Don Ceder stelt Kamervragen over ontvoering christelijk meisje in Pakistan

Tweede Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) heeft schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken over een rechtszaak in Pakistan. In die zaak werd een ontvoerd christelijk meisje toegewezen aan de man die haar volgens haar familie had ontvoerd en gedwongen had bekeerd.
Aanleiding voor de vragen is een bericht over de zaak van een 13-jarig christelijk meisje uit Lahore, dat volgens haar familie werd ontvoerd door een 30-jarige moslimman. De man zou haar hebben gedwongen zich tot de islam te bekeren en met hem te trouwen.
Een Pakistaanse federale rechtbank besloot echter dat het meisje bij de man mocht blijven. Daarbij werd onder meer het officiële geboortebewijs van het meisje, waaruit blijkt dat zij minderjarig is, niet als doorslaggevend bewijs geaccepteerd.
Zorg over rechtsgang
Ceder vraagt de minister hoe hij deze rechtsgang beoordeelt en of er volgens hem sprake was van een eerlijke procedure. Ook wil hij weten of Nederland bereid is om de zaak in diplomatiek overleg met Pakistan aan te kaarten.
Volgens mensenrechtenorganisaties volgt deze zaak een patroon dat vaker voorkomt in Pakistan. Daarbij worden jonge meisjes - vaak uit religieuze minderheden zoals christenen - ontvoerd, gedwongen bekeerd en vervolgens onder het mom van een islamitisch huwelijk seksueel misbruikt.
Het Kamerlid vraagt of de minister deze analyse deelt en of Nederland zich actiever kan inzetten voor de bescherming van deze meisjes en hun families. Daarbij noemt hij onder meer het bijwonen van rechtszaken door diplomaten en het aanspreken van de Pakistaanse autoriteiten.
Minderheden extra kwetsbaar
In zijn vragen wijst Ceder erop dat het in veel gevallen gaat om minderjarige meisjes uit minderheidsgroepen, zoals christenen. Hij vraagt welke rol de Nederlandse Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging kan spelen bij het aanpakken van deze problematiek.
Daarnaast vraagt hij aandacht voor het ontbreken van een EU-speciaal gezant voor religieuze vrijheid, een functie die volgens hem een belangrijke diplomatieke rol kan spelen in dergelijke situaties.
Mensenrechten en handelsrelaties
Ceder vraagt ook naar de beoordeling van de Europese Commissie over de mensenrechtensituatie in Pakistan. Dat gebeurt in het kader van de zogenoemde GSP+ handelsregeling, waarbij landen handelsvoordelen krijgen als zij internationale mensenrechtenverdragen naleven.
Hij wil weten of volgens de Europese Commissie voldoende vooruitgang wordt geboekt op het gebied van bescherming van religieuze minderheden.
Gesprek met Pakistaanse christenen
Tot slot vraagt Ceder of de regering bereid is in gesprek te gaan met de Pakistaanse christelijke gemeenschap in Nederland over christenvervolging in het land en over mogelijke manieren waarop Nederland kan bijdragen aan de aanpak daarvan.
Terugkerend probleem
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen al langer voor gedwongen bekeringen en huwelijken van christelijke meisjes in Pakistan. Slachtoffers worden volgens hen vaak onder druk gezet om verklaringen af te leggen die hun ontvoerders beschermen, terwijl rechtbanken soms officiële documenten over hun leeftijd negeren.
Pakistan staat volgens de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors op plaats 8 van landen waar christenen het zwaarst worden vervolgd. Christenen vormen in het overwegend islamitische land een kleine minderheid en worden regelmatig geconfronteerd met discriminatie en geweld.







































Praatmee