Geestelijke opleving in Oekraïne: "Onze toekomst ligt in Zijn handen"

Terwijl de oorlog in Oekraïne voortduurt en de hoop op een snelle vrede vervaagt, blijft de katholieke Kerk een baken van geloof en hoop. In een indringend gesprek met Kerk in Nood schetst de apostolische nuntius in Oekraïne een beeld van een land dat enerzijds uitgeput is, maar anderzijds een opmerkelijke geestelijke heropleving kent.
Voor de apostolisch nuntius in Oekraïne, aartsbisschop Visvaldas Kulbokas, staat één boodschap centraal. De zending van de Kerk moet in de eerste plaats spiritueel blijven. “Het gebed is de belangrijkste kracht, de belangrijkste bron voor de toekomst,” benadrukt hij. “Zelfs als we ons land verdedigen, maar we hebben het Evangelie niet, dan is dat uiteindelijk een nederlaag. Dan heeft het kwaad gewonnen.”
Die overtuiging leeft breed in Oekraïne. Zo pleitte een religieuze zuster recent bij de overheid om het dagelijkse moment van stilte om 9 uur ’s ochtends om te vormen tot een moment van gebed. Hoewel dit voorstel nog niet is overgenomen, blijft de Kerk aandringen: “We moeten de samenleving eraan herinneren dat gebed essentieel is.”
Ook onder de bevolking groeit dat besef. “Mensen zeggen: alleen God kan dit conflict oplossen. Gebed is ons wapen", aldus Magda Kaczmarek, die voor Kerk in Nood projecten in het land bezocht.
Nieuwe gelovigen in tijden van oorlog
Opvallend is dat juist in de zwaarst getroffen gebieden mensen massaal op zoek gaan naar God. Priesters melden dat steeds meer mensen, vaak zonder religieuze achtergrond, de weg naar de Kerk vinden.
Een franciscaanse priester in Odessa vertelde hoe hij dagenlang nauwelijks tijd heeft om te eten: “Het is vandaag mijn eerste maaltijd, want de hele dag kwamen mensen langs voor gesprekken. Ze hebben zoveel vragen, zoveel nood aan hoop.”
De nuntius bevestigt dit fenomeen: “Vooral dicht bij de frontlinie groeit het verlangen naar God enorm. Daar, waar de dood nabij is, zoeken mensen naar zin en geloof.”
Hij vertelt het verhaal van een jonge seminarist als illustratie. In 2022 kende deze jongen de Kerk nauwelijks. Maar nadat zijn grootvader tijdens de bezetting toevlucht vond bij een priester, kwam ook hij in contact met het geloof. Vier jaar later volgt hij een priesteropleiding. “Van geen enkel contact met de Kerk naar het seminarie, dat is wat er vandaag gebeurt in Oekraïne.”
Priesters aan het front
De Kerk is niet alleen spiritueel aanwezig, maar ook letterlijk op de frontlinie. Militaire kapelaans begeleiden soldaten onder extreme omstandigheden. “Ze gaan naar plaatsen waar soms maar één of twee soldaten liggen,” vertelt de nuntius. “Hun taak is eenvoudig: blijven. Want zolang zij daar blijven, is het nog Oekraïne.”
Onder levensgevaar vieren priesters daar de Eucharistie. “Op de grond, met één of twee soldaten. Dat zijn de momenten waarop mensen echt gelovig worden.”
Een ander indrukwekkend voorbeeld is een kapelaan die met een omgebouwde auto als mobiele kapel rondtrekt. Soldaten komen er samen om te bidden – een teken van hoop te midden van de chaos.
Een volk dat leert leven met het lijden
Na meer dan vier jaar grootschalige oorlog is de vermoeidheid groot. “Ik merk bij mezelf minder energie, minder geduld,” geeft de nuntius eerlijk toe. Nachtelijke bombardementen maken het moeilijk om zelfs maar te slapen.
Toch blijft de veerkracht van de bevolking opmerkelijk. Hij vertelt over een verpleegkundige die in haar appartement leeft bij temperaturen van 8 graden, zonder elektriciteit. “Maar we hebben gas,” zei ze dankbaar. “Mijn dochter komt bij mij, want zij heeft dat niet.”
Een andere moeder noemde het een zegen dat zij onbetaald verlof kon nemen om voor haar kinderen te zorgen, nu de kleuterscholen gesloten zijn. “Dank God, alles is goed", zei ze.
“Dit is de realiteit", zegt de nuntius. “Mensen zijn moe, maar ze leren ermee leven.”
Hoop onder de grond
Zelfs in de meest schrijnende omstandigheden blijft hoop zichtbaar. In Kharkov bijvoorbeeld volgen kinderen les in een ondergrondse school, terwijl boven hen raketten inslaan. Een hoge VN-functionaris die de school bezocht, vertelde: “Het is de eerste keer in mijn leven dat ik kinderen zie die zo gelukkig zijn om naar school te gaan, zelfs tijdens bombardementen.”
De rol van Kerk in Nood
In deze context blijft de steun van organisaties als Kerk in Nood van levensbelang. Zo steunen weldoeners van Kerk in Nood onder meer moedige zusters om hun werk voort te zetten. Toch waarschuwt de nuntius voor een valkuil: “Blijf vooral pastoraal. Er zijn veel organisaties die brood kunnen geven, maar wie geeft het brood voor de ziel?”
Hij benadrukt dat de Kerk haar identiteit niet mag verliezen in puur humanitair werk. “Laat de Kerk Kerk zijn, priesters priesters, religieuzen religieuzen.”
Geen zicht op vrede
Ondanks alle inspanningen ziet de nuntius voorlopig weinig perspectief op vrede. “Menselijk gezien zie ik geen realistische mogelijkheden", zegt hij. “De eisen die gesteld worden, zijn geen echte basis voor onderhandelingen.”
Toch blijft de Heilige Stoel zich inzetten, vooral voor de vrijlating van burgergevangenen en ontvoerde kinderen, een stille maar cruciale diplomatieke missie.
“Wie tot Mij komt, zal Ik niet afwijzen”
Aan het einde van het gesprek klinkt een evangelische boodschap van hoop. De nuntius verwijst naar de woorden van Christus: “Wie tot Mij komt, zal Ik niet afwijzen.”
In een land dat getekend is door oorlog, blijft dat vertrouwen de kern van alles. “Wij zijn God dankbaar", besluit hij. “En wij blijven bidden. Want uiteindelijk ligt onze toekomst in Zijn handen.”
Dit artikel verscheen eerst op Kerk in Nood en is met toestemming overgenomen door Cvandaag.







































Praatmee