Directeur Stichting HOE over 50-jarig bestaan: "We brengen niet alleen iets, maar bouwen samen"

“Ik weet nog dat ik thuiskwam, de koelkast opende en hem eigenlijk meteen weer sloot. Ik wist: dit klopt niet”, zegt Allard Selles. Wanneer hij beseft hoe bevoorrecht hij is, realiseert hij zich tegelijk hoe groot het contrast is met de armoede die hij zag in Oost-Europa. Inmiddels, jaren later, is Selles directeur van Stichting HOE (Hulp Oost-Europa), waar hij in 2019 begon als bureaumanager. De christelijke organisatie viert dit jaar haar vijftigjarig bestaan. In gesprek met Cvandaag vertelt Selles over de start van HOE, het impactvolle werk, inspirerende verhalen uit het veld en hoe hij zelf betrokken raakte.
Lang voordat Selles directeur werd, zag hij met eigen ogen wat armoede was. Als jongere reisde hij meerdere zomers naar Moldavië, waar hij betrokken was bij kinderkampen voor kinderen en jongeren uit kwetsbare situaties. “Dat waren kinderen zonder stabiele thuissituatie, soms ook zonder ouders. We organiseerden daar kampen van een week, maar in de praktijk waren dat hele zomers vol activiteiten. En wij mochten daar dan een onderdeel van zijn.”
Wat aanvankelijk als deelname begon, groeide al snel uit tot leidinggeven. En meer nog: tot betrokkenheid bij lokale kerken. Via een kerkelijke diaconie in hervormd Kampen werd Selles gevraagd om contact te leggen met een baptistengemeente in de Moldavische hoofdstad Chisinau. Daar ontstond een samenwerking die verder ging dan alleen praktische hulp. “Je bouwt relaties op en leert elkaar kennen. En dan ga je ook nadenken: wat betekent mijn geloof hier? En wat betekent het daar? Dat was soms best confronterend.”
In die beginjaren zag Selles ook hoe klein gebaren grote impact kunnen hebben. “Ik herinner me een jongen die tijdens zo’n kamp voor het eerst echt aandacht kreeg. Hij zei bijna niets in het begin, maar aan het einde van de week zat hij er totaal anders bij. Dan besef je: dit is misschien maar een week, maar voor zo iemand betekent het veel meer.”

Beeld: Ruben Burgler
Hulp achter het IJzeren Gordijn
Die persoonlijke betrokkenheid van Selles past in een langere traditie. Stichting HOE ontstond vijftig jaar geleden, in een totaal andere wereld. “In die tijd had je het IJzeren Gordijn, het waren de tijden van de Koude Oorlog en de Sovjet-Unie”, vertelt Selles. “Er waren contacten met kerken in Hongarije. Daar was armoede, maar ook behoefte aan Bijbels. En mensen gingen daarheen om zogenoemde ‘stille hulp’ te bieden.”
Dat betekende: reizen, ontmoeten en bemoedigen. Soms met geld op zak, soms met Bijbels, soms gewoon door er te zijn. “Het ging niet alleen om spullen, maar ook om ontmoeting. Om te laten zien: 'Jullie staan er niet alleen voor.'”
Een van de verhalen die binnen de stichting nog altijd rondgaan, is hoe mensen destijds met relatief eenvoudige middelen probeerden te helpen. “Dan werd er bijvoorbeeld geld meegenomen omdat ergens een koelkast nodig was, of om voedselpakketten samen te stellen voor de winter. Dat waren heel concrete, gerichte hulpvragen.”
Na verloop van tijd groeide het werk. De stichting werd formeler en de hulp omvangrijker. Transporten met goederen, financiële steun, nieuwe werkgebieden werden aangeboord. “Het begon in Hongarije, maar breidde zich uit naar Roemenië, Polen, Oekraïne en Moldavië. Het werkte eigenlijk als een olievlek.”
Niet alleen maar voedselpakketten
Wie het werk van Stichting HOE probeert samen te vatten, komt al snel woorden tekort. Want het gaat niet alleen om het verlenen van hulp, maar ook om het aangaan van relaties en het versterken van geloof. “Diaconaat en missie lopen bij ons eigenlijk altijd door elkaar heen”, zegt Selles. “Je brengt een voedselpakket, maar je gaat ook in gesprek. Je bidt met mensen, je nodigt ze uit. Het is nooit alleen praktische hulp.”
Een kenmerkend project daarin is de winterhulp. In veel regio’s stellen lokale kerken pakketten samen met voedsel, brandhout of andere basisvoorzieningen en brengen die persoonlijk bij mensen thuis. “Dat zijn vaak ouderen of gezinnen die het echt moeilijk hebben”, legt Selles uit. “Maar het gaat niet alleen om dat pakket. Het moment van bezoek is minstens zo belangrijk.”
Naast winterhulp zijn ook zomerkampen, ouderenzorg en missionaire activiteiten belangrijke pijlers van het werk. Daarbij richt Stichting HOE zich expliciet op verschillende doelgroepen: ouderen, kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden, maar ook Roma-gemeenschappen en mensen die te maken hebben met verslaving of detentie.
Lokale kerken versterken om missionair te zijn
Naast deze activiteiten richt Stichting HOE zich ook op het versterken van lokale kerken zelf. Want, zo benadrukt Selles: “Uiteindelijk is het doel dat zij zélf kunnen blijven uitreiken naar hun omgeving.”

Beeld: Ruben Burgler
Dat opbouwen en versterken gebeurt op allerlei manieren. Soms gaat het om het ondersteunen van predikanten of het beschikbaar maken van christelijke lectuur, zoals Bijbels en kinderbijbels. Maar ook trainingen spelen een belangrijke rol. Zo worden lokale partners toegerust in het project Local Resource Mobilisation, een training die is opgezet in samenwerking met CPOE (Christelijk Platform Oost-Eropa) en enkele andere collega-hulporganisaties. Tijdens deze training leren keren om zelf middelen, vrijwilligers en lokale netwerken te mobiliseren. “We willen niet dat mensen afhankelijk van ons blijven”, zegt Selles. “Zij kennen hun lokale context het beste.”
In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld het opzetten van kinderwerk, jongerenactiviteiten of ontmoetingsplekken in de wijk. “Je ziet dat ontmoeting vaak de sleutel is”, zegt Selles. “Een maaltijd, een activiteit, een plek waar mensen welkom zijn, van daaruit ontstaan gesprekken. En van daaruit kan ook geloof gedeeld worden.”
Waar mensen weer gezien worden
Selles hoeft niet lang na te denken als hem gevraagd wordt naar voorbeelden uit de praktijk. “In Moldavië hebben we een plek waar ’s ochtends ouderen samenkomen en ’s middags kinderen. Er is een maaltijd, er zijn gesprekken en er is aandacht.” Hij glimlacht even. “Die ouderen krijgen daar niet alleen eten, maar ook een stukje waardigheid terug. En de kinderen hebben een plek waar ze hun huiswerk kunnen maken. Dat zijn echt plekken van licht.”
Ook in Roemenië zag hij hoe lokale kerken hun verantwoordelijkheid nemen, ondanks de vaak moeilijke omstandigheden. “Ik denk aan een predikant die niet alleen zijn eigen gemeente dient, maar ook andere dorpen bezoekt. Gewoon, omdat hij ziet dat daar armoede en honger is naar God Woord. De predikant heeft zelf weinig, maar hij deelt wat hij heeft.”
Hulp mag nooit eenrichtingsverkeer zijn
Een belangrijk uitgangspunt van Stichting HOE is dat hulp nooit eenrichtingsverkeer mag zijn. “We willen niet dat mensen afhankelijk van ons worden en blijven", zegt Selles. “Sterker nog: we willen eigenlijk niet de enige ondersteuner zijn.”
Daarom ligt het initiatief altijd bij de lokale partner. “Zij komen met de vraag en schrijven het project. Zij zijn daarmee eigenaar. Wij denken mee, ondersteunen, maar nemen het niet over.”
Dat vraagt soms om een andere houding dan vanzelfsprekend is. “Je moet oppassen voor de westerse gedachte: wij komen wel even helpen. Zo werkt het niet. We geloven dat we elkaar mogen versterken.”
Juist daarom werkt Stichting HOE nauw samen met lokale kerken en organisaties, vaak via langdurige relaties die door vrijwilligers worden onderhouden. Zo zijn er zo’n veertig vrijwilligers actief die in teams verantwoordelijk zijn voor contacten in verschillende landen en regio’s. Zij reizen doorgaans twee keer per jaar naar Oost-Europa om partners te bezoeken, projecten te evalueren en relaties te verdiepen.
Dankbaarheid én grote uitdagingen
Als Selles terugkijkt op vijftig jaar Stichting HOE, overheerst vooral dankbaarheid.
“Dat we al zo lang betrokken mogen zijn bij deze partners. Dat we samen mogen optrekken. Dat we iets hebben kunnen betekenen: soms klein, soms groot.”
Wie vooruitkijkt, ziet ook duidelijke uitdagingen. “De grootste is de migratie”, zegt Selles. “Veel jongeren en leiders trekken weg, terwijl juist zij nodig zijn om kerken en projecten draaiende te houden.”
Tegelijk groeit de groep ouderen, vaak in kwetsbare omstandigheden. Ook economisch ziet hij scheefgroei: niet iedereen profiteert van ontwikkeling, waardoor verschillen toenemen. Denk daarnaast aan de inflatie op onder andere basismiddelen die kwetsbare doelgroepen het hardst raken en deze groep hulpbehoevenden laat groeien.
Daarnaast liggen er uitdagingen dichter bij huis. “We zijn een vrijwilligersorganisatie. Dat is onze kracht, maar we moeten ook nieuwe generaties blijven betrekken bij ons werk. Ook verandert de manier van geven. “Mensen geven minder vanzelfsprekend structureel, en de aandacht verschuift soms naar andere delen van de wereld.”
Toch overheerst vertrouwen. “Wij geloven dat God hier én in Oost-Europa werkt. Dat zie je in de verhalen en in de mensen die ondanks alles doorgaan. En uiteindelijk is dat ook wat ons drijft: niet dat wij iets komen brengen, maar dat we samen iets mogen opbouwen.”


































Praatmee