Wereldraad van Kerken veroordeelt geweld tegen burgers in Myanmar

De Wereldraad van Kerken (WRK) heeft onlangs een scherpe veroordeling uitgesproken tegen het voortdurende geweld tegen burgers in Myanmar. Deze veroordeling volgt op een bomaanslag eerder deze maand op een overwegend mennonitisch dorp in het westen van het land. Al decennia teistert het conflict dit land, waarbij de militaire junta in Myanmar zich regelmatig specifiek op religieuze minderheden richt.
Volgens de WRK, die zich baseert op gegevens van de Myanmar Peace Monitor, heeft de junta in de afgelopen vijftien maanden ruim duizend burgerlocaties aangevallen. Deze cijfers worden bevestigd door andere monitoringsorganisaties, zoals de Assistance Association for Political Prisoners, die sinds de machtsovername in 2021 door de junta 7.807 doden heeft geregistreerd.
'Deze aanhoudende aanvallen vormen ernstige schendingen van het internationaal recht, de menselijke waardigheid en de heiligheid van het leven', verklaart WRK-algemeen secretaris ds. prof. dr. Jerry Pillay. Hij voegt eraan toe: 'We betuigen ons medeleven met de mennonitische kerk en met alle lijdende gemeenschappen in Myanmar.'
Myanmar wordt sinds februari 2021 bestuurd door een militaire junta, die de controle overnam van een burgerregering. Het nationale leger, de Tatmadaw, beheerst ongeveer 20 procent van het land. De rest bestaat uit betwiste gebieden of regio's onder controle van diverse rebellengroeperingen. De Tatmadaw pleegt een etno-religieuze genocide op de Rohingya moslimbevolking, voornamelijk geconcentreerd in de staat Rakhine. Sinds 2017 zijn meer dan een miljoen mensen hun huis ontvlucht. In de achttien maanden tot en met juli 2025 vluchtten bijna 150.000 Rohingya naar Bangladesh.
De Amerikaanse Commissie voor Internationale Religieuze Vrijheid (USCIRF) bekritiseerde in maart 2025 de Tatmadaw voor de systematische onderdrukking van religieuze minderheden. De commissie riep de internationale gemeenschap op om meer aandacht te besteden aan de situatie in Myanmar. Het USCIRF-rapport stelde dat in recente jaren meer dan 3,5 miljoen mensen gedwongen werden te verhuizen, waaronder ruim 90.000 in de overwegend christelijke Chin staat.
Hoewel een grote meerderheid van de bevolking Birmese etniciteit heeft en het grootste deel boeddhistisch is, vormen de overige gemeenschappen goed georganiseerde groepen. Veel van deze groepen, zoals de Karen en Chin, hebben een duidelijke religieuze identiteit, die vaak christelijk is. Deze verbinding van etnische en religieuze identiteit zorgt voor een complexe en gevoelige situatie.



































Praatmee