Christelijk meisje van 14 in Pakistan verkracht na conflict met moslimburen

Een 14-jarig christelijk meisje is begin december in de Pakistaanse provincie Punjab ontvoerd en verkracht. Volgens haar familie was de aanval een daad van wraak na een eerder conflict tussen haar broer en islamitische buren. Vrouwen en meisjes die tot religieuze minderheden behoren, zijn in het land extra kwetsbaar voor seksueel geweld.
Het meisje verliet op 7 december kort haar huis in Sahiwal om brood te kopen. Op straat spraken twee mannen uit de buurt haar aan, namelijk Muhammad Bilal Arshad en Muhammad Zohaib. Haar broer Sahil George verklaart dat zij onder bedreiging met een vuurwapen op een motor werd gedwongen. Ze werd naar een woning gebracht. Daar werd zij opgesloten in een kamer, waar Zohaib haar verkrachtte.
Toen het meisje niet thuiskwam, sloeg de familie alarm en begon te zoeken in de omgeving. Tijdens die zoektocht hoorden zij van buurtbewoners dat een meisje voor een huis was achtergelaten en er half buiten bewustzijn uitzag. Sahil George zegt dat zij daar zijn zus aantroffen. De politie werd direct gebeld en bracht haar naar het ziekenhuis. Medisch onderzoek bevestigde dat zij was verkracht.
De politie arresteerde aanvankelijk drie mannen. Later werden Bilal Arshad en een derde verdachte vrijgelaten nadat Zohaib verklaarde alleen verantwoordelijk te zijn. De familie betwist dat. Volgens Sahil George heeft zijn zus Bilal Arshad duidelijk herkend als de andere persoon die betrokken was bij de ontvoering.
George vertelt dat de aanval niet losstaat van een conflict enkele maanden eerder. Tijdens een hanengevecht ontstond ruzie omdat Bilal Arshad en zijn groep weigerden de afgesproken prijs te betalen die George en zijn vrienden volgens hen eerlijk hadden gewonnen. Uiteindelijk namen zij het geld mee. Sindsdien bleef er veel spanning bestaan tussen de groepen. Een paar dagen voor de aanval zouden Bilal Arshad en Zohaib het meisje op straat hebben aangesproken en haar hebben gewaarschuwd dat zij wraak zouden nemen voor de vermeende vernedering.
De familie staat inmiddels onder druk om een schikking te treffen met de verdachten. George weigert dat. Hij zegt dat hij geen compromis kan sluiten over de eer en het leven van zijn zus en dat de gevolgen voor haar en het gezin levenslang zijn. Volgens hem hadden de daders, als zij wraak zochten, hem moeten aanspreken en niet zijn jongere zus.
Mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat vrouwen en meisjes uit religieuze minderheden in Pakistan extra risico lopen op seksueel geweld. Albert Patras, een mensenrechtenactivist die werkt met vrouwelijke slachtoffers in Zuid-Punjab, stelt dat minderheidsvrouwen vaker te maken krijgen met misbruik dan de algemene vrouwelijke bevolking. Die kwetsbaarheid komt volgens hem voort uit een combinatie van discriminatie op basis van geslacht, religie, armoede en sociale afkomst.
Ondanks grondwettelijke garanties van gelijkheid ervaren minderheden in de praktijk vaak verwaarlozing door justitie en sociale diensten. Patras benadrukt dat daders in veel gevallen ongestraft blijven. In deze zaak noemt hij het zorgelijk dat een van de hoofdverdachten is vrijgelaten, terwijl het slachtoffer hem als betrokkene heeft aangewezen. Hij roept de autoriteiten op tot een grondig en onafhankelijk onderzoek en tot rechtshandhaving zonder druk of onderscheid.
Pakistan bestaat voor meer dan 96 procent uit moslims. Christenen hebben het zwaar in dit land. Waar vrouwen en meisjes zeer kwetsbaar zijn voor seksueel geweld, ontvoering, gedwongen huwelijken en gedwongen bekeringen, worden christelijke mannen vaak gediscrimineerd of fysiek aangevallen. Christenen mogen vaak enkel de minst betaalde werkzaamheden uitvoeren. Bovendien worden de beruchte blasfemiewetten vaak misbruikt om christenen in de gevangenis te krijgen of zelfs ter dood te veroordelen.




































Praatmee