Maarten Goossensen (49) van retraitecentrum De Spil: "Stilte is een traktatie voor de ziel"

Wat ruim twintig jaar geleden begon met een spontaan geboekte retraiteweek bij retraitecentrum De Spil, groeide voor Maarten Goossensen uit tot een nieuw leven. Vandaag de dag woont en werkt hij er als beheerder en coördinator: „Ik heb die week als levensveranderend ervaren.”
Wat gebeurde er tijdens die eerste retraiteweek?
"Als jonge vader met een drukke baan voelde ik de verantwoordelijkheid voor gezin en werk zwaar. Toen ik een interview las met de oprichter van De Spil, waarin heel nuchter werd verteld dat je er even op adem kunt komen – mét lekkere maaltijden en goede bedden – boekte ik, tot mijn eigen verbazing, nog diezelfde week. Daar voelde ik me direct thuis. Ik was verrast toen ik het kapelletje binnenliep: er klonk muziek – van Taizé – die ik niet kende, er hing een icoon en er brandde een Christuskaars. Ik vond het wat dubieus.”
Waarom vond je dubieus?
"Ik ben opgegroeid in een kerk waarin het vooral om kennis ging. Alles wat met gevoel te maken had, werd al snel zweverig genoemd. Ik ging naar de kerk, omdat mijn vrienden er zaten. Maar de boodschap ging langs me heen. Op mijn negentiende scheidden mijn ouders en lieten ze de kerk los. Ik dacht: ‘Waarom zou ik nog gaan, als ook mijn ouders niet meer gaan?’ Toch bleef ik voor mijn vrienden komen. Na mijn huwelijk begon mijn kerkgang hypocriet te voelen. Mijn vrouw zei toen treffend: ‘Je kunt geen keuze maken zonder het eerst te onderzoeken.’ Daarom deed ik de Alpha-cursus. Daar ontdekte ik dat ik niet om God heen wilde.”
Terug naar het kapelletje…
"Daar werd ik geraakt, vooral door de stilte. Tijdens een viering werd een tekst uit de Bijbel gelezen, waarna het weer stil was. Je krijgt ruimte om je gedachten bij de tekst te laten resoneren. Ook maakte ik er kennis met de boodschap dat het niet uitmaakt wat je doet of wat anderen van je vinden, maar dat je Gods geliefde kind bent. Ik leerde dat rituelen prachtig zijn en dat je God ook in de natuur, in andere mensen en in iconen kunt vinden. Het maakte diepe indruk.”
Het inzicht dat je Gods geliefde kind bent, vond je bijzonder. Hoe was je jeugd en hoe werd je gezien?
"Ik ben met 27 weken geboren en dat maakte mij, zeker voor die tijd, een medisch wonder. Tegenwoordig is er veel aandacht voor de hechting van een premature baby, maar toen konden mijn ouders alleen door een raam naar mij kijken. Die ervaring heeft veel gevolgen gehad. Ik was een angstig kind en vond het lastig om contact te maken. Ik werd ook jarenlang gepest. Op de middelbare school zette ik een knop om en kreeg ik een meer zelfverzekerde houding. Gelukkig kan ik terugkijken op een fijne middelbareschoolperiode. Op mijn vijftiende leerde ik mijn vrouw kennen.”
Inmiddels werk je – samen met je vrouw – voor De Spil. Hoe is dat zo gekomen?
"Ik vond die ene week zo’n traktatie voor de ziel dat ik besloot om jaarlijks terug te gaan. Na een aantal keren werd mij gevraagd of ik wilde helpen met koken. Zo werd ik gastheer, leerde ik het retraite-vak - mensen begeleiden tijdens hun retraite - en deed ik er jarenlang vrijwilligerswerk. Later ook met mijn vrouw, die door mijn verhalen nieuwsgierig was geworden. Dat ik zo op mijn plek zat, was bijzonder, want als kind wist ik nooit wat ik wilde worden. Na de mavo had ik via een uitzendbureau allerlei banen. Zo ontdekte ik mijn plezier in het begeleiden van mensen. Uiteindelijk vond ik een baan die bij me paste, maar eigenlijk wilde ik niets liever dan bij De Spil werken. In 2012 kwam deze droom uit. Hier ben ik echt op mijn bestemming gekomen.”
Mensen komen in een retraitecentrum tot rust. Waarom lukt dat daar zo goed?
"Vaak is er een verlangen, een zorg of pijn waardoor mensen naar een retraitecentrum gaan. Ze hebben de behoefte om zich te bezinnen of hun hoofd leeg te maken. Wij zijn half herberg en half klooster. Het gezamenlijke eten, koffiedrinken en elkaar ontmoeten is het herbergdeel. Het kloosterdeel is drie keer per dag het getijdegebed in de kapel. Maar als het herberggedeelte niet op orde is – je eten is niet lekker, je slaapt slecht en je voelt je niet gezien – dan gebeurt er in de kapel niets. De onrust en afleiding moeten eerst weggenomen worden. Pas dan krijgen mensen ruimte om hun gedachten te laten bezinken.”
Is God daar altijd bij?
"Natuurlijk garanderen we niet dat je God zult ontmoeten, maar ik geloof wel dat Hij in de stilte spreekt. Henri Nouwen, van wie ik veel boeken heb gelezen, schrijft dat we in de stilte de zachte stem van God kunnen horen. Die stem zegt dat we geliefd zijn, maar die stem wordt al snel overschreeuwd door drukte en ‘doenerigheid’. In mijn werk bij De Spil zie ik vaak Gods hand, maar je moet het willen zien in de kleine dingen: Gasten die intens geraakt worden door een lied, een gesprek of door de stilte. Mensen die antwoorden op vragen krijgen of voor wie de vragen juist minder belangrijk worden.”






































Praatmee