, het welzijn, de heelheid (shalom) die Hij geeft. De mens creëert dit geluk, deze levensvreugde, niet zelf, maar ontvangt ze als zegen van God.
Bijbels geluk gaat overigens niet alléén over het geestelijke of het toekomstige hemelse leven. Wanneer God Abraham, Jakob of de psalmist zegent, ontvangen zij hier op aarde goede (materiële) geschenken. Zij ervaren geluk, omdat zij deze geschenken zien als Gods zegen.
Kortom: de eeuwige verbondenheid met de HEER geeft shalom, gelukzaligheid. En de dankbaarheid dat alles een geschenk is van Hem, dat maakt gelukkig!










































Praatmee