Voorganger op Zanzibar mishandeld: "Ik dacht dat ik zou sterven"

Een christelijke voorganger op Zanzibar, Tanzania, Ester Felisian Wakala, heeft in april twee gewelddadige aanvallen overleefd. Ze werd daarbij ontvoerd en mishandeld, wat haar leven in gevaar bracht. Wakala, die een kleine christelijke gemeenschap leidt, ondervindt groeiende vijandigheid vanwege haar geloof.
De eerste aanval vond plaats op een zondagmiddag tijdens een kerkdienst. Een groep mannen met wapens, waaronder stokken, viel de bijeenkomst binnen. Zij vielen Wakala aan, terwijl kerkgangers toekeken. "Ik herinner me die middag heel duidelijk, want we waren net vreedzaam aan het bidden", vertelde Ester. "Mensen zongen, en er gebeurde niets ongewoons. Plotseling kwam er een groep mannen de kerk binnen, schreeuwde en droeg stokken. Voordat iemand begreep wat er gebeurde, begonnen ze me aan te vallen. Ze sloegen me zo erg dat ik op de grond viel. Ik hoorde kerkleden om me heen schreeuwen, maar ik kon mijn hoofd niet eens optillen. Op een gegeven moment zag ik niet meer scherp."
De aanvallers beschadigden ook de kerk. Ze trokken dakmaterialen los en ontvreemdden ijzerplaten en hout, waardoor het gebouw gehavend achterbleef. Kerkgangers brachten Wakala na de aanval naar het ziekenhuis, waar ze een week lang behandeld moest worden voor haar verwondingen. Ondanks deze ervaring bleef Wakala vastbesloten haar werk voort te zetten. "Terwijl ik in het ziekenhuis lag, gingen er veel gedachten door mijn hoofd", zei ze. "Ik had pijn en was zwak, en ik vroeg me af waarom mensen ons zouden haten omdat we in Jezus geloven. Maar diep van binnen voelde ik nog steeds vrede. Ik bleef bidden om kracht. Ik wist dat als ik uit angst zou stoppen met aanbidden, degenen die ons aanvallen zouden denken dat ze waren geslaagd. Dus zelfs nadat ik was ontslagen, keerde ik terug naar de gemeenschap, omdat ik geloof dat dit werk Gods werk is."
Enkele dagen later, rond 22:00 uur, werd Wakala opnieuw het doelwit. Gemaskerde mannen drongen haar huis binnen. Ze schakelden de elektriciteit uit, braken een raam en forceerden zich een weg naar binnen. "Toen de lichten uitgingen en het raam brak, gebeurde alles zo snel", aldus de voorganger. "Ze kwamen gemaskerd binnen en begonnen me te slaan en te steken. Ik was alleen en doodsbang. Ze bleven me zeggen dat ik het christendom moest verlaten en me moest bekeren. Eén waarschuwde me dat als ik daar een kerk zou blijven leiden, ze me zouden doden. Ik was bang, maar ik kon de Verlosser die ik dien niet verloochenen."
Na de mishandeling ontvoerden de mannen Wakala en lieten haar gewond achter in een bos, gekleed in slechts een traditionele doek. "Ik droeg alleen een kanga", verklaarde ze. "Ik dacht dat ik zou sterven. Maar ik begon te bewegen terwijl ik bad. Ik zag autolichten in de verte en begaf me ernaartoe. Enkele mensen hielpen me later. Het was alleen Gods genade dat ik het overleefde."










































Praatmee