Vijfhonderd dagen wachten: wat als alle kerken hun deuren openen?

Al vijfhonderd dagen bieden mensen in een kerk in Kampen onafgebroken Kerkasiel Kampen. Dat betekent: een doorlopende kerkdienst, dag en nacht, waardoor de overheid het gezin dat daar schuilt niet mag uitzetten. Binnen die muren wachten Aram, Ariana, Amelia en Aleksa. Wachten op de woorden dat ze hier mogen blijven, thuis, in Nederland.
Vijfhonderd dagen. Ik probeer het me voor te stellen, maar het lukt niet echt. Vijfhonderd dagen wachten als kind. Wachten op een besluit dat bepaalt of je mag blijven waar je inmiddels thuis bent, of je vriendjes mag houden en je taal die de jouwe is geworden.
Vier namen, geen dossiernummers.
In die kerk brandt al die tijd een klein, hardnekkig licht. Mensen die zeggen: tot hier en niet verder. Hier stopt de kilte van regels, hier begint de ruimte van genade.
We vierden onlangs Pasen. We spraken grote woorden: opstanding, nieuw leven, hoop die sterker is dan de dood. Maar wat betekenen die woorden als ze niet landen, in vlees en bloed, in kinderen die wachten?
Ik denk aan die open deur, aan de klok die doortikt, dag en nacht, aan mensen die blijven omdat ze besloten hebben niet weg te kijken. En ik vraag me af wat er gebeurt als dit geen uitzondering is.
Wat als er niet één kerk is, maar alle zevenduizend. Kerken die zeggen: onze deur blijft open, altijd, voor wie geen plek heeft. Dan helpen we niet alleen een deel van het vluchtelingenvraagstuk oplossen, gewoon door ruimte te maken, dan verandert er ook iets in onszelf.
Want een kerk die 24/7 open is, wordt weer een plek van betekenis. Geen gebouw voor de zondag, maar een huis voor de week. Een plek waar het schuurt, waar het ruikt naar soep en vermoeidheid, naar verhalen die je liever niet hoort maar toch moet horen.
Misschien is dat wel opstanding. Niet dat wij erover spreken, maar dat we het aandurven om het binnen te laten. Nu kan de politiek wachten, tot Kampen moe wordt, tot het stilvalt.
Maar wat als het tegenovergestelde gebeurt? Wat als er volgende week ergens anders een kerk zegt: wij ook, en de week daarna nog één. Niet als protest alleen, maar als praktijk. Waar blijven de andere kerken, waar blijven wij?
Pasen is geen herinnering. Het is een vraag.
Jezus stond op. Wanneer wij?



































Praatmee