Als kerkleider smeet ik de deur boos dicht: een pijnlijke les
Wat begon als een persoonlijke ervaring, legt iets bloot dat breder speelt binnen de kerk. Namelijk het probleem van emotioneel ongezond leiderschap, waar we niet altijd even eerlijk naar durven kijken. In deze column kijkt Anne Borkent terug op een moment waarop zijn controledrang het won van zijn geloof.
Ik was zo'n zeven jaar voorganger toen het gebeurde. In de jaren daarvoor had ik niet alleen een kerkgezin geleid en zien groeien, ons eigen gezin was ook gegroeid van twee naar vijf personen. We zaten al jaren in de luiers, de korte nachten, het harde werken. Op het kerkkantoor leidde ik doordeweeks een team van zo'n tien mensen, van wie de helft betaald en de helft onbetaald.
Een van mijn medewerkers had het moeilijk. Ze was vermoeid, somber en sprak steeds vaker over gevoelens van depressie. Ik luisterde, maar eigenlijk luisterde ik niet echt. In mijn hoofd had ik de oplossing al klaar. Er was binnenkort een speciale avond bij een zusterkerk. Aanbidding, een krachtige spreker, ministry. Ik had zelf op zulke avonden krachtige aanrakingen van God ervaren. Dus ik wist het zeker: als zij daarheen zou gaan, zou God haar aanraken. Dan zou haar depressie van haar af vallen.







































Praatmee