God kijkt naar ons verdriet met de ogen van Jezus
Moeite en verdriet, het gaat niemand voorbij. De Bijbel vertelt ons dat van al dat leed, al die moeite en verdriet, God ooggetuige is. Hij ziet het. Hem ontgaat niets. Groot maar ook klein verdriet. Hij ziet de man die wanhopig is na het verlies van zijn vrouw. Maar ook het kind, dat in de ogen van anderen āhuilt om nietsā!
In oudere Nederlandse vertalingen staat dat God ons verdriet āaanschouwtā.
Aanschouwen is een werkwoord dat wij niet vaak meer gebruiken. Toch is het een heel mooi woord. Het heeft iets van heel aandachtig bekijken. Zoals we dat doen met de voorschriften van een medicijn. Eerst lezen we heel goed wat er op het etiket staat.
Zo kijkt God naar ons verdriet. Hij bekijkt het heel aandachtig. Er is niets van al het leed in de wereld dat aan Zijn aandacht ontsnapt. Hij is er precies van op de hoogte. Hij heeft er intense belangstelling voor.
Dus ook voor jouw verdriet!
Je twijfelt?
Denk dan eens aan wat Jezus deed. Jezus was de Zoon van God. Als je wilt weten wie God is, kijk dan naar Hem. Wel, Hij had oog en oor voor mensen die allang door anderen vergeten waren. Zoals Hij was, is God. Zo vader, zo zoon.
God kijkt naar ons verdriet met de ogen van Jezus.
God heeft oog voor ieder mens. Hij is niet van een bepaalde partij. Het verdriet van arm en rijk is kostbaar in Zijn oog.
Gods ogen spreken.
Gods ogen nodigen ons uit, ons verdriet aan God geven.
āWant Gij aanschouwt moeite en verdriet om het in uw hand te leggenā, staat er.
God steekt in Jezus Christus Zijn hand uit naar al ons verdriet.
āGeef het aan Mijā
āLeg het in Mijn handenā...
Dat klinkt heel gemakkelijk. Maar het is moeilijker dat het lijkt. Verdriet kan je niet afleggen om het vervolgens aan een ander te geven. Verdriet zit van binnen. Het verdriet dat onze koningin heeft is hƔƔr verdriet. En dat verdriet zal weer anders zijn dan het verdriet dat haar kinderen hebben. Verdriet is heel persoonlijk. Je kunt het niet ruilen. Het is een stuk van je zelf.
Als je het zou willen,je verdriet aan een ander geven, moet je jezelf geven. Zoals je dat kunt doen op het moment dat je gecondoleerd wordt: je werpt je in de armen van de ander. Op zoān moment draagt de ander ons verdriet.
Alleen dat is een moment.
Je moet daarna toch weer alleen verder.
Je kunt niet elke dag omarmd, laat staan gedragen worden. Vandaar dat de Bijbel zegt: geef je verdriet, geef je zelf aan God. Hij zelf nodigt je uit: Hij aanschouwt ons verdriet om het in Zijn hand te leggen.
Hij aanschouwt hun verdriet.
Zijn ogen vragen van hen, hetzelfde als aan ieder van ons die veel verdriet heeft: āLeg het, leg uw leven in Mijn handenā.
Laten wij het doen.
Laten we ook bidden tot God of Hij mensen die deze week plotseling in diepe rouw werden gedompeld huis wil helpen dat te doen.
In Zijn armen kan je niet even maar altijd terecht.
Met al ons verdriet.
Deze overdenking verscheen eerder op de Facebookpagina van ds. Arie van der Veer.
Praatmee