Stichting HVC start campagne voor 180 kinderen van vervolgde christenen: “Hopelijk krijgen ze een veilige plek”

Kinderen van vervolgde christenen raken steeds vaker hun ouders, onderwijs en veilige thuis kwijt. Volgens Jan Dirk van Stichting HVC staan momenteel 180 kinderen op de wachtlijst voor opvang. Met een nieuwe campagne wil de stichting vóór het einde van de zomer voor al deze kinderen een opvangplek regelen waar zij kunnen wonen, naar school gaan en begeleiding ontvangen. “We krijgen steeds meer vragen vanuit het buitenland om voor kinderen te zorgen. Dus we hebben een wachtlijst van honderdtachtig kinderen”, vertelt Jan Dirk.
De stichting merkt niet alleen dat de vraag naar opvang groeit, maar ook dat de kosten in de projectlanden flink stijgen. Daardoor zag HVC zich genoodzaakt het sponsorbedrag aan te passen aan de werkelijke situatie per land. “Door kostenstijgingen in het buitenland is het huidige bedrag van 33 euro niet meer toereikend”, zegt Jan Dirk.
De kinderen die worden opgevangen zijn vaak wees of half-wees. Ze leven in landen waar christenen een kwetsbare minderheid vormen en regelmatig worden achtergesteld of vervolgd. Wanneer ouders overlijden of wegvallen, belanden kinderen volgens Jan Dirk regelmatig in zware armoede of op straat.
Opvang, onderwijs en traumazorg
HVC werkt samen met lokale projectleiders en kerken. Kinderen worden ondergebracht in shelters waar zij dag en nacht worden opgevangen. Daar krijgen ze niet alleen eten en onderdak, maar ook onderwijs, pastorale begeleiding en traumazorg. “Wij proberen deze kinderen onder te brengen op een veilige plek, in shelters waar ze 24/7 worden opgevangen, waar ze begeleiding krijgen en bijvoorbeeld Bijbelstudies volgen”, zegt Jan Dirk.
Volgens hem gaat het vaak om kinderen die op jonge leeftijd al veel hebben meegemaakt. De stichting probeert daarom bewust een omgeving te creëren die meer lijkt op een gezinssituatie dan op een klassiek opvanghuis. “Onze visie is dat deze kinderen opgroeien zoals ook de kinderen van onze projectleiders opgroeien. Dus dat ze echt een soort gezinssetting ervaren”, legt Jan Dirk uit.
Veel kinderen kampen daarnaast met trauma’s of angstklachten. “Sommigen hebben moeite om volwassenen nog te vertrouwen of weten simpelweg niet hoe een normaal dagelijks leven eruitziet. Kinderen zijn soms echt het vertrouwen in mensen verloren”, zegt Jan Dirk. “We zien vaak angstige en onveilig gehechte kinderen.”

Vooral kinderen die jarenlang op steenfabrieken hebben gewerkt, moeten volgens hem alles opnieuw leren. “Ze zijn gewend om uit bed te komen, naar de steenfabriek te lopen, daar de hele dag te werken en weer naar bed te gaan”, vertelt hij. Volgens Jan Dirk draait opvang daarom niet alleen om veiligheid, maar ook om het teruggeven van menselijke waardigheid en toekomstperspectief.
Een deel van de kinderen komt uit Pakistaanse steenfabrieken, waar gezinnen vaak gevangen zitten in schuldslavernij. “Ouders bouwen schulden op bij de eigenaar van de fabriek en kunnen daar vervolgens nauwelijks nog uit ontsnappen. Ook kinderen worden daarin meegezogen en draaien al op jonge leeftijd mee in het arbeidsproces. Die kinderen hebben geen perspectief, maar hun ouders ook niet”, zegt Jan Dirk.
Het beeld van kinderen die stenen maken in plaats van onderwijs volgen, grijpt hem zichtbaar aan. “Dat ze met hun kleine handjes stenen maken in plaats van dat ze een pen vasthouden, raakt mij diep”, vertelt hij. Volgens Jan Dirk kan juist onderwijs helpen om die vicieuze cirkel te doorbreken en families uiteindelijk uit deze slavernij te halen.
Ook op scholen ervaren christelijke kinderen volgens hem regelmatig vernedering en discriminatie. Daarom probeert HVC kinderen zoveel mogelijk naar christelijke of particuliere scholen te laten gaan. “In veel regio’s waar vervolging is, kunnen christelijke kinderen niet naar islamitische scholen toe, want dan worden ze gepest en getreiterd”, vertelt Jan Dirk.
Een gebeurtenis die hem persoonlijk is bijgebleven, gaat over een kind dat op school publiekelijk werd vernederd vanwege het christelijk geloof. “Dat kind werd uitgekleed en naakt door de school heen gesleept, alle trappen op en af. Het leven voor deze kinderen wordt echt onmogelijk gemaakt op scholen.”
Bijbelse opdracht
Volgens Jan Dirk draait de campagne niet alleen om noodhulp, maar ook om toekomstperspectief. De stichting gelooft dat goede opvang en onderwijs de positie van christenen in een land kunnen versterken. “Door goed voor deze kinderen te zorgen en hen een hoogwaardige opleiding te geven, kan ook de positie van christenen in een land veranderen”, zegt hij.
Daarnaast noemt hij de zorg voor kwetsbare kinderen een duidelijke Bijbelse opdracht. “Het is een Bijbelse oproep om juist voor deze kwetsbaren in de maatschappij zorg te dragen”, zegt Jan Dirk. Volgens hem gaat het niet alleen om financiële steun, maar ook om verbondenheid tussen christenen wereldwijd.
Die betrokkenheid merkt de stichting volgens hem ook in de praktijk. Wanneer projectleiders kinderen vertellen dat er christenen in Nederland zijn die voor hen bidden, doet dat veel met hen. “De verbinding tussen christenen wereldwijd is altijd enorm bemoedigend”, zegt Jan Dirk.

Ondanks alle verhalen over vervolging en geweld ziet hij tegelijkertijd ook hoop terug bij de kinderen zelf. “Vooral oudere kinderen en tieners maken heel bewust de keuze om christen te blijven. Wat ik vaak zie, is toch wel een soort geloofsvreugde, juist onder deze kinderen”, vertelt hij.
Vanwege veiligheidsoverwegingen krijgen sponsors geen naam of foto van het kind dat zij ondersteunen. Volgens Jan Dirk is dat noodzakelijk in landen waar christenvervolging speelt. “De sponsor kent het kind niet persoonlijk. Dat doen we vanuit het belang van het kind en vanuit de veiligheid”, legt hij uit.
De campagne loopt inmiddels ongeveer drie weken. Volgens Jan Dirk hebben al 61 kinderen een sponsor gevonden, maar is er nog een lange weg te gaan. “De komende tijd hopen en bidden we dat daar meer bijkomen.”



































Praatmee