De Bijbel is een agrarisch boek

De Bijbel is voor een groot deel geschreven als een agrarisch boek. Er staan in verschillende gedeelten veel passages over zaken die voor de toenmalige mensen heel herkenbaar waren. In onze samenleving (met name in de steden) is het agrarisch begrip vrijwel verdwenen. Dat komt onder andere door het veranderen van leefgewoonten. Zo blijkt uit Brits onderzoek dat de helft van jongeren vanaf 12 jaar niet meer weet dat melk bij een koe vandaan komt en dat vlees van een dier komt. Daarbij komt dat āslachtenā van dieren voor vlees voor consumptie, jongeren doet walgen en hadden daar, bij confrontatie, nooit over nagedacht.
De Bijbel werd geschreven vanuit de heersende cultuur en het agrarisch leven bood inzichten die voor de mens zeer inzichtelijk waren.
Als je in het Midden-Oosten rondloopt in gebieden buiten de toeristische plekken, kom je het agrarische leven, volgens Bijbelse principes, nog veel tegen.
Stukjes grond vlak bij een dorp wordt bewerkt door de bewoners aldaar. Nog steeds wordt er gebruik gemaakt van ossen en ezels en handzame gebruiksvoorwerpen.
In het Midden-Oosten is water van cruciaal belang om het land te bewerken.
Water is schaars, want het regenseizoen is van ongeveer eind september tot hooguit april. Daarna is er alleen zon en hitte. Je moet dus zuinig zijn met water. In het Hebreeuws is de naam voor water āmajimā en dat woord is gekoppeld aan het woord āchajimā dat ālevenā betekent. Water is leven! Er spelen heel wat Bijbelse verhalen af bij putten en bronnen. Wie water (een put of een bron) bezat was spekkoper (alhoewel dat niet koosjer is). Dat is een gegeven in die streken. Daarom kocht Jakob een put bij Sichem.
In Nederland hebben we vaak te veel water. Elke maand van het jaar heeft wel regendagen, dat kan soms frustrerend zijn, want het āverpestā dan onze zonnetijd. We hebben zoveel water dat wij, bijvoorbeeld, de autoās wassen met gewoon drinkwater. Dat is in het Midden-Oosten ondenkbaar.
Als je een stukje land hebt, vaak familiebezit, dan ga je er zuiver mee om. Je beschermt het als het ware, want het geeft je voedsel, voor jou en je familie. Daarnaast heb je te maken met je dorpsgenoten. Je hebt gezamenlijke belangen. Zaaien en oogsten doe je meestal met elkaar, evenals de bewerking van je gewassen.
Alledaags en geestelijk
Heb je grond dan ga je eerst stenen ruimen, want het moet bewerkbaar zijn. Stenen kunnen veel kapot maken. In het Midden-Oosten zijn overal veel stenen te vinden. Heb je de Torah, Tenach of Bijbel dan moet je in je leven eerst āstenenā ruimen om het Woord te begrijpen, te pakken. Oude zaken/gedachten opruimen, wegdoen. Daarna kun je je geestelijk land bewerken.
Het bewerken van het land gebeurt met een ploeg. Een eenvoudig, maar uiterst belangrijk, gebruiksvoorwerp. Op de kleine akkertjes in IsraĆ«l en andere omringende landen, kan je geen tractor gebruiken, dus de os en de ezel (waarom komen die zo vaak voor in de Bijbel?) zijn van cruciaal belang. Je moet zuinig omgaan met je akker, dus āje moet de hand aan de ploeg slaanā en niet achteromkijken, want je moet rechte voren trekken, en zorgen dat je geen stenen raakt waardoor je ploegschaar kapot kan gaan. De ploegschaar is het belangrijkste deel van de ploeg.
Dat is ook belangrijk voor het zaaien en uiteindelijk oogsten. De Here Jezus gebruikt dit gegeven in Lukas 9:62 en Paulus gebruikt het in 2 TimotheĆ¼s 2:16v.
Rechte voren heeft te maken met irrigatie, want, zoals eerder gezegd, was water kostbaar/cruciaal. Irrigatie was belangrijk voor de bevloeiing van het gewas.
Je mocht niet achteromkijken want dan kon het wel zijn dat de voren, scheef werden en dan ging de irrigatie verkeerd. Ploegen is hard werd, het woord āploegenā heeft te maken met snijden (caresh). Het heeft te maken met je oude en je nieuwe leven!
Geestelijk klopt dat ook. Je kan veel terugkijken, maar je nieuwe leven in Christus is vooruitzien, zodat de āirrigatieā van de Heilige Geest kan doorgaan!
Na het ploegen komt het zaaien. Ook dat is een intensief en nauwkeurig werk. Want, als je zaad verspeelt, dan verspeel je een belangrijke bron van inkomsten.
Geestelijk: Hoe lees je je Bijbel, wat gebruik je en wat combineer je met elkaar? De basis van de Bijbel is de Torah, de eerste vijf boeken. Deze boeken zijn het meest profetische van wat erna komt. De Torah is geven van JHWH aan Mozes als basis van alles. De profeten en de evangelieschrijvers en Paulus, maar ook Jezus, grepen daarom terug op de Torah, dat zijn we vaak kwijt in onze tijd.
Zaaien is neerleggen/uitzaaien om tot wasdom te komen. Dat lijkt simpel werk, uitstrooien, maar het heeft toekomst.
Heb je gezaaid, dan is het afwachten. In verschillende kringen wordt aangegeven dat je altijd moet vrucht dragen, maar vertel dat maar eens aan een appelboom in de winter! Zaaien is geduld hebben en wachten, dus gaat het over toekomst! Laat het maar groeien.
Als het gewas opkomt dan moet je wachten tot het volgroeid is. Dan pas kun je afsnijden of maaien. Ook dat is een proces. Dat is, in Bijbelse maar ook in hedendaagse tijden in het Midden-Oosten belangrijk werk, want je wilt de hele oogst hebben.
De woorden āafsnijden en maaienā zijn in geestelijke zin belangrijke woorden. Vaak wordt in de Nederlandse Bijbel het woord āafsnijdenā (kareeth in het Hebreeuws) vertaald als āuitroeienā (o.a. Sefanja 1:4), maar het betekent wel degelijk afsnijden. Dat afsnijden doe je met een sikkel. De oogst staat klaar, dus afsnijden en binnenhalen. Dat staat in relatie met het woord āasafā dat in onze vertalingen vaak wordt vertaald met āuitroeien, maar dat in de Hebreeuwse context veel meer betekent als āinzamelenā!
Na het inzamelen komt het volgende proces. Dat is dorsen (in dit geval gaat het over granen) in het voorjaar, maar ook persen (dan gaat over vijgen, granaatappels en druiven), dat is najaar.
Het gaat hier in principe over de oogstfeesten. De gerstenoogst (rond Pasen/Pesach) en de tarweoogst (rondom Pinksteren/Sjevaot). Druiven, vruchten, dat is najaar (Sukkoth/najaarsfeesten) rondom september/oktober.
Dan gaat het over de laatste feesten, die wij in de christelijke traditie vaak niet echt kennen. Feest van de Bazuinen (Jom Teruah), Grote Verzoendag (Jom Kippoer) en Loofhuttenfeest (Sukkoth).
Gaan de voorjaarsfeesten veelal over het werk van de Here Jezus op aarde, de najaarsfeesten gaan over de komende Jezus in al Zijn majesteit. Het herstel van alle dingen. De eindoogst!
Het inzamelen is een belangrijk woord, dat is het ook in geestelijke zin. De Eeuwige, Schepper van hemel en aarde, wil inzamelen/oogsten. Dat lees je voortdurend in de Bijbel. Dat geldt ook voor de toekomst. Hij wil niet dat iemand verloren gaat, daar is Zijn wil op gericht. Daarom is Hij ook de nalezer, de persoon die na de oogst over het land gaat en opzoekt wat dreigt verloren te gaan.
Maar er moet nog wel gedorst worden en geperst. Het nutteloze, het kwade moet eruit. Het bruikbare moet overblijven.
Dorsen gaat met een dorsslee. Een plank met stenen (meestal basalt) of ijzeren kammen. Elk dorp had een dorsvloer waar gezamenlijk van gebruik werd gemaakt. Het geoogste graan werd op de vlakke stenen ondergrond gelegd en de boer ging met de dorsslee erover heen en zo werden de korrels gescheiden van de aar waar ze aan vast zaten. Vervolgens werd de wan gebruikt, een vork en werd het gedorste op een dag met wind in de lucht gegooid. De korrels vielen naar beneden, maar het kaf werd door de wind meegenomen en weggeblazen. Zo is het ook in ons leven. Door het werk van de Here Jezus is ons leven losgekomen van al het nutteloze. Dorsen is ook geestelijk vaak een pijnlijk proces, maar als de wind van de Ruach Hakodesh erdoorheen waait wordt het ākaf van het koren gescheidenā.
Dan nog zeven om de zandkorrels weg te halen en het zuivere graan bleef over en geeft basis voor brood/voedsel (lehem). Geloof heeft met geestelijk voedsel te maken. Wat doe je ermee? Maar eerst moet je nog malen/verkruimelen. Ook dat is handzaam werk. Maar je hebt meel nodig om brood te bakken. Meel vermeng je met water en een beetje zout, geen gist want dat bederft. Daarmee kan je brood bakken.
Met druiven en andere vruchten gaat het eigenlijk hetzelfde. Ze worden veelal geperst, want je wilt wijn (Jajin = vreugde van JHWH) overhouden. De pitjes en de velletjes moeten eraf. Olijven werden ook geperst want er moet olie komen voor JHWH en de mens.
Al met al een heel werk en veel geduld betonen.
Je kan dan pas oogsten als de tijd/de oogst rijp is. Je krijgt geen druiven in januari en geen graan in december. Alles gaat op zān/Zijn tijd.
Je kan als mens ook niet altijd vrucht dragen. Ook dat geestelijk leven heeft zijn seizoenen. Het ene moment ben je āin de Heerā, maar er zijn ook tijden dat het minder is, door allerlei omstandigheden.
Na de oogsten is het land weer bewerken en weer uitkijken naar de volgende oogst. En bidden om regen. Dat gebeurt in het Midden-Oosten na de vruchtenoogst, de wintertijd, want het land heeft water (majim) nodig voor de volgende periode, tot het moment dat de Grote oogst gaat plaatsvinden. In de tussen tijd wonen we in hutjes (sukka's). Het stelt niet veel voor, maar zo is ons leven. Vandaar dat tijdens het Loofhuttenfeest het boek Prediker wordt gelezen. Daarin gaat het om het tijdelijke en de fragiliteit van de mens. Maar staat er dan in hoofdstuk 3:14: āIk heb ingezien, dat al wat Elohim doet, voor eeuwig is; daaraan kan men niet toedoen en daarvan kan men niet afdoen; en Elohim doet het, opdat men voor Zijn aangezicht vreze.' Wat is was er reeds lang, en wat zijn zal, is reeds lang geweest; en Elohim zoekt op wat voorbijgegaan is.
Dat zoeken is nalezen van de oogst. Hij raapt het op, Hij verzamelt alles!
De Eeuwige wil ons gebruiken in Zijn oogst, maar gezien het voorafgaande is er wel een voortraject.
Jaap Bƶnker is spreker en schrijver en ƩƩn van de oprichters van Bijbelse Cultuur Stichting.
Praatmee