Oekraïens zendingsechtpaar ziet Gods werk groeien in Papoea-Nieuw-Guinea

Wat begon met een eenvoudige bamboehut zonder stromend water of elektriciteit, groeide in vijftien jaar uit tot een bloeiende zendingspost waar kinderen worden opgevangen, kerken ontstaan en complete dorpen worden bereikt met het Evangelie. In een reportage van CBN News vertellen de Oekraïense zendelingen Ira en Jenya Konstantinik hoe zij Gods roeping volgden naar Papoea-Nieuw-Guinea en ondanks grote ontberingen bleven volharden.
Het echtpaar arriveerde in 2011 met hun tweejarige zoon in de afgelegen hooglanden van Papoea-Nieuw-Guinea. Ze verlieten hun thuisland Oekraïne in de overtuiging dat God hen had geroepen om daar te dienen. "De eerste week was zo romantisch", blikt Ira terug. "Alles was nieuw en spannend. Ik dacht: hier ben ik dan, als zendeling in Papoea-Nieuw-Guinea."
Die eerste indruk maakte al snel plaats voor de harde werkelijkheid. Het gezin werd ziek, leefde in een eenvoudige hut van bamboe en bladeren en moest het stellen zonder elektriciteit, stromend water of toilet. Ze moest leren koken op open vuur, zelf voedsel verbouwen en tegelijk voor een peuter zorgen in een land waarvan ze de taal niet sprak.
Gebed om een missionaire echtgenoot
Al voordat zij naar Papoea-Nieuw-Guinea vertrok, voelde Ira zich geroepen tot de zending. Als tiener bad ze dat God haar alleen een echtgenoot zou geven die dezelfde roeping deelde.
"Ik zei tegen God: geef mij een man die zendeling is, anders trouw ik niet." Een jaar later ontmoette ze Jenya. Zijn leven zag er toen heel anders uit. Hij vertelt dat hij vóór zijn bekering vocht, alcohol gebruikte, drugs verkocht, stal en betrokken was bij een bende. Na zijn ontmoeting met Christus veranderde zijn leven ingrijpend. "Diezelfde dag wist ik dat Ira de vrouw was die God voor mij had bestemd."
Niet iedereen begreep hun keuze om te verhuizen naar Papoea-Nieuw-Guinea. Toch groeide hun liefde voor de bevolking. "Voor het eerst in mijn leven voelde ik een klein beetje van Gods liefde voor de mensen daar", vertelt Ira. "Ik wist dat ik terug zou gaan en Oekraïne niet langer mijn thuis zou noemen. Papoea-Nieuw-Guinea werd mijn thuis."
Kinderen opvangen
Vijftien jaar later woont het gezin op een terrein dat Promised Land heet. Een plaatselijke zakenman schonk het land nadat hij overtuigd was geraakt dat God hem daartoe opriep. Wat ooit een overwoekerd stuk grond was, is uitgegroeid tot een veelzijdige bediening. Het echtpaar ving elf straatjongens op, naast hun eigen en geadopteerde kinderen.
"We kochten kleding voor hen, betaalden hun schoolgeld en voor het eerst noemden ze ons papa en mama." Een jonge vrouw, Elina, die als kind in het gezin werd opgenomen, zegt dat haar leven daardoor ingrijpend veranderde. "Als zij er niet waren geweest, was ik vandaag geen christen geweest. Mama Ira leerde mij dicht bij Jezus te leven, de Bijbel te lezen en Zijn stem te verstaan."
Kerkplanting en verzoening
Naast de opvang van kinderen ontstond op het terrein een kerk. Vanuit die gemeente zijn opnieuw kerken geplant in afgelegen delen van Papoea-Nieuw-Guinea. Het zendingswerk reikt verder dan de kerkmuren. Jenya bezoekt gevangenissen, deelt voedsel en Bijbels uit en trekt de jungle in om dorpen te bezoeken.
Zo hielp hij, samen met voorgangers, bij de verzoening tussen twee stammen die jarenlang met elkaar in conflict leefden. "Ze moedigden ons aan om de strijd te beëindigen", vertelt een stamleider.
Na vijftien jaar kijken Ira en Jenya dankbaar terug op de weg die God met hen ging. Inmiddels verrijst op Promised Land een groter kerkgebouw, als zichtbaar teken van de groei van het werk. Ira maakt duidelijk wat ze hebben geleerd: "Echt geluk komt niet voort uit een comfortabel leven. Het ontstaat wanneer je jezelf geeft, anderen dient en ziet hoe God levens verandert. Jezus is genoeg. Hij is alles."
Bekijk de videoreportage:












































Praatmee