Ds. Schakel waarschuwt voor verwarren geloofservaringen met ware bekering
Hoe weet je of iemand werkelijk bekeerd is en niet te maken heeft met een religieuze psychose? Die vraag kreeg ds. T. Schakel (foto) voorgelegd op Refoweb. Zijn antwoord: 'Dat weten we niet. Want wij zien aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan.'
De vraagsteller komt uit een kerkelijke omgeving die hij typeert als hypercalvinistisch. Hij ziet mensen die na hun bekering somber leven of veelvuldig spreken over hun zondekennis en bekeringsverhaal. Tegelijk kunnen verschijnselen als een overweldigend schuldgevoel, angst voor de hel of een sterk gevoel uitverkoren te zijn ook voorkomen bij een religieuze psychose.
Schakel plaatst deze ervaringen tegen de achtergrond van de Nadere Reformatie. In die beweging, die grofweg van 1600 tot 1750 liep, kwam veel aandacht voor kenmerken van ware gelovigen. Dat was begrijpelijk in een tijd waarin de gereformeerde kerken waren uitgegroeid tot volkskerken en kerkelijke aansluiting ook maatschappelijke voordelen kon bieden.
Veranderde context
De predikant waarschuwt ervoor die boodschap zonder meer naar deze tijd te kopiëren. De maatschappelijke en kerkelijke omstandigheden zijn sterk veranderd. Wie tegenwoordig bewust voor een reformatorische of Bijbelvaste kerk kiest, ondervindt daar in zijn ogen doorgaans geen maatschappelijk voordeel van.
Wanneer zoekers voortdurend worden geconfronteerd met de vraag of hun geloof wel echt is, kan dat volgens Schakel bovendien leiden tot onzekerheid. 'Door het kopiëren van de boodschap van de nadere reformatie bereik je het tegenovergestelde dan wat de nadere reformatoren op het oog hadden!'
Ook diepe verslagenheid over zonden is voor hem niet automatisch een bewijs van bekering. Zulke ervaringen kunnen mede ontstaan door verwachtingen binnen een bepaalde kerkelijke cultuur. Schakel erkent tegelijkertijd dat religieuze psychoses bestaan. Dat iemand een psychose heeft, betekent echter niet dat die persoon daarom geen ware gelovige kan zijn.
Vrucht van de Geest
Voor Bijbelse kenmerken van geestelijk leven wijst Schakel naar Galaten 5. Daar noemt Paulus de vrucht van de Geest: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Een christen zal naar zijn uitleg steeds meer verlangen naar een leven dat op Christus lijkt. Daarbij past terughoudendheid in het beoordelen van andermans geloof. 'God weet wat echt is, wat geveinsd is, en wat aangeleerd is uit onbegrip', besluit de predikant. 'Hij kan daar feilloos doorheen zien dus ik zou zeggen: laat het maar aan Hem over.'








































Praatmee