Twaalf jaar in onzekerheid: moeder Ruth uit Nigeria over haar twee ontvoerde dochters

“Wat me het meest pijn doet, is dat ik niet weet of ze nog leven of vermoord zijn. Anderen hebben hun eigen kinderen al wel gezien… Ik bid God om duidelijkheid: dat ik met mijn eigen ogen kan zien of ze nog leven of dat ik hoor dat ze gestorven zijn.” Aan het woord is Ruth, moeder van twee meisjes die twaalf jaar geleden werden ontvoerd in Chibok, Nigeria. “Hun namen zijn Godiya Bitrus en Hauwa Bitrus.” Godiya is haar dochter en Hauwa haar stiefdochter.
Vandaag is het twaalf jaar geleden dat de Chibok-meisjes, zoals de media ze al snel noemden, ontvoerd werden. Op de avond van 14 april kwamen leden van de terroristische groep Boko Haram bij de Government Girls Secondary School in Chibok in Noordoost-Nigeria aan. Zij deden zich voor als regeringssoldaten die de leerlingen moesten beschermen, maar in plaats daarvan ontvoerden ze ongeveer 275 meisjes.
Blijven hopen ondanks teleurstelling
Ruth herinnert zich die dag nog als de dag van gisteren. “De aanval vond plaats na de bruiloft van mijn zoon, op 13 april. Hij verliet het dorp op 14 april, ‘s ochtends…” Deze kleine details, die voor anderen misschien irrelevant lijken, zijn de draad waarmee Ruth probeert de moeilijke herinneringen aan die dag aan elkaar te hechten. Concrete herinneringen waar ze zich aan vast kan houden terwijl zij en haar gezin in pijnlijke onzekerheid leven. Hopend, en telkens ook weer teleurgesteld, met het verstrijken van elke dag, elke maand, elk jaar zonder nieuws van haar dochters.
“We hoorden de eerste schoten al voor 23:00 uur”, vertelt Ruth. Zij woont met haar gezin in een dorp vlakbij Chibok. “Het geweervuur ging maar door en we vroegen ons af waar het vandaan kwam. Kwam het uit Chibok, van de markt of de school, we wisten het niet precies. Toen het dag werd, ging ik gelijk op pad. In de buurt van Chibok zag ik een leerling van de Government Girls School rennen. Toen ik haar riep en vroeg wat er gebeurd was zei ze: ‘Ik ben de enige leerling die nog in Chibok achtergebleven is…’”
Ruth herinnert zich dat het meisje haar vertelde dat Boko Haram alle leerlingen had ontvoerd. “Op dat moment begon ik te huilen en rende ik door de bush naar de school waar ik eerder mijn kinderen had bezocht. Toen ik daar kwam en zag dat de school uitgebrand was, barstte ik weer in tranen uit. Ze hadden de slaapzalen in brand gestoken. Het gebouw was gevuld met rook. Ik liep naar buiten, maar kon op een gegeven moment niet meer. Ik moest even gaan zitten en uitrusten, en ik moest weer huilen.”
“Een week lang kon ik niets anders doen: ik huilde maar en huilde. Ik kon niet slapen of uitrusten, ik was moe van het huilen en ik had geen tranen meer over.”
Gebedsverzoek
Door de jaren heen heeft Boko Haram hun losgeldeisen voor de vrijlating van de meisjes gericht op de Nigeriaanse federale overheid. Inmiddels is een heel aantal meisjes vrijgelaten, waarbij de details over hun vrijlating onduidelijk blijven. De ouders die nog in afwachting leven, zoals Ruth, tasten nog steeds in het ongewisse over hun dochters. “Ik kan er alleen maar aan denken of ik hen ooit nog eens zal zien of niet.” De stress, de onzekerheid en het wachten hebben een verwoestende tol geëist van Ruth en haar gezin. “Hun vader is heel erg ziek, zijn lichaam is helemaal verkrampt.”
Ruths verzoek is dat christenen over de hele wereld naast hen blijven staan in gebed. “Mijn broers en zussen in Christus, we vragen om jullie gebeden zodat we onze kinderen met onze ogen kunnen zien, hun stemmen met onze oren horen, en weten dat ze nog leven. En als ze niet meer leven, laat dat dan ook duidelijk worden, en bid tot God om hulp in deze situatie. Dit is mijn gebedsverzoek aan jou.”
Dit artikel is met toestemming overgenomen van Open Doors.







































Praatmee